Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Problemen op de trailer

Trailerproblemen zijn nog steeds de meest voorkomende problemen waar we mee worden geconfronteerd. Dagelijks krijg ik per e-mail verzoeken tot hulp bij problemen rondom het trailerladen en/of het vervoer per trailer. Omdat de problemen zeer divers zijn, is er echter geen eensluidende behandeling aan te geven. Paarden die een traumatische ervaring hebben meegemaakt behoeven een heel andere training dan paarden die voor de eerste keer de trailer in moeten.
  
Tekst: Emiel Voest
     
Ik bekijk de traumagevallen die bij mij terecht komen altijd individueel en pas de training aan naar gelang de oorzaak en de omstandigheden. In zijn algemeenheid kun je zeggen dat het onderschat wordt wat we van onze paarden vragen. Trailerladen is voor paarden veel moeilijker en spannender dan we wellicht denken. Ik pleit dan ook altijd voor een gedegen training, om paarden stap voor stap te leren hoe ze met het fenomeen trailer om dienen te gaan. Als paarden eenmaal kunnen laden en worden vervoerd is het zaak om het trailerladen regelmatig te blijven oefenen. Als we een (soms) langere periode niet met ons paard van huis gaan is het verstandig om toch regelmatig het paard in te laden en een stukje te rijden als onderdeel van de algemene training. Hiermee behouden we de gewoonte, alle bijkomende routines en het vertrouwen van het paard.
  
Losse onderdelen
Vanwege het feit dat paarden moeilijk koppelingen kunnen maken over een wat grotere tijdspanne, is het heel goed mogelijk dat een paard dat zeer angstig is tijdens het rijden geen enkel probleem laat zien tijdens het laden. Het paard koppelt het inladen dus niet aan het rijden met de trailer. Dus moeten we ook in de training een duidelijke scheiding maken tussen de onderdelen inladen, uitladen en rijden.
 
Het in- en uitladen kunnen we ondersteunen door verschillende trainingsvormen, zoals wordt beschreven in de basistraining. Het rijden echter kan maar op één manier worden geoefend. Het verdient dan ook aanbeveling om van het rijden een echte training te maken. Denk hierbij aan kleine stukjes rijden zonder al te veel handelingen en verkeersdrukte. Neem bijvoorbeeld op een afgelegen terrein tijd en moeite om het paard op grote cirkels links en rechtsom vertrouwen en evenwicht te geven door eerst heel zachtjes te rijden op hele grote cirkels. Uiteindelijk krijgen we in het verkeer steeds meer met relatief kleine rotondes te maken.
Bij ons blijkt elke keer weer dat het rijgedrag van de chauffeur een grote rol speelt in het vertrouwen van het paard gedurende de rit.
  
Basistraining
De basistraining voor trailerladen heeft in grote mate te maken met duidelijkheid van de eigenaar en gehoorzaamheid van het paard. Dit wordt geoefend door middel van grondwerk aan de hand. Allereerst zijn daar de basisoefeningen zoals leiden, halthouden en achterwaarts gaan. Deze oefeningen trainen we eerst in een veilige, besloten omgeving zoals een binnenbak. Als zowel de eigenaar als het paard precies weten wat ze moeten doen, kunnen we de omgevingsfactoren veranderen. Denk hierbij aan werken met meerdere paarden tegelijk in de bak of werken op verschillende plaatsen op het erf of daarbuiten. Hoe meer verstoring, des te beter het is voor de training. Belangrijk hierbij is dat het paard door de oefeningen uit te voeren de gewoonte ontwikkelt om onder allerlei verschillende omstandigheden op de eigenaar te blijven letten.
  
