Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Zekerheid in het zadel: zo behoud je de controle in noodgevallen

Hoe hecht de band met je paard ook is, je paard blijft een dier en doet soms onverwachte dingen. Zadelen was nooit een probleem, maar opeens bokt je paard als je zijn zadel op zijn rug legt. Hij laat zich niet meer vangen in de weide. Of de buitenrit verloopt ineens een stuk minder ontspannen dan je gewend was. Waardoor wordt dit onverwachte gedrag veroorzaakt?

Tekst en foto’s: Ilja van de Kasteele

Hurricane blijkt een echte hurricane te zijn: bij de fotoshoot op de buitenplaats bokt hij en rent hij weg. Hij loopt achteruit, steigert, wijkt… kortom: hij kan geen seconde stilstaan. Zojuist is de rest van de kudde ruinen naar de wei gegaloppeerd en je ziet aan de Tennessee Walking Horse dat hij beslist niet begrijpt waarom zijn vriendjes wel mogen rennen en spelen en sappig gras mogen eten en hij niet. Hij moet hier netjes voor de foto poseren. Zijn eigenaresse geeft gelijk toe dat dit regelmatig gebeurt. Ze glimlacht, maar van binnen kookt ze. En op een bepaald moment is het klaar, haar geduld is op en ze wordt emotioneel. "Helaas heeft het weinig nut om kwaad te worden”, zegt ze. "Maar ik kan er niet altijd iets aan doen. Meestal maakt mijn boosheid zijn onrust alleen maar groter.” Ze heeft zich al vaker afgevraagd waarom haar ruin zo onbesuisd kan zijn.
"Er is maar zelden één oorzaak voor een probleem”, begint gedragsbiologe Marlitt Wendt. "Het gedrag zoals hierboven beschreven kun je zien als een symptoom. Misschien heeft het paard van nature de neiging tot onrustig gedrag. Deze neiging wordt nog eens versterkt door aangeleerde patronen, een paardonvriendelijke manier van stallen of fouten bij de ruiterlijke hulpen.” Ook lichamelijke klachten kunnen een oorzaak zijn en dan met name de daaruit voortvloeiende pijn, zoals bij Hurricane het geval is. Zijn eigenaresse had het gevoel dat zijn zadel niet goed paste, waardoor hij steeds pijn had. Zij heeft daarom een zadelmaker laten komen. En hij heeft haar vermoeden bevestigd. Ondanks de enorme kosten heeft zij inmiddels een zadel aangeschaft, dat speciaal op de rug van haar paard werd aangemeten. "Ik hoopte dat het gedrag van Hurricane hierdoor beter zou worden”, zegt ze, helaas tevergeefs. Ook de neiging van haar ruin om in galop steeds sneller en onbesuisder te lopen, veranderde niet, zoals zij later tijdens een buitenrit ondervond.
Hurricane rende als een speer in de richting van het bos en was bijna met ruiter en al tussen de boomstammen verdwenen. Pas op het laatste moment kon zijn ruiter dit voorkomen. Marlitt Wendt adviseert om samen met een deskundige op zoek te gaan naar de oorzaak van dit afwijkende gedrag. "Een paard met zadelproblemen blijven rijden en ondertussen even het zadel na laten kijken, zal in veel gevallen niet tot de oplossing van het probleem leiden. Je verschuift het probleem alleen.”
Omdat gedragsproblemen altijd afhankelijk zijn van meerdere factoren, moet een oplossing ook op meerdere niveaus worden gezocht.
 
