Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

De kunst van het opzadelen

Bij het aanschaffen van een sjabrak of pad gaat heel wat werk vooraf, beide onderleggers kunnen niet willekeurig worden gebruikt. Materiaal en vorm zijn afhankelijk van het zadeltype en het gebruik.
  
Geen ruiter zou het in zijn hoofd halen zijn/haar laarzen twee maten te groot of te klein te kopen en dan met (dikke) sokken aan te passen. Die moeten tenslotte het zweet opnemen en de druk op de voeten verminderen, maar niet de pasvorm corrigeren. Deze functie hebben - afhankelijk van het zadeltype - ook sjabrakken, pads en dergelijke. Toch ziet zadelmaker Christoph Rieser steeds vaker onderlagen, die in het voorste of achterste gedeelte dikker zijn. “De ruiter is zich de werking van zulke deelonderlagen op de zitpositie en op de pasvorm van het zadel schijnbaar niet bewust”, denkt hij. Zo moet het onttrekken van de schoftvrijheid vaak door een uit twee lagen bestaand pad worden gecompenseerd. Met als resultaat dat het zadel aan de voorkant hoger komt te liggen en versmald wordt, in het midden echter hol ligt en achter op het lendenwervelbereik drukt.
Het tegenovergestelde effect hebben zogenaamde ‘tennisrackets’, dat zijn onderlagen die in het wervelkolomkanaal smal zijn gesneden en dan in het achterste bereik als het gespaande vlak van een tennisracket rond uitlopen. Ze heffen het zadel aan de achterkant op, liggen ook hol in het midden en versterken daardoor de druk voor op het schoudergebied.
   
TIP van Annemarie van der Toorn
Een van onze cursisten die een eigen trainingsstal heeft in Roswinkel, Alie Vegter, rijdt altijd met een opgevouwen verhuisdeken. Dit is een oude gewoonte en zorgt inderdaad voor een fantastische drukverdeling, zolang je zorgt dat de deken rimpelloos is opgevouwen. Zelfs bij moeilijke paarden wat betreft dekjes heeft zij super resultaten behaald.
  
Gelijkmatige sterkte
Om dergelijke effecten te voorkomen moet elke onderlaag over de totale vlakte een gelijkmatige sterkte hebben. De enige uitzondering hierop: paarden met spieratrofie, wier spieren in het schoudergebied sterk geatrofieerd zijn. Hier kunnen in overleg met een vakman deel-inlays in de zadelonderlaag worden geschoven. Aansluitend worden de spieren door doelgerichte training opgebouwd en de sterkte van de inlays gereduceerd naarmate de spiermassa toeneemt. Een gelijkmatige sterkte alleen is echter geen garantie voor klachtenvrij rijden. Elke zadelonderlaag moet passend bij het zadeltype worden gekozen.
Zadels met een goede vulling zoals het Engelse dressuurzadel hebben maar een dunne onderlaag nodig die het leer tegen paardenzweet beschermt. Een sterkte van maximaal een tot anderhalve centimeter is voldoende. Als hier uit voorzorg te dik wordt gepolsterd, ligt het zadel niet goed op de paardenrug en versmald het zich in het schoft- en schouderbereik. Anders is dat bij zadels met een skirt- of leeroplage zoals bij een westernzadel. Hoewel deze met schapen- of kunstvacht onderlegd zijn, hebben ze echter geen andere polstering. Om de door het ruitergewicht ontstaande druk op te vangen, volgt de polstering hier door een pad. Sjabrakken of dunne schapenvachten zijn dan niet voldoende, omdat deze te dun zijn. Een dubbel gevouwen Navajo deken in combinatie met een schapenvacht biedt echter voldoende polstering.
In principe is het voldoende mits de onderlaag aan alle kanten circa drie tot vijf centimeter groter is dan het zadel. Zo wordt de koeling van het paardenlichaam niet onnodig beperkt. Daarbij speelt ook het materiaal een beslissende rol. Het materiaal moet de waterdamp die bij het zweten ontstaat naar buiten transporteren of het zweet binden.
  
