Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Verschillende bitten onder de loep

Enkelvoudig gebroken bit
Dit bit oefent druk uit op de tong en de lagen. Olijvenkopbitten beschermen door de directe verbinding van ring en bit de lippen beter dan watertrensen, omdat zij niet in de gaten voor de ringen ingeklemd kunnen worden. Ringen en mondstuk zijn echter minder beweeglijk, waardoor het bit bij het trekken aan de teugels sterker in de mond draait. Het gevreesde notenkrakereffect waarbij het enkelvoudig gebroken bit de tong zou inklemmen en het middenstuk in het gehemelte zou steken, kon volgens de röntgenopnames van vakdierenarts Dr. Peter Witzmann, oprichter van paardenkliniek Kirchheim, niet worden bevestigd. Het gladde oppervlak van de tong maakt het inklemmen onmogelijk. Daarnaast hangt het bit in losse toestand altijd licht naar voren en draait zelfs bij het aantrekken met 45 graden naar achteren. De afstand tot het gehemelte wordt groter, alleen de tong wordt bij stevig trekken aan de teugels erin betrokken.
Alleen bij zeer vlezige tongen is er gevaar voor het gehemelte. Sabine Ellinger raadt schenkelbitten aan voor jonge paarden die men nog sterk via de binnenste teugel moet voeren. De buitenste stang van het bit drukt daarbij tegen de paardenmond en het paard leert op de buitenste teugel te reageren.
  
Dubbel gebroken bit
Dit bit past zich door zijn twee gewrichten zeer makkelijk aan de paardenmond aan en ligt ook op tong en lippen. De röntgenfoto’s van Dr. Pieter Witzmann tonen aan, dat - anders dan altijd werd aangenomen - dubbel gebroken bitten niet verder verwijderd van het gehemelte liggen dan enkelvoudig gebroken bitten. Zij hebben echter een belangrijk voordeel: enkelvoudig gebroken kan een bit snel als een stang werken, als te sterk aan een teugel wordt getrokken.
Bij bitten met meerdere componenten zoals dubbel gebroken bitten wordt dat voorkomen. Het middenstuk is rond of vlak (Dr. Bristol) en uit hetzelfde materiaal als de uiteinden of uit koper vervaardigd. Vlakke platen brengen het gevaar met zich mee bij druk hoogkant te gaan staan en met de hoek op de tong in te werken.
  
Gebroken bit met hefboom
Gebroken bitten met hefboom zijn bij het westernrijden gebruikelijk, vaak ter voorbereiding op het stangenbit met Shanks. Deze bitten zijn minder geschikt voor paarden die nog een sterke zijwaartse aanleuning nodig hebben, omdat de teugel normalerwijze alleen aan de onderste aanhaling wordt bevestigd. Ook in de spring-sport worden deze bitten toegepast. Daar verlopen over het algemeen de teugels van de trensenring en de teugels van de aanhaling naar de ruiter.
Bij het Pelham kan zowel het bovenste als het onderste einde van de aanhaling met een Pelhamriempje worden verbonden, zodat de ruiter maar twee teugels vasthoudt. De aanhalingen mogen bij de Pelham maximaal zeven centimeter lang zijn. Daarom kan hier geen afstandsstang aan de onderste einden van de aantrekking worden gebruikt, zoals bij deze bitten wordt aanbevolen. De stang voorkomt dat het bit draait. Een kinketting of een leren riem fixeert het bit op de lippen en veroorzaakt zo een hefboomwerking op de onderkaak.
 
Stangen zonder hefboom
Stangenbitten zonder tongvrijheid (opwelving in het middengedeelte) worden door de tong gedragen en hebben weinig contact tot de lagen. Bij gelijktijdige teugelinwerking werkt het bit mild. Eenzijdige hulpen komen te vaag aan. Te grote bitten draaien snel en drukken op een kant van de lagen en op het gehemelte.
Stangen zijn geschikt voor paarden met een vlakke kaak en zulke die gebroken bitten maar moeilijk accepteren. Het paard kan bij een stang echter makkelijk zijn tong erover leggen. Dan is een kleine tonvrijheid raadzaam. Zulke bitten liggen sterk op de lagen en maken duidelijkere hulpen mogelijk. Bij het gebruik van stangen mag het paard zijn hoofd niet te hoog dragen, anders werken deze in plaats op de lippen en tong pijnlijk in op de lippen, mondhoeken en kiezen. Het paard moet daarnaast met een subtiele hand worden gebogen, want anders draait het bit.
 
Stangen met hefboom
De aanhaling boven het mondstuk waarin de bakkenriemen worden ingehangen heet bovenboom, de aanhaling onder het mondstuk onderboom. Hoe langer en rechter de onderboom, des te scherper is het bit. Deze bitten worden met vier teugels (teugels aan de onderboom en teugels aan het mondstuk) of twee teugels aan de onderboom (blanke kandare) gebruikt.
Stangen met hefboom werken op drie manieren: bij het trekken aan de teugel beweegt de onderboom naar achteren, het gebit wordt gedraaid, de kinriem werkt in op de kingroef. Als de riem gespannen is, werkt het bit op tong en lagen, de bovenbomen oefenen druk op de nek uit.
Belangrijk is de vrijheid van de tong. Als deze maar klein is of helemaal ontbreekt, drukt het bit alleen op de tong en de hulpen worden onduidelijk. Hoe groter de tongvrijheid, des te hoger is de druk op de lagen en het gebit wordt scherper. Het paard kan het bit meer met de tong optillen om de druk op de lagen te voorkomen. Ook het gehemelte loopt dan gevaar.
 
Dressuurkandare
De dressuurkandare bestaat uit een stangenbit en een onderlegtrens. De trens maakt het stellen en buigen van het paard mogelijk, de stang zorgt voor een goede hoofdpositie. De kinketting begrenst de draaiing van het bit en leidt de druk van de nek en de mondhoeken op kin en tong. Zij moet zo hoog zitten dat de onderboom bij een aangenomen teugel een hoek van hooguit 45 graden tot de mondhoek vormt. Als ze te lang is, kan het bit niet goed inwerken en kan dit bit met tongvrijheid tegen het gehemelte aandrukken. Als ze te kort is, ontstaat een constante druk op kin en tong. Je moet een tot twee vingers tussen ketting en kin kunnen schuiven.
Lange onderbomen zijn scherper. De hulpen komen echter later bij het paard aan, zodat een onrustige hand niet elke keer stoort. Grof aan de teugels trekken kan een paard echter wel verwonden. Korte aantrekkingen werken milder, elke kleine trek komt echter direct aan. De lengteverhouding van boven- en onderbomen moet bij ongeveer 1:2 liggen. Hoe langer de onderbomen en hoe korter de bovenbomen, hoe scherper het inwerkt.