Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

(over)leven in de kou

Na een uitgebreide scheerbeurt wordt merrie Flicka dik ingepakt in de weide gezet, zodat ze geen kou vat. Een paar weides verderop staan de paarden echter zonder deken in de sneeuw. Zij hebben hun wintervacht mogen houden. Wat is beter? Welke zorg heeft jouw paard nodig in de winter? En welke zorg is overbodig? 
 
Tekst: Aline Müller / Foto’s: Marielle Andersson, Horses im Media/Schupp, Ilja v.d. Kasteele, pa/dpa, Edyta Trojańska-Koch, www.pferdegebisswaermer.de, www.stuewer-tierfoto.de 

 
1. Een mooie wintervacht
Gezonde paarden beschikken over een uitstekende thermoregulatie waardoor dekens in de winter overbodig zijn. Tenminste… als de aanmaak van de wintervacht zonder problemen verloopt. Bij oudere of zieke paarden kan dat proces verstoord zijn. Voordat het in de herfst echt koud gaat worden, krijgen onze vierhoevers een dikkere vacht. De dagen worden korter en de temperatuur daalt, het aantal lichturen neemt af. Een dikke wintervacht is voor een paard een uitstekende isolatie. Bovenop de dichte ondervacht liggen de langere dekharen. Als het echt koud is, zorgen de spieren ervoor dat de onderste, korte en zachte haarlaag rechtop komt te staan. En zo ontstaat een soort luchtkussen met thermowerking. Het lange bovenhaar versterkt deze werking nog eens en functioneert zo als een regenafvoer. Het regenwater druipt er langs en komt niet in aanraking met de ondervacht of de huid. 
 
2. In beweging blijven
Veel paarden blijven in de winterperiode vanwege het koude weer langer op stal staan dan in de zomer, ondanks de grote weides en winterpaddocks. Dit is slecht voor hun ademhalingsorganen, de paarden krijgen op stal namelijk meer stof (uit hooi en stro) en andere zwevende delen alsook ammoniak naar binnen. Bovendien is de luchtvochtigheid binnen vaak hoog. Sommige paarden ontwikkelen in de winter hierdoor een chronische hoest. Het natuurlijk reinigingssysteem van de longen werkt alleen maar als het orgaan meerdere keren per dag goed doorbloed raakt en als alle longblaasjes tot in de diepte worden geventileerd. Dat kan alleen als het paard beweegt, liefst meerdere keren per dag, ook al is het weer buiten in onze ogen verschrikkelijk. Het best is een combinatie van rijden en extra uren in de buitenlucht.
 
3. Grotere energiebehoefte in de winter
Volgens een Amerikaans onderzoek hebben paarden pas bij -10 graden Celsius meer voer nodig. Daarbij gingen de onderzoekers uit van droog en windstil weer. Ons waterkoude klimaat met behoorlijk veel wind is een uitdaging voor een paardenlichaam. Paarden verliezen vooral in de winter gewicht zodra het warmteverlies hoger is dan de warmteproductie. Hoe kouder de lucht, hoe meer warmte er verloren gaat. Voedsel is een goede energiebron, want calorieën worden omgezet in warmte. De energiebehoefte van het paard kan met veertig procent toenemen door de lage temperaturen. Vanaf -15 graden zou ieder paard voor elke graad ongeveer twee procent meer energie, voer dus, moeten innemen. Een gezond paard van vijfhonderd kilo heeft bij -20 graden Celsius ongeveer een tot twee kilo extra hooi nodig.
 
4. Wanneer hebben paarden het koud?
Het eerste symptoom is vaak dat de vacht aan hoofd en romp, net als bij een egel, rechtovereind staat. Dan is de grens van de koutolerantie van het paard bereikt. Als de temperaturen nog verder zakken, beginnen sommige paarden te trillen. Dit is heel natuurlijk gedrag om warmte te genereren. Echter, op den duur is dit trillen wel zorgwekkend. Hoe het paard de kou ervaart, is afhankelijk van het type paard. Als paarden het koud krijgen, hebben ze een schuilplek nodig evenals voer met een hoog energiegehalte en eventueel een deken (dat geldt vooral voor oude of zieke paarden). Bij paarden in open stallen kan de gevoelstemperatuur veel lager zijn dan de feitelijke temperatuur, bijvoorbeeld door wind, regen of sneeuw. Over het algemeen kunnen onze paarden prima tegen koude, droge lucht zonder wind. Veel wind en natte kou vinden ze meestal onaangenaam.
 