Geen warmtestuwing
Volledig ongeschikt zijn kunstmatige materialen zoals een neopreen pad. “Geen mens zou plastic folie op de paardenrug leggen”, denkt Christoph Rieser. Dat geldt ook voor de gelpads die graag onder een dressuur- of westernzadel worden gelegd en hier een regelrechte dampstuwing veroorzaken. Waarbij Christoph Rieser zeker weet dat de veel bediscussieerde warmtestuwing onder het zadel niet bestaat. “We hebben met sensoren in meerdere onderzoeksreeksen de temperatuur boven de paardenrug gemeten. Op geen enkel moment was deze hoger dan de lichaamstemperatuur van het paard”, verklaart de 52-jarige Rieser. Daarbij bestaan er zeer goede onderlagen uit kunstmatig materiaal. Voor niet gevulde zadels zijn vooral pads uit kodel, een soort polyester, geschikt. “Vooral voor de langere ritten heeft dit materiaal mijn voorkeur”, zegt Christoph Rieser. Voor een meerdaagse wandelrit kan men deze met een sjabrak onderleggen of er een Navajo deken overheen leggen. Sommige modellen zijn ook van een inlay voorzien. Deze mogen echter in het bereik van de wervelkolom niet recht zijn toegesneden. De verende werking van deze inlays vermindert echter in de loop der tijd, omdat de paardenharen in het schuimrubber gaan zitten. Wie liever natuurlijke materialen gebruikt, kan katoen, schapenvacht of vilt gebruiken. Katoen heeft van alle materialen de grootste zuigkracht en kan zeer veel zweet binden. Als de onderlagen na een langere rit zeer nat zijn, drogen ze echter extreem langzaam. Beter is in dit geval een onderlaag van kunststofvlies dat met katoen is afgewerkt.
 
Vrij van schadelijke stoffen
Schapenvachten moeten in elk geval medisch zijn gelooid en daarmee vrij van schadelijke stoffen zijn. Net als vilt nemen zij veel vocht op, drogen echter sneller dan katoen. Bij het gebruik van vilt is haarvilt de beste keuze. Het vormt zich naar de paardenrug, maar laat zich met een borstel maar moeilijk schoonmaken. Een katoenen sjabrak onder het vilt voorkomt vervuiling. Ongeacht welke variant men kiest, de onderlaag moet anatomisch goed gesneden zijn, omdat hij anders drukplekken op de schoft kan veroorzaken. Bij het opzadelen kun je probleemloos de onderlaag op de schoft naar boven trekken. Is de onderlaag recht gesneden, dan verschuift deze bij het aansingelen echter vaak naar beneden. Pads die bij de schoft zijn uitgesneden verdelen de druk alleen maar verder naar achteren. “Ook de beste onderlaag heeft geen nut, als deze niet goed wordt onderhouden”, benadrukt Rieser. Het vuil dat aan de onderkant terecht komt, schuurt anders op de paardenrug.
 
10 kooptips
• Goed gevulde zadels (bijv. dressuurzadels) hebben maar een dunne onderlaag nodig
• Niet gevulde zadels (bijv. westernzadels) hebben een dikkere onderlaag nodig
• De zadelonderlaag moet over het totale vlak even dik zijn
• Kunststofonderlagen (bijv. Neopreen pads) zijn ongeschikt omdat ze als ‘dampblokkade’ fungeren
• Inlays mogen in het bereik van de wervelkolom niet recht gesneden zijn, omdat ze anders zijwaarts op de schoft drukken
• Elke onderlaag zou anatomisch gesneden moeten zijn
• De onderlaag zou ongeveer vier tot vijf centimeter onder het zadel moeten uitsteken.
• Zorg ervoor dat de onderlaag bij het opzadelen niet verschuift
• Geschikte materialen zijn: katoen, schapenvacht en vilt
• Elke onderlaag moet regelmatig worden schoongemaakt, omdat vuil de paardenrug irriteert
     
TIP van Annemarie van der Toorn
Een dekje, hoe goed of hoe duur ook, kan nooit het probleem verhelpen als het zadel niet goed past. Laat je zadel dan ook regelmatig nakijken door een goede zadelmaker. Let op schuurplekken en gedragsveranderingen tijdens het opzadelen, opstappen en rijden van het paard. Als je met een jong paard begint, of je hebt je paard een tijd niet gereden, dan verandert de rug door spieropbouw. Hierdoor kan het zijn dat een net gekocht zadel na drie maanden niet meer past.