Symptomen
"Kijk altijd goed naar je paard zodat je ongewenste ontwikkelingen op tijd herkent en daar direct iets aan kunt doen.” Marlitt Wendt doelt daarmee met name op de kleine symptomen. Opvallende symptomen zoals bijvoorbeeld kreupelheid, het wegdrukken van zijn rug of weigeren te reageren op jouw vragen, treden pas op als het (te) laat is. Verandert het gedrag van je paard ten opzichte van jou als ruiter/eigenaar? Dan moet je alert zijn. Laat je paard zich bijvoorbeeld op bepaalde plekken niet meer aanraken? Heb je moeite om hem uit de weide te halen, terwijl dat normaal gesproken geen enkel probleem is? Heb je moeite met opzadelen, et cetera? Ook tekenen van stress, zoals een continu verhoogde spierspanning of een sterkere of juist verminderde alertheid zijn symptomen die je serieus moet nemen.
 
Paardvriendelijk paarden houden
Natuurlijk moet ook de wijze waarop het paard wordt gehouden, goed worden bekeken. Paarden zijn kuddedieren die in de vrije natuur meer dan vijftien uur per dag samen met hun kudde rustig kunnen stappen en grazen. Als deze dieren de hele dag in een kleine box opgesloten staan, zijn gedragsproblemen onafwendbaar. Let wel: ook al mag jouw paard dagelijks vier tot vijf uur in de wei lopen en al ben je dagelijks twee uur bezig met poetsen en rijden, dan nog staat hij achttien lange uren op stal – een wrede tegenstelling in vergelijking met zijn natuurlijke habitat.
Ook een open stal is niet optimaal als de kudde niet goed is samengesteld en je paard hierdoor constant gestrest is. Om stress af te bouwen, zal je paard op zoek gaan naar een uitlaatklep. Als dat niet binnen de kudde kan, dan kan dat misschien wel bij zijn ruiter….
 
Voedingsschema op maat
Let goed op de voeding van je paard en op de wijze waarop je hem voert. Waar heeft jouw paard behoefte aan? "Vooral te weinig ruwvoer leidt al gauw tot de meest uiteenlopende problemen, omdat paarden op een andere manier tegemoet willen komen aan hun enorme kauwbehoefte”, aldus Marlitt Wendt. Wat het kauwen aangaat: de tanden van een paard moeten minstens één keer per jaar door een paardentandarts worden bekeken en zonodig worden behandeld. Vaak zijn haken, scheefstand of andere tandproblemen de oorzaak voor het plotselinge steigeren, op hol slaan, et cetera.
Als er niets mis is met de gezondheid van je paard, is het raadzaam om zijn uitrusting eens goed te controleren. Zijn complete uitrusting moet passen als een tweede huid. Dat geldt dus voor zijn zadel, bit én hoofdstel. Niets mag drukken of schuren. Sommige paarden lopen veel beter op een bitloos hoofdstel. Probeer het een keer. Als je alles hebt gecontroleerd en aangepast aan de behoeften van je paard, kijk dan ook eens goed naar de manier waarop jij met hem omgaat. En vergeet ook niet te kijken naar zijn reacties als hij onder het zadel werkt.
 
Respect en vertrouwen
"Problemen verdwijnen niet zomaar. Een paard heeft tijd nodig om zijn ruiter te leren respecteren en vertrouwen”, licht Uwe Weinzierl uit, trainer in Natural Horsemanship. Grondwerk kan volgens hem heel handig zijn. Jij moet als eigenaar goed in staat zijn om je paard vanaf de grond alle kanten op te sturen: voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts (met de achter- en de voorhand). Bovendien moet hij nageeflijk zijn in de nek en zijn hoofd op verzoek naar beneden brengen.
Veel ruiters onderschatten het belang van een consequente omgang met hun paard. Als jij je paard vraagt om met een afstand van een meter achter jou aan te lopen, dan moet hij die afstand ook aanhouden. Als hij langs je heen dreigt te schuiven, moet je hem consequent corrigeren. Vooral als paardeneigenaren met z´n tweeën of drieën hun paarden van de wei halen en ondertussen lekker met elkaar kletsen, letten zij vaak niet voldoende op of hun paard in de gewenste positie ten opzichte van hen blijft lopen. Het gevolg is dat hun paard steeds dichterbij komt. Maar hiermee geven zij de regie over aan hun paard. Als de ruiter niet consequent zijn eigen ‘veilige ruimte’ afbakent, gaat het paard er – terecht – van uit dat hij steeds dichterbij mag komen. De afstand tussen ruiter en paard zal steeds kleiner worden. Maar als hij dan tegen jou aanloopt, maak je hem wel hevige verwijten. Waarschijnlijk omdat je schrikt. En misschien ga je zelfs tegen hem schreeuwen. Uit paardenoogpunt is dit onberekenbaar gedrag van de mens. Hoe moet hij mensen respecteren of zelfs in gevaarlijke situaties op hen vertrouwen, als hij niet weet wat zijn ruiter van hem wil?
 