5. Olie als warmende energiebron?
Plantaardige olie is een uitstekende energiebron. Olie bevat drie keer zoveel energie als haver. Je kunt volwassen paarden na een uitvoerige gewenningsfase, die meerdere weken zou moeten duren, tot 300 ml olie per dag geven. Let wel dat je de olie over de dag verdeelt in drie gelijke porties. Ter vergelijking: deze hoeveelheid energie komt overeen met ongeveer een kilo haver. Sommigen beweren dat olie bovendien een verwarmend effect heeft. Dat klopt niet helemaal, want warmte uit voer ontstaat vooral door het verteren van eiwit en de bacteriële fermentering in de darm. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het eten van krachtvoer of bietenpulp. Een scheut hoogwaardige, liefst koudgeperste olie, heeft grote meerwaarde. Olie is goed bij het aanmaken van de wintervacht, omdat het paard zo waardevolle onverzadigde vetzuren en vitamine E toegediend krijgt. Bovendien ondersteunt olie de productie van nieuw haar en zorgt het voor een gezonde huid. En dat laatste is vooral in de winter belangrijk. Koudgeperste lijnzaadolie voldoet het best. Als alternatief zou je ook (gekookt) lijnzaad kunnen voeren.
 
6. Vitamine voor het immuunsysteem
De rui is altijd belastend voor het paardenlichaam. Ongeacht of het gaat om de rui in de lente of de aanmaak van de wintervacht in de herfst. Het immuunsysteem kan verzwakt raken, wat het risico op infecties verhoogt. Je kunt het je paard een stuk makkelijker maken door hem op de juiste manier te voeren. Zo heeft hij bijvoorbeeld voldoende sporenelementen en mineralen nodig. Zink, koper en seleen evenals vitamine E en A zijn uiterst belangrijk voor het immuunsysteem van de huid. Vitamine A is essentieel, maar dat vind je helaas uitsluitend in levensmiddelen die niet geschikt zijn voor paarden (eidooier, melk, lever). Dat betekent dat onze paarden hun vitamine A uit betacaroteen zelf moeten aanmaken. De dagelijks benodigde hoeveelheid voor een volwassen paard ligt bij 20 mg per kilo lichaamsgewicht. Bij een groot paard komt dat ongeveer overeen met zes tot acht kilo hooi, twee kilo wortels of een kilo kunstmatig gedroogd grasmeel. In 500 gram tarwekiemen, zonnebloempitjes of andere olievruchten zit de dagelijks noodzakelijke portie van 600 mg vitamine E. Helaas zijn zonnebloempitten of andere olievruchten vrij duur vergeleken met ander voer. Afhankelijk van hoe je paard wordt gehouden en gevoerd, kan het nodig zijn om aanvullend voer te geven. Veel producenten van paardenvoer bieden een speciale analyse om de behoefte van je paard te berekenen. Zo kun je als paardeneigenaar precies uitrekenen wat zou moeten aanvullen. 
 
7. Schadelijk diepvrieseten
Het gras in de winterwei is voor paarden die niet de hele dag buiten staan, vaak een soort diepvriesmaaltijd, gelegen onder een dunne lichte ijslaag of een dikke pak sneeuw. Maar niet alleen bevroren gras, ook bevroren bieten of wortels kunnen de werking van de klieren in het spijsverteringskanaal behoorlijk verstoren. Bevroren voedsel kan een koude-shock veroorzaken. Als gevolg daarvan kan koliek optreden. Voer dan ook geen bevroren wortels. Geef je paard als hij in de winter ‘s nachts op stal staat eerst voldoende hooi en eventueel stro en krachtvoer, voordat hij de winterwei in gaat. Ruwvoer werkt als een buffer bij temperatuurschommelingen. Het voorkomt spijsverteringsproblemen omdat het de activiteit van de maagdarmklieren stimuleert. Paarden in open stallen hebben weinig problemen met de verwerking van diepvriesvoer omdat zij er beter aan gewend zijn. 
 
8. Zomer gras is hetzelfde als wintergras?
In de zomer staan onze vierhoevers in lekkere malse weides, die in de herfst en winter helaas vaak in modderige en grasloze vlaktes veranderen. Wintergras bevat weinig ruwe vezels, is rijk aan water en zeer fijn. Onze paarden moeten er veel meer van eten om er dezelfde hoeveelheid voedingsstoffen van binnen te krijgen als in de zomer. Bovendien groeit het gras in de herfst en winter bijna niet. Op een bepaald moment is het gewoon op. Omdat de paardenmaag en darmen wel bezig moeten blijven, zijn paarden in de winter geneigd om aan hout te knabbelen. Omdat het wintergras hun buik niet vult, moeten de paarden in elk geval voldoende ruwvoer tot hun beschikking hebben.
 
