Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Een goede voorbereiding...

Hoe houd je de winterkou buiten de stalmuren? Welke voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden om je paard in en buiten zijn stal te beschermen tegen temperaturen onder nul en de gevolgen daarvan?
 
Tekst: Ariane Fries / Foto’s: Horses im Media/Schneider, Wentscher, IMAGO, www.slawik.com, www.stuewer-tierfoto.de, www.pferdefotoarchiv.de

 
1. Strooimateriaal
Na een uur winterse training in de overdekte rijhal komen Johnny en Erica moe maar voldaan naar buiten. Voor ze het weet, ligt Erica op de grond. Ze had niet in de gaten dat de regen ondertussen ijs was geworden. Door de vrieskou is de bestrating net buiten de rijhal veranderd in een schaatsparadijs. Om te voorkomen dat meer ruiters (en paarden) uitglijden, gooit zij snel wat strooimateriaal op de grond. De eigenaar van de stal had gelukkig tijdig in de gaten dat het zou gaan vriezen en heeft een hele ton hiervan klaar gezet. Gelukkig geen strooizout. Dat is weliswaar effectiever dan strooimateriaal, maar heel slecht voor de hoeven van het paard en voor de hondenpoten. Als de grond niet bevroren is, kun je uiteraard volstaan met het opzijschuiven van de sneeuw. En dan maar wachten tot het eindelijk weer gaat dooien….
 
2. Drinkwater
Iets waar ruiters en staleigenaren voor vrezen, zijn bevroren leidingen. Door de vorst kunnen deze springen. Maar geen water (geven) is uiteraard geen oplossing. Paarden hebben ook in de winter vloeistof nodig voor hun stofwisseling. Daarmee maken zij onder andere speeksel en maagzuur aan. Op stal zorgen (als het goed is geregeld) geïsoleerde leidingen en drinkbakken voor het nodige water. In de paddock is dat een ander verhaal. Zolang de ijslaag op het water niet al te dik is, kunnen paarden prima zonder extra voorzorgsmaatregelen drinken. Ze drukken de dunne ijslaag met hun neus kapot of stampen deze zelfs met hun hoeven kapot. Als het nog kouder wordt, helpt het om stro als isolatie tussen de waterbakken te persen. Verder kun je alleen maar elke ochtend het ijs kapotslaan en vers water aanbieden. Als je het water een beetje opwarmt, bevriest het niet zo snel.
 
3. Modder
Ook in de winter zouden paarden regelmatig naar buiten moeten kunnen. Modderige paddocks en bevroren, oneffen grond zijn geen reden om de paarden dag en nacht op stal te houden. Een oplossing is om te zorgen dat in de paddocks modder en vorst geen kans krijgen. Het belangrijkst is dat de fundering, de tussenlaag en de toplaag van de paddock, vorstvrij gehouden wordt. Alleen zo kun je voorkomen dat de paardenhoeven in de winter beschadigd raken. Kies nooit voor asfalt of beton als bodem van je paddock. Als je voldoende ruimte hebt, kun je een plek in de paddock creëren waar je paarden kunnen rollen. Bij een ondergrond met houtsnippers vinden paarden het heerlijk om buiten te zijn, ook bij lage temperaturen. Zand is in de winter niet aan te raden als bodem voor de paddock. Sommige paarden eten het zand als ze zich vervelen en dat kan zandkoliek veroorzaken. Als uitgangspunt geldt eigenlijk: liever een kleine paddock dan helemaal geen paddock, maar een paddock kan nooit de vervanging zijn voor de noodzakelijke dagelijkse beweging die het paard nodig heeft.
 
4. De bodem van de rijbaan en de rijhal tegen vorst beschermen
Minstens een keer per jaar werkt er echt niets meer. Dan liggen alle rijmogelijkheden lam door sneeuw en vorst. Als je vooraf al een goede planning maakt, kun je ook bij vorst normaal doorrijden. Speciaal aangelegde rijbanen met speciale bodemmengsels voorkomen weliswaar niet dat de grond bevriest, maar je kunt wel tijdens lage temperaturen blijven rijden. Kunststof haksel en een zand-textielvezel mengsel bevriezen zelden of nooit. Bovendien voeren beide materialen de regen goed af en voorkomen ze dat je rijbaan een groot zwembad wordt. Met magnesiumchloride als bijmenging kun je achteraf de bodem alsnog wintervast maken.
 
5. Niet ingeblikt, alsjeblieft!
In gesloten stallen heerst vaak een gebrek aan zuurstof. Frisse lucht en tocht worden door elkaar gehaald. Om tocht te voorkomen, worden de staldeuren en –ramen soms potdicht afgesloten. Luchtverfrissing is daardoor niet mogelijk. Frisse lucht bevat ca. 21 procent zuurstof en 0,03 procent kooldioxide. Uitgeademde lucht bevat nog maar een zuurstofgehalte van zestien procent, maar daarentegen wel vier procent kooldioxide. Zonder luchtverversing stijgt het kooldioxidegehalte en dat bemoeilijkt de ademhaling. Een zuurstoftekort bij paarden uit zich in vermoeidheid, apathie, stofwisselingsstoornissen en een verhoogde pols- en ademfrequentie. Daarom moet er altijd frisse lucht op stal zijn. Bijvoorbeeld door het openen van ramen en deuren zodanig tegen elkaar open te zetten dat er geen tocht ontstaat. Dat zorgt voor een natuurlijke luchtverversing. De voorwaarde is wel dat het er altijd een beetje waait. Met behulp van technische systemen kan de luchtcirculatie worden gegarandeerd. Paarden die op natuurlijke manier worden gehouden, kunnen goed tegen een dergelijk briesje. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat je bijna van de poetsplaats wegwaait. En wie het precies wil weten: de luchtsnelheid mag niet hoger zijn dan 0,2 meter per seconde….
 
