Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Zoveel ruiters, zoveel zadels

Het is niet gemakkelijk om het juiste zadel voor jouw paard te vinden. Waarop moet je letten bij de aankoop? We vroegen het aan zadelexpert Christoph Rieser.
  
Tekst: Karina Müller / Foto’s: Holger Schupp
  
Een half jaar geleden kon Lena Meyer vanwege hevige pijn niet meer rijden. Haar rug zat helemaal vast, haar zitbeenknobbels waren overbelast en boven de rand van haar rijlaarzen zaten flinke drukplekken. En dat terwijl ze nog maar enkele weken geleden een nieuw zadel had gekocht! Haar plezier met het nieuwe zadel was inmiddels verdwenen. De pijn loog er niet om. Geen wonder, want niet alleen een paard heeft, om goed te kunnen bewegen, een goed passend zadel nodig, hetzelfde geldt voor de ruiter. Het zadel moet namelijk passen bij zijn lichaam, anders kan hij al snel last krijgen van allerlei lichamelijke klachten. En dat heeft dan weer invloed op je paard, want hij voelt het direct wanneer zijn ruiter niet optimaal zit. Een zadel is alleen geschikt, als zowel paard als ruiter ontspannen kunnen rijden.
 
Ongeacht of je dressuur rijdt, springt of beide doet, of je nu lange buitenritten maakt of dat je je hebt toegelegd op western rijden, je moet een keuze maken voor een bepaald type zadel. Die bepaalt uiteindelijk ook de wijze van rijden. “Hoe specifieker een zadel is gebouwd, hoe beperkter zijn gebruiksmogelijkheden”, aldus zadelmaker Christoph Rieser. Ongeacht voor welke manier van rijden je kiest: het zadel moet passen bij je lichaam, anders raak je het plezier in het rijden snel kwijt. “Daarom vraag ik bij de eerste ontmoeting met de ruiter altijd naar zijn gewicht en zijn lengte”, licht Rieser toe. Want niet alleen bij paarden is er enorm verschil in lichaamsbouw, datzelfde geldt ook voor het menselijke lichaam.
Een ruiter kan slank zijn of stevig, klein of groot. “Ik meet altijd de lengte van de boven- en onderbenen. Ik vraag wat een ruiter prettig vindt aan een zadel. Bovendien vraag ik wat hij of zij met het zadel wil gaan doen”, aldus de expert. Het kan zijn dat de ruiter specifieke anatomische kenmerken heeft, bijvoorbeeld een kromming van de wervelkolom, een scheef bekken of benen van verschillende lengte. Dat is voor de zadelmaker erg belangrijk om te weten. Immers, als je met dergelijke problemen geen rekening houdt, kan het zijn dat, los van de klachten van de ruiter, het paard wordt overbelast. Rieser gebruikt al deze informatie om uiteindelijk een aantal zadels aan zijn klanten te tonen. De zadelmaker van Lena had geen interesse in de ruiter zelf. Het zadel paste weliswaar goed op het paard, maar daar was alles mee gezegd. De gevolgen heeft Lena al snel aan den lijve ondervonden.
  
Dynamiek
Alleen even proefzitten op een zadel, liggend op een houten zadelbok, zou geen oplossing voor Lena zijn geweest. Want het zitgevoel is maar zelden te vergelijken met het echte zitgevoel op een paard. “De dynamiek ontbreekt”, licht Rieser toe. “Tijdens het productieproces van een op maat gemaakt zadel, laat ik de klant al proefzitten. Als de klant niet tevreden is, kan ik het zadel dan nog aanpassen.” Dat is bij een confectiezadel natuurlijk niet mogelijk. De zitlengte, de zijwaartse vorming en de zadelbladen zijn standaard en onveranderbaar. Daarom kun je je het best laten adviseren door een ervaren en competente zadelmaker. Dat weet Lena intussen ook.
Voor de ruiter is het belangrijk dat hij prettig en comfortabel zit en uiteraard heeft dit ook te maken met de zadelbladen, de wrongen, de positie van de stijgbeugels en eventuele beveiligingstoebehoren. Dit is voor alle modellen namelijk aanpasbaar. Bovendien zijn het lichaam van de ruiter en zijn persoonlijke voorkeur doorslaggevend. “Er bestaan hiervoor geen vaste regels”, aldus de expert. Vooral het diepste punt van het zadel is erg belangrijk. Dit bepaalt de zitpositie van de ruiter en ligt in principe in het midden van het zadel, hiermee kan het gewicht van de ruiter optimaal over de rug van het paard worden verdeeld. Alleen op die manier kan de ruiter de bewegingen van het paard harmonisch volgen.
 
Ook het type en het gebruiksdoel van het zadel zijn belangrijk voor de bepaling van de plek waar het zadel precies komt te liggen. “Bij spring- en dressuurzadels kan het laagste punt iets verder naar voren liggen. Dat maakt voor sportpaarden niet zoveel uit, deze zadels worden niet gedurende langere tijd aaneen gebruikt”, licht Rieser toe. Bovendien lopen sportpaarden vaak verzameld en dan ligt vanzelf een groot deel van het gewicht op de achterhand. Bij recreatief rijden is dit echter juist schadelijk. “Recreatiepaarden worden los en ruimer gereden. Als het laagste punt van het zadel te ver naar voren ligt, raakt de voorhand overbelast”, aldus de zadelexpert. In elk geval moeten uitzonderlijke zitposities worden voorkomen. Als je te ver naar voren zit, belast je de voorhand van het paard en dat heeft negatieve gevolgen voor de ruime passen en de stelling. Als je daarentegen te ver naar achter zit, werkt dat negatief in op de lendenwervels van het paard. Dit kan weer tot aanspanning leiden en remt de voorwaartse impuls af. Een ruiter die teveel naar voren of naar achteren zit, heeft vaak een probleem met zijn balans. Deze ruiters kunnen de hulpen niet juist overbrengen of meebewegen. De zit wordt stijf en dat kan, net als bij Lena, leiden tot spanning in de rug.
 
