Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Vermijd zadeldwang!

Sommige paarden kijken wat zuur tijdens het opzadelen, andere paarden hebben serieus last van zadeldwang waardoor het opzadelen soms bijna of helemaal niet mogelijk is. In ernstige gevallen laat het paard zich zelfs vallen tijdens het opzadelen!
 
Tekst en foto’s: Ilja v.d. Kasteele
 
Kathrin Müller valt om van verbazing als de twaalfjarige Arabier Namibia ineens op twee benen naast haar staat. Ze maakte alleen maar de singel vast! Ze deed hem niet eens bijzonder strak, maar zodanig dat het zadel niet van de rug van het paard zou kunnen schuiven. Gelukkig stond de merrie niet vastgebonden, anders had deze situatie ernstige gevolgen kunnen hebben en zou het paard een flinke blessure hebben kunnen oplopen.
Even later staat Namibia weer op vier benen. Kathrin probeert voorzichtig nog eens aan te singelen, een beetje voorzichtiger dan de eerste keer. De merrie legt weliswaar haar oren in haar nek, maar ze blijft met alle benen op de grond staan. Gelukkig verschijnt op dat moment de eigenaresse van de merrie. “Dat is helaas te wijten aan mijn ongeduld bij het zadelmak maken”, reageert ze op Kathrins vraag naar de oorzaak van dit onverwachte gedrag. “In het begin legde ze alleen haar oren plat en schudde ze met haar hoofd. Ik dacht dat het wel weer bij zou trekken, helaas.”
  
Angst voor het zadel
Net als Namibia reageren veel paarden op het zadel. Vaak ziet de ruiter de eerste signalen over het hoofd of neemt ze niet serieus. Hij denkt dat het paard vandaag geen zin heeft om te werken. Uiteraard kan een paard ook zijn oren platleggen, met zijn hoofd schudden of zijwaarts wijken omdat hij geen zin heeft in de komende rijles. Maar de achterliggende reden kan ook beginnende zadelangst zijn. De signalen worden al duidelijker als een paard zijn rug overduidelijk wegdrukt of naar de ruiter of het zadel hapt of trapt. In ernstige gevallen bokt het paard of steigert hij op het moment dat je het zadel oplegt of wanneer je wilt opstijgen. En bij sommige paarden is de angst zelfs zo groot, dat ze zich laten vallen tijdens het opzadelen.
“De belangrijkste oorzaken voor dergelijk gedrag zijn angst en pijn”, vertelt dr. Margit Zeitler-Feicht, expert op het gebied van paardengedrag en docente aan de Technische Universiteit München. “Beide symptomen zijn veelal te wijten aan negatieve ervaringen bij het opzadelen en rijden.” Als een paard dergelijke symptomen laat zien, moet je hem eerst door een dierenarts laten onderzoeken. Zijn de tanden wel in orde? Heeft het paard blokkades, spierspanning of andere problemen? Controleer ook de uitrusting en laat het zadel door een vakman nakijken.
  
Tip van Annemarie van der Toorn:
Wanneer het paard negatief gedrag laat zien bij zadelen en aansingelen, laat hem dan nakijken door een rugspecialist of chiropractor als je zeker weet dat het zadel past. De kans bestaat dat hij pijn in zijn rug heeft.
 
Een slecht zittend zadel is een tijdbom die al maar doortikt. Als noch de dierenarts, noch zadelmaker of tandarts een oorzaak kunnen vinden, onderzoek dan eens kritisch je eigen gedrag, misschien ligt daar de oorzaak voor de zadelangst. Misschien eis je teveel van je paard of maak je (onbewust) fouten die leiden tot gespannen spieren of onzekerheid. “Daartoe behoort ook een onnatuurlijke dressuurhouding, afgedwongen met hulpteugels. Of misschien vraag je het paard om verzameling zonder een warming-up”, aldus Zeitler-Feicht.
Bij Namibia is dit zeker niet het geval, daarover zijn Kathrin en de eigenaresse het eens. De merrie werkt altijd uitstekend mee en toont geen enkel teken van ongenoegen als ze onder het zadel wordt gereden. Haar zadel, bit en hoofdstel passen prima. “Maar bij Namibia is de negatieve ervaring tijdens de eerste keer dat ze werd gezadeld nog levend aanwezig”, geeft haar eigenaresse toe. Ze was bang dat het zadel van de rug van het paard zou glijden als Namibia zou schrikken en zou willen vluchten. Daarom heeft ze die eerste keer gelijk heel strak aangesingeld. Fout, zo bleek al snel.
Ze had beter een voortuig kunnen gebruiken. Dat voorkomt dat het zadel kan wegglijden. “Ik zou willen dat ik het nog eens over zou kunnen doen”, verzucht ze. En dat is nu precies wat ze zou moeten doen. De negatieve ervaringen kunnen in positieve ervaringen worden omgezet. Het toverwoord is: desensibilisatie. Daarbij laat je het paard stap voor stap wennen aan iets waar hij bang voor is. “Je gaat daarbij, uiteraard afgestemd op het individuele paard, stapsgewijs de prikkels verhogen”, verklaart Zeitler-Feicht, “waarbij elke hogere prikkel net niet voldoende is om angst op te roepen.” Zo leert het paard zonder angst te wennen aan het zadel.
  