6. Mestvorken, schoppen en kruiwagens
De mest ligt torenhoog op de kruiwagen. En bovenop ligt de mestvork die het geheel bij elkaar moet houden. Domme pech als dan een wiel losschiet en de hele boel zich bij winterse temperaturen over het erf verspreidt. Zorg er voor dat piepende wielen en losse schroeven zijn gerepareerd voordat het buiten koud wordt. Bevestig een bord aan de muur waar je al het gereedschap aan kunt hangen. Dat voorkomt een heleboel rommel en het beperkt het gevaar dat je over de spullen struikelt. Mestvorken die zomaar op de grond rondslingeren vormen zowel voor twee- als voor viervoeters een groot risico.De mest ligt torenhoog op de kruiwagen. En bovenop ligt de mestvork die het geheel bij elkaar moet houden. Domme pech als dan een wiel losschiet en de hele boel zich bij winterse temperaturen over het erf verspreidt. Zorg er voor dat piepende wielen en losse schroeven zijn gerepareerd voordat het buiten koud wordt. Bevestig een bord aan de muur waar je al het gereedschap aan kunt hangen. Dat voorkomt een heleboel rommel en het beperkt het gevaar dat je over de spullen struikelt. Mestvorken die zomaar op de grond rondslingeren vormen zowel voor twee- als voor viervoeters een groot risico.
 
7. Helemaal schoon
Waarom heeft iedereen het toch altijd over de voorjaarsschoonmaak? Een opgeruimde zadelkamer is ook in de winter erg prettig. En tijdens het opruimen kun je meteen sorteren. Gooi alle medicijnen en zalfjes waarvan de houdbaarheid verlopen is, weg. Tegelijkertijd kun je je winterdekens eens goed nakijken en de zweetdeken uit de zadelkast halen. Kijk ook meteen de elektriciteitsleidingen en stekkerdozen na zodat je kapotte leidingen tijdig ontdekt en kunt laten maken. Ruiters zijn over het algemeen erg blij met een verwarmde zadelkamer, maar pas op met elektrische kachels. Het is erg duur en ze vormen, in de buurt van brandbaar materiaal, een groot gevaar. 
 
8. Voorkom de paardenwinterblues
Een paardeneigenaar houdt zich gemiddeld dagelijks drie uur bezig met zijn paard. De overige uren brengt de vierhoever door met eten en slapen. Het is dan niet vreemd dat paarden zich snel vervelen. Zorg voor veilig speelgoed voor je ros. Hang bijvoorbeeld eenvoudige stukken hout in de stal of leg deze in de paddock. Dat houdt hem een heel poosje bezig. Maar pas op, niet alle soorten houten zijn geschikt. Frambozenstruiken, bessenstruiken, hout van loofbomen en naaldhout zijn prima. Leg daarvan enkele dikke houten stammen in de paddock. Tussen de waterbak en de voerbak fungeren deze als ideale fitnesstrainer. Want je paard moet elke keer als hij naar de waterbak wil zijn benen optillen. Ook een paardenbal geeft vaak afleiding tegen verveling.
 
9. De vorst in het hooi
In het ideale geval zijn de temperaturen op stal en buiten gelijk. Dat heeft helaas tot gevolg dat nat hooi kan bevriezen. Voor allergische paarden is dat een probleem. Als de staleigenaar  droog voer of kuilvoer aanbiedt, kun je het best tijdens de wintermaanden daarop overstappen. Zo niet, dan kun je het hooi met warm water wassen, dan bevriest het niet zo snel. Of leg het voorgeweekte hooi in een speciale bak waar je het tot de volgende voederbeurt bewaart. Wie de kans heeft hooi buiten te voeren, bijvoorbeeld in een paddock of in een open stal, hoeft het hooi alleen maar goed op te schudden.
 
10. Winterrust voor de weide
Tijdens de zomermaanden hebben de weides flink wat te verduren gehad. Je ziet hier en daar kale plekken en de paardentoiletten zijn ook kenmerkend voor elke paardenweide. Voor de weide echt toekomt aan haar winterrust, moet de staleigenaar de weide nog een keer walsen en slepen, om ervoor te zorgen dat de wei ook volgend jaar geschikt is voor de paarden. Hij/zij kan alles controleren en dan gelijk kapotte palen vervangen en de stoomdraden opnieuw vastzetten. Als de grond bevroren is, kunnen de paarden ook in de winter in de weide. In bevroren toestand kunnen de paardenhoeven het gras niet meer beschadigen.