Goede zit, duidelijke hulpen
Als je vanaf de grond je leidinggevende kwaliteiten hebt bewezen, probeer deze dan ook in het zadel toe te passen. Met een goede zit en duidelijke hulpen geef je je paard aan dat hij je kan vertrouwen, maar dat hij wel naar jouw instructies moet luisteren. Problemen als bokken, steigeren en er vandoor gaan, worden vaak door de ruiter zelf veroorzaakt. De paarden steigeren niet omdat ze hun werk weigeren, maar omdat ze geen andere manier kennen om hun pijn en/of angst kenbaar te maken. Zij bevinden zich in een voor hen hachelijke situatie en weten niet hoe zij daarmee om moeten gaan.
 
Als een ruiter de teugels strak aanneemt en tegelijk flinke beenhulpen geeft, kan het paard de druk alleen maar naar boven ontwijken. Vooral een bit met hefboomwerking dat bij een paard te vroeg in de opleiding of te hard wordt ingezet, veroorzaakt dit soort problemen. De ruiter denkt met een dergelijk bit zijn paard onder controle te kunnen houden. Maar dat is een illusie. Een paard kan, als hij dat wil, door elk bit dat er maar bestaat heen lopen.
Controle krijg je alleen maar als je een harmonische en duidelijke relatie met je paard opbouwt. Dat kan betekenen dat je helemaal terug moet naar het begin van jullie opleiding. Uwe Weinzierl weet nog precies hoe zijn dertienjarige Hannoveraner merrie Glamour reageerde toen hij haar voor het eerst ontmoette: dominant en bang tegelijk. "Zodra ik haar voorwaarts dreef, stond zij op haar achterste benen”, herinnert hij zich. Na wat grondwerk heeft hij een collega om hulp gevraagd. Terwijl hij passief in het zadel zat, gaf zij het paard signalen om te stappen of te draven – net zoals je een jong paard zadelmak maakt. Hierna hield Glamour op om afweerreacties te vertonen. "Niettemin was ze verre van een veilig rijpaard”, aldus Weinzierl. Bij Hurricane kwam er nog een ander probleem bij: zijn eigenaresse strafte hem door hem steeds achterwaarts te laten lopen. Maar vooral gevoelige paarden proberen de druk van het bit te ontwijken. Als die druk té groot is, waardoor een paard niet meer snel genoeg naar achteren kan wijken, is de enige vluchtweg de lucht.
 
Bij paarden die tijdens een buitenrit ongevraagd hun tempo verhogen en paarden die de neiging hebben op hol te slaan, spelen er verschillende oorzaken. Vaak galopperen ruiters op steeds dezelfde plek in het parcours aan. Of ze genieten zo van de snelheid dat ze hun paard toestaan zijn eigen tempo te bepalen. Als je dan gelijktijdig beide teugels aantrekt, werkt dat contraproductief. Het paard probeert dan nog sterker tegen de druk van de ruiterhand in te gaan. Daarmee hangen ze op het bit of beginnen ze te bokken. De oplossing hiervoor is te vinden in de opleiding van westernpaarden. Er bestaat een methode om het paard al in de basisopleiding te leren dat de ruiter hem op elk gewenst moment kan stoppen, namelijk de reining stop. Wellicht is dit het proberen waard?
 