9. Wie heeft er dan toch een winterjas nodig?
In principe heeft een paard in de winter geen deken nodig, maar zoals elke regel kent ook deze uitzonderingen. Geschoren paarden die de hele dag op stal staan, hebben absoluut een winterjas nodig. Ook als je paard niet genoeg wintervacht heeft aangemaakt of als deze niet dik genoeg is (bijvoorbeeld bij oude, zieke of karig gevoerde paarden), moet je hem een deken opleggen. Bij oude paarden werkt de aangeboren thermoregulatie niet meer optimaal. Ook paarden die uit warme klimaatzones werden geïmporteerd en die daardoor geen genetische aanleg hebben voor het aanmaken van een wintervacht, hebben een jas nodig. En ook als je paard op de tocht staat, zal hij blij zijn met een deken. 
 
10. De koudegrens
Elk mens krijgt het op een bepaald moment koud. Wanneer je dat punt bereikt, is bij iedereen anders. Het hangt af van je inwendige thermometer. Dat geldt ook voor onze paarden. Tel daar bij op dat de gevoelstemperatuur anders is vanwege wind en regen. Om de natte kou in onze regio te trotseren, hebben de meeste rassen vanaf -15 graden extra bescherming of bijvoeding nodig. Bij jonge paarden geldt dit al vanaf het vriespunt. Normaal gesproken eten paarden net zo veel dat hun warmtehuishouding in evenwicht blijft. Maar dat kan alleen als er voldoende voer tot hun beschikking staat. Geef je paard daarom kwalitatief hoogwaardig ruwvoer. Aan het eind van de winter daalt, door de lange bewaartijd, het vitamine A-, D- en E-gehalte van het ruwvoer. Als je er zeker van wilt zijn dat je paard voldoende mineralen binnenkrijgt, kun je het hooi laten analyseren.  In de winter komen de paarden vaak minder lang of helemaal niet in de wei. Als ze op koude dagen niet aan hun dagelijkse portie gras komen, neigen veel paarden tot het eten van stro. Door verandering van voer en door te weinig beweging is het risico van koliek groter. Om verstoppingskoliek te voorkomen, kun je tarwezemelen voeren. Maar geef niet meer dan 500 gram per dag. Ook kun je twee tot drie eetlepels zonnebloemolie voeren. Maar nog belangrijker zijn voldoende beweging, frisse lucht en een alternatief voor de weidegang, zoals een paddock.
 
11. Buikpijn in de winter
In de winter komen de paarden vaak minder lang of helemaal niet in de wei. Als ze op koude dagen niet aan hun dagelijkse portie gras komen, neigen veel paarden tot het eten van stro. Door verandering van voer en door te weinig beweging is het risico van koliek groter. Om verstoppingskoliek te voorkomen, kun je tarwezemelen voeren. Maar geef niet meer dan 500 gram per dag. Ook kun je twee tot drie eetlepels zonnebloemolie voeren. Maar nog belangrijker zijn voldoende beweging, frisse lucht en een alternatief voor de weidegang, zoals een paddock.
 
12. IJskoude drinks
Een heerlijk hete kop thee is in de winter een stuk aangenamer dan een koude cola met ijsklontjes. Wij kunnen kiezen wat we willen drinken, maar onze paarden moeten het doen met wat er in de drinkbak komt en dat is soms eerder ijs dan water. Normaal gesproken kunnen paarden wel tegen koud water, maar ze houden er niet van. Dat is de reden dat ze in de winter minder drinken dan in de zomer, waardoor ze niet voldoende vocht binnenkrijgen. Dat kan weer leiden tot prestatieverlies of verstoppingskoliek. Voor een goede spijsvertering moet voldoende vloeistof worden opgenomen. Bovendien kost het opwarmen van het ijskoude water in de maag lichaamswarmte, wat je paard juist in de winter niet kan missen. Je kunt daarom het best lauw-warm water geven. Paarden drinken, als het water niet ijskoud is, tot dertig procent meer vocht.
 
13. Lekker droog
De dikke wintervacht van onze paarden voelt als een lekkere warme jas. Helaas ook tijdens het rijden. Je mag je paard dan ook onder geen beding bezweet in de paddock of in de wei zetten. Laat hem eerst op een tochtvrije plek drogen. Wrijf hem droog met stro of leg hem een zweetdeken op. Als de deken volgezogen is, maar je paard zweet nog steeds, neem dan een tweede zweetdeken. Zorg ervoor dat je paard helemaal droog is! Ook voorafgaand aan de opwarmfase van de training kun je een zweetdeken gebruiken. Dat is goed voor het opwarmen van de spieren, vooral voor de spieren op de rug en het voorkomt het oppervlakkige afkoelen van het lichaam. Bij extreme kou kun je zien dat het zweet tijdens het rijden op het paard bevriest. Denk ook hierbij aan goede bescherming, bijvoorbeeld in de vorm van een deken die de nieren beschermt.
 