Desensibilisatie
In principe maakt het niet uit of je een jong paard voor het eerst aan een zadel laat wennen of dat je een paard met angst voor het opzadelen langzaamaan weer aan het zadel laat wennen. In beide gevallen moet elke stap in de goede richting worden beloond. Negeer ongewenst gedrag en straf je paard in geen geval. Ga pas verder als je paard volkomen ontspannen op een oefening reageert.
Begin met het hele lichaam aan te raken met je hand, vooral de rug en de buik. Als hij dat niet fijn vindt en zich aan je hand wil onttrekken, blijf je ontspannen, maar houd je vol. Stop niet eerder dan wanneer je paard zelf ook volkomen ontspannen is. “Paarden met zadelangst reageren ook sterk als je gelijktijdig een hand op de rug en een hand op hun buik legt”, vertelt Margitta Sharma, een alternatieve diergeneeskundige uit Düren. Ga er niettemin mee door tot je paard zich helemaal ontspant. Door de zachte massage leert hij jou te vertrouwen en komt hij los van zijn angst voor de druk van het zadel.
“Ook bepaalde massagetechnieken volgens de methode van Linda Tellington Jones zijn heel effectief”, aldus Zeitler-Feicht. Bij de tweede stap laat je je paard wennen aan vreemde voorwerpen zoals een zadeldekje. Houd daarbij het halstertouw losjes in je linkerhand en het zadeldekje in je rechter. Ga niet frontaal op je paard af. Als hij bang is voor het dekje, kan hij in zo’n geval achterwaarts gaan en dat moet je in elk geval zien te voorkomen. Ga daarom met een lichte boog naar de schouder van het paard en wrijf hem rustig met zadeldekje af. Als hij wijkt, laat je toe dat hij beweegt, maar jij loopt mee en je blijft met het dekje over zijn lichaam wrijven. Zodra hij blijft staan, neem je het dekje weg en beloon je hem uitbundig. Oefen dit aan beide kanten. Als je paard ontspannen blijft staan, leg je het dekje, net als een zadel, voorzichtig op zijn rug. Je paard ziet daarbij het dekje aan de andere zijde ‘uit het niets’ opduiken – net als later ook het been van de ruiter. Dat is voor veel paarden een verontrustend moment. Maar let wel: als je paard schrikt, zal hij zich naar jou toe verplaatsen.
De derde stap is dat je een longeersingel over de rug legt. Trek hem in het begin niet te strak aan, maar zorg ervoor dat de singel losjes over zijn rug ligt. Open en sluit de gespen van de singel enkele keren achter elkaar rustig en doortastend. Als je paard gewend is aan deze handeling, maak je hem vast en leid je hem met behulp van die singel of je longeert hem. Als hij geen verzet toont, kun je hem heel voorzichtig proberen op te zadelen.
 
Een voortuig is handig om te voorkomen dat het zadel opzij wegglijdt. Op deze manier hoef je ook niet zo strak aan te singelen, maar kun je stap voor stap de singel een gaatje strakker zetten. Longeer je paard de daaropvolgende dagen met zadel. Of doe grondoefeningen met hem. Het is belangrijk dat je paard de kans krijgt om zonder angst en langzaamaan weer aan het zadel te wennen. Pas dan kun je hem zelf weer berijden. Rijd hem in het begin met een lichte aanleuning en zonder drijvende hulpen. Kathrin is het op die manier in elk geval gelukt: ze heeft geen problemen meer met Namibia bij het opzadelen en aansingelen.
   
Tip 1: correct aansingelen
Trek de singel niet meteen helemaal strak, maar zodanig dat het voldoende is om het zadel niet te laten verschuiven. Loop een stukje met je paard of laat hem aan de hand wijken. Daarna kun je nasingelen. Daarbij moet altijd ruimte blijven voor een vlakke hand die makkelijk tussen singel en paardenbuik past. Singel nooit vanaf het zadel na, dit kan tot ongelukken leiden.
Gebruik, als je de singel niet gelijk straktrekt, altijd een borstsingeltje zodat je paard, bijvoorbeeld wanneer hij gaat bokken, zich niet kan verwonden. Doe je dit niet, dan komt het zadel gegarandeerd op zijn buik, tussen zijn achterbenen te hangen, met alle gevolgen van dien!
  
Tip 2: kijk heel goed …
… hoe je paard zich bij het opzadelen gedraagt. Legt hij zijn oren in zijn nek? Zet hij een stap zijwaarts of naar voren? Drukt hij zijn rug weg? Dit zijn symptomen voor lichte zadelangst. Sterke afweerreacties zijn bijten of slaan naar het zadel c.q. de ruiter. In ernstige gevallen kunnen paarden zelfs gaan bokken, steigeren of zich op de grond gooien, zodra de ruiter de singel aantrekt.