Controle
Bij de reining stop reageert je paard op een eenzijdige teugelhulp, doordat hij zijn hals zijwaarts buigt. Tegelijkertijd wijkt hij met zijn achterhand voor de eenzijdige beenhulp van de ruiter waardoor hij zijn achterbenen kruist. Zo kun je steigeren en bokken voorkomen. Want bij al deze problemen gebruikt het paard zijn achterbenen. Dit betekent dat zijn achterbenen gelijktijdig moeten bewegen of dat ze naast elkaar staan. Maar ook al krijg je (weer) controle over je paard met de reining stop, vraag in geval van twijfel altijd een expert om advies. Je moet natuurlijk kunnen uitsluiten dat je paard last heeft van lichamelijke problemen, pijn, een niet-passende uitrusting of dat hij bang is.
De voorbereiding voor de reining stop doe je op de grond. Gebruik een touwhalster waaraan je vier à vijf meter touw bevestigt. Let erop dat je het touw niet om je hand wikkelt! Om te voorkomen dat het touw in de knoop raakt, neem je het op maat aan en laat je de overige meters touw op de grond liggen. Sta naast de schouder van je paard. Als je aan de linkerkant staat, houd je het touw in je rechterhand, die op de schoft van het paard rust. Het touw moet losjes hangen. Grijp dan met je linkerhand dicht voor de rechterhand en laat deze langzaam langs het touw glijden tot je ongeveer een halve meter afstand hebt tot het hoofd van het paard. Trek dan je hand naar boven net alsof je aan de binnenteugel zou trekken. Zodra je paard nageeft en zijn hals buigt, laat je de druk vieren. Begin dan opnieuw door met je linkerhand langs het touw te glijden en dan weer contact te maken. Je paard moet soepel en gewillig zijn hals jouw kant op buigen.
 
Veel paarden wijken in het begin met hun achterhand en draaien rondjes om hun achterbenen. Volg de beweging zonder met je hand na te geven, maar ook zonder sterker aan te nemen. Blijft het paard staan, wacht dan tot hij nageeft in zijn hals. Beloon hem door gelijk de druk op de teugel weg te halen. En beloon hem ook verbaal  uitgebreid. Oefen dit aan beide kanten. Zodra je paard met lichte druk op het touw nageeft, vraag je hem met zijn achterbenen te kruisen. Raak hem daarvoor aan, nadat je hem hebt gevraagd zijn hals te buigen, met een vinger op ongeveer een handbreedte achter de singel. Wacht tot hij probeert met de achterhand voor je te wijken, neem dan gelijk je hand weg en beloon hem. Als hij ook op de minste druk reageert, zadel je hem en oefen je dit vanuit het zadel.
Oefen het eerst als je paard stilstaat, later in stap en dan in draf en galop. Pas als deze oefening in de lagere versnelling voor honderd procent lukt, ga je over tot de volgende versnelling. Glijd met je hand langs de teugel en zorg voor licht contact tot je paard zijn hals naar deze kant buigt. Leg dan je been terug en druk lichtjes je kuit aan. Trek in geen geval je hak omhoog. Daarmee blokkeer je later de beweging in je heup en krijg je geen ontspannen zit.
Zodra je paard met zijn achterhand wijkt, haal je de druk weg. Bij deze oefening gaat het niet om kracht uit te oefenen of je paard pijn te doen met een sterke aanname van de teugels. Als je lang genoeg oefent (en regelmatig grondwerk doet) en je paard de hulpen helder, precies en begrijpelijk uitlegt, zal hij ze gauw begrijpen.
De eigenaresse van Hurricane zal voorlopig geen wilde buitenritjes meer maken: zij wil eerst de relatie met haar paard helemaal opnieuw opbouwen.…