14. Altijd passend gekleed
Als je paard geschoren is, ben je in de winter wel eventjes bezig met al die dekens. Als hij vanuit een koude stal naar de paddock gaat, mag hij zijn winterjas aanhouden. Als je paard graag rent en speelt en als de paddock vrij groot is, kun je een dunnere deken op zijn rug leggen. Dit voorkomt dat hij gaat zweten. Let er op dat elk paard de kou op zijn eigen manier ervaart!
 
15. Scheren of niet?
Dat is afhankelijk van waar je paard in de winter staat en wat je met hem doet, want eenmaal geschoren moet je met een deken de kou compenseren. Daarbij creëer je bij het paard een kunstmatige manier van het op temperatuur houden van zijn lichaam. Bij paarden die op hoog niveau presteren of die met hun eigen wintervacht erg gaan zweten, is scheren zinvol. Op die manier krijg je je paard sneller droog en vermindert het risico dat hij verkouden wordt. Maar ook verzorging van de vacht is een stuk eenvoudiger. Voor vrijetijdspaarden en vooral voor die paarden die in een open stal staan, voldoet hun eigen wintervacht natuurlijk het best.
 
16. Wanneer is een deken zinvol?

Een natuurlijke winterjas of een deken? Dat is een kwestie van smaak. Maar ga niet wisselen, niet de ene keer een deken en daarna weer niet. Als je voor een deken kiest, begin dan voordat de wintervacht groeit met het opleggen van de deken. De wintervacht verdwijnt immers niet zomaar weer. Wanneer heeft je paard nu echt een deken nodig? Dat is afhankelijk van de buitentemperatuur. Als je het moment in de herfst hebt gemist of je hebt niet consequent een deken opgedaan, kan een deken de dikke wintervacht niet meer tegenhouden. Het best begin je in koude nachten met het opleggen van een deken en bouw je het langzaam op. Je kunt bijvoorbeeld ´s nachts een dikkere deken opdoen en overdag (als de zon af en toe schijnt) een overgangsdeken gebruiken. Het is wel belangrijk dat je paard niet gaat zweten onder zijn winterjas en als je de deken op tijd oplegt, blijft zijn vacht aanzienlijk korter. 
 
17. Warming-up, asjeblieft!
Om te voorkomen dat je paard een ijskoud bit in zijn mond krijgt, kun je het vooraf met je handen of met warm water een beetje voorverwarmen. Je kunt ook een kersenpitkussen gebruiken of een handwarmer of zelfs een speciale bitwarmer. Deze bitwarmers zijn meerdere keren te gebruiken en eenvoudig toepasbaar. 
 
18. Zomerkamp voor je winterdeken
De meeste paardeneigenaren hebben meerdere dekens voor de koude tijd van het jaar. Zo kunnen zij natte en vuile dekens laten drogen c.q. wassen. Laat je deken na de winter in ieder geval vakkundig wassen, vouw hem op en berg hem weg op een droge en warme plek. De ruimte waar de CV staat is daarvoor vaak ideaal. Bewaar de deken niet op stal. Vocht zorgt voor verspreiding van ziektekiemen en dat is slecht voor het materiaal (en het paard). Wie zijn deken in een plastic zak opbergt, moet erop letten dat deze luchtgaatjes heeft.
 
19. Het gevecht tegen wormen
Paarden moeten regelmatig voor, na en tijdens het weideseizoen worden ontwormd. Gebruik in de winter in elk geval een middel dat ook tegen de larven van de horzel helpt. Deze kunnen behoorlijke schade in de paardenmaag veroorzaken. Aantasting door de larven van de horzel kan koliekachtige symptomen veroorzaken. Dat zorgt ervoor dat je paard slechter eet of zelfs helemaal niet. Het ontstoken maagslijmvlies kan maagzweren tot gevolg hebben. Geef de wormkuur altijd op een nuchtere paardenmaag en wissel regelmatig van preparaat. Zo voorkom je resistentie….
 
20. De juiste verzorging van de wintervacht
De dichtheid en de lengte van de wintervacht verschilt per paard. De haarstructuur, de ondervacht en de beschermende vetlaag mogen nooit worden aangetast. Immers, de ondervacht vormt een beschermende regenjas. Als die in tact is, kan er geen vocht in de huid dringen. Als de dagen korten, worden steeds meer talg en huidvet afgescheiden. Zo kan het dat je ineens een soort roos op de paardenvacht ziet. Bij paarden in open stallen mag je deze niet verwijderen door bijvoorbeeld te poetsen. Dit vormt een soort natuurlijk vilt dat zowel als regen- en winterjas fungeert.