Contact met de paardenrug
Het is goed om op de lengte van de zit te letten; de afstand tussen de voor- en de achterboom en de vorm van het zitvlak. Let wel: “De lengte van de zit zegt niets over de zitpositie van de ruiter. Er zijn ook geen uniforme meetpunten. Daarom lees je vaak verschillende maatvoeringen”, vertelt de zadelmaker. Als ruiter mag je noch te veel noch te weinig ruimte in het zadel hebben. Je hebt wel een bepaalde bewegingsvrijheid nodig om ontspannen te kunnen zitten en goed op het paard in te kunnen werken, maar je manier van zitten kan gedurende je rijcarrière veranderen.
Daar waar een beginnende ruiter zich bij een ‘kortere’ zit veiliger voelt, helemaal omsloten dus, heeft een gevorderde ruiter meer speelruimte nodig. Als je een zadel van bovenaf bekijkt, kun je een soort taillering zien, bij het ene zadel sterker dan bij het andere. Daaraan ligt het bovenbeen van de ruiter. Afhankelijk van de dikte van het bovenbeen is meer of minder taillering nodig, anders zou het zadel druk kunnen uitoefenen op de binnenkant van de benen en daarmee de doorbloeding verstoren.
Er zijn diverse breedtes in het zitbereik bij de verschillende zadelmodellen. Hoe smaller de zit, hoe groter de belasting voor de zitbeenknobbels is. Dat was ook Lena’s probleem. Hoe breder de zit, hoe meer gewicht er rust op de bovenbenen. “Een bredere zit is geschikt voor lange ritten, een smallere zit ondersteunt de ruiter in een correcte dressuurzit”, aldus de expert. Als je op een breed paard minder gespreid wilt zitten, zou je in dat geval voor een smaller zitvlak kunnen kiezen. Daarbij verlies je wel een stuk contact met de rug van het paard; de rug beïnvloedt immers de breedte van de zit en daarmee het contact met het paard. “In principe wil je als ruiter zo veel mogelijk contact met je paard hebben”, licht de zadelmaker toe.
 
Als de ruiter teveel ‘boven’ zijn paard zit, is het onmogelijk om de bewegingen goed te volgen, waardoor het bovenlijf uit balans raakt. Ongeacht of je kiest voor een zadelblad of stootkussen of een zadelblad en beugelriem in één: dit wordt meestal al bij de keuze van het zadeltype bepaald. Beide types kunnen passend gekozen worden bij de beenlengte van de ruiter. De dressuurbladen moeten in elk geval lang genoeg zijn en de springbladen verder naar voren gesneden, zodat je bovenbeen voldoende ruimte heeft. Ook laarzen en rijkleding geven de juiste lengte aan: het zadelblad mag nooit samenvallen met de rand van de laars. Dit zou tot blessures kunnen leiden, zoals dat het geval was het zadel van Lena. “De gewenste knie- een beenpositie wordt door de dikke wrongen ondersteund. Deze wrongen mogen niet zodanig gesneden zijn dat ze de benen in een bepaalde positie dwingen”, raadt de zadelmaker aan.
Bij de beslissing over de dikte en de hoek is vooral het persoonlijke gevoel belangrijk. Let ook op de juiste lengte van de beugelriemen en de positie van de ophanging. Bij de keuze van het passende zadel moet er dan ook altijd naar de combinatie ruiter-paard worden gekeken. Dat weet Lena inmiddels ook, nu ze een andere zadelmaker heeft gezocht en gevonden. Deze heeft haar ‘oude’ zadel overgenomen, haar uitvoerig geadviseerd en haar daarna een ‘bankstel’ verkocht, zoals Lena zegt hoe ze nu in haar zadel zit. “Ik heb geen klachten meer. En bovendien heb ik weer plezier in het rijden”, vertelt ze met een stralende glimlach.
 
Tip van Sandra van den Hof:
Een goed begin is het halve werk. Voorkom mentale en/of fysieke problemen door gebruik van slecht passend materiaal bij het inrijden van een paard:
• Ook (juist!) een jong paard verdient een passend zadel tijdens het zadelmak maken.
• Kies een lichtgewicht zadel.
• Zorg voor optimale bewegingsvrijheid voor je paard en een gebalanceerde zit voor jou als ruiter.
• Neem uitgebreid de tijd om je jonge paard aan zijn nieuwe job te laten wennen.
• Juist een recreatiepaard heeft vaak de zwaarste taak van alle disciplines, onderschat dit niet.
• Houd plezier hoog in het vaandel, uiteindelijk wil je nog zeker twintig jaar plezier hebben van je rijpartner!
Sandra van den Hof is Centered Riding® Instructeur Level II en eigenaar van Gangenpaardencentrum Pleasure Gaits.