Hindernismateriaal
De volgende stap is het gebruik van hindernismateriaal. Hoewel er enige gelijkenis is met bijvoorbeeld een ‘schrik- en obstakeltraining’, gebruiken we in deze training voornamelijk hindernissen die iets met de trailer te maken hebben. Als we de trailer eens nauwkeurig bekijken, dan bestaat deze uit een aantal verschillende onderdelen. Allereerst moet het paard leren lopen op een andere ondergrond, dit begint al bij de klep en zet zich door in de trailer zelf. Daarnaast heeft de trailer een vrij laag dak en als het schot gesloten is, komt het paard terecht in een zeer kleine ruimte. Deze drie gegevens kunnen we nabootsen met hindernismateriaal:
 
1. Andere ondergrond
Voor de andere ondergrond kunnen we trainen met een groot plastic zeil op de grond maar ook met een (veilige) houten ondergrond. Ik gebruik hiervoor bijvoorbeeld een houten brug die zo’n twintig centimeter van de grond ligt, deze is gemaakt van zeer stevig materiaal. Van deze ‘brug’ kan ik verderop in de training nog een ‘wip’ maken om een bewegende ondergrond te trainen. Ook houten schotten zoals weleens voor de hoefslagkering worden gebruikt voldoen uitstekend.
 
2. Trailerdak
Om het paard te laten wennen aan het lage dak maak ik gebruik van een zogenaamd ‘vliegengordijn’ Deze bestaat uit een slierten gordijn waar het paard doorheen moet lopen. De slierten en de boog zijn vele malen spannender dan het dak van de trailer en zodoende wordt de trailer straks een veel simpelere oefening.
 
3. Kleine ruimte
De kleine ruimte bouw ik na met springmateriaal. Ik bouw een oxer waar het paard in de lengte tussendoor kan lopen. Aan weerzijden hang ik grote zeilen over de balken. Het paard moet in de training zowel door blijven lopen als stilstaan in de hindernis en ook achteruit weer uit de hindernis lopen.
  
Doel van de training
Het idee van deze basistraining is dat we onderweg problemen tegen komen omdat het paard naar alle waarschijnlijkheid niet alle hindernissen probleemloos zal nemen. Het oplossen van deze problemen moet bijdragen aan het ontwikkelen van vaardigheden die we nodig hebben voor het daadwerkelijke laden in de trailer. We trainen hier dus zowel de eigenaar als het paard. Tijdens het oplossen van deze problemen kan het paard nergens de (negatieve) link leggen met de trailer. Als we in de training zo ver gevorderd zijn dat we alle moeilijkheden goed hebben kunnen oplossen, is het tijd om de trailer in de training te introduceren.
  
De trailer
De trailertraining op zich bestaat uit verschillende stappen. De eerste training met de trailer bestaat uit het (in)laden en vervolgens weer uitladen van het paard zonder direct te rijden. Ik gebruik altijd een tweepaardstrailer die meer dan groot genoeg is voor het te laden paard. De grootste nadruk ligt op het controleren van het paard over het gehele traject. Als het paard de trailer inloopt is de volgende stap dat ik het paard onderweg op elke plaats stil kan zetten en vervolgens zowel vooruit als achteruit kan laten gaan. Dit zorgt voor vertrouwen in elke stap. Ook het stilstaan in de trailer zonder de buis te sluiten is een onderdeel van dit stappenplan. Het achterwaarts uitladen gaat ook weer met controle over elke pas. Ik laad paarden altijd uit tot ongeveer twee meter achter de klep, dit om te voorkomen dat er de gewoonte ontstaat om te stoppen met uitladen als het paard nog met de voorbenen op de klep staat. Op die manier loopt het paard alsnog het risico om van de klep te ‘vallen’.
  
Het sluiten van de buis doe ik in het begin slechts heel kort. Met name het openen van de buis mag niet het signaal voor het paard worden om achteruit te lopen. Ik laat, nadat de buis is geopend, het paard nog minimaal tien tellen laten staan om hem vervolgens met de hulp van de eigenaar achterwaarts te laten gaan. Nogmaals: voorkom de associatie tussen het geluid van de buis en het achterwaarts gaan!
  
Laden met twee personen
Het laden werkt het meest ideaal als het door twee goed op elkaar ingespeelde personen wordt gedaan. De taak van de persoon die buiten blijft staan en dus achter het paard werkt is uitsluitend ondersteunend aan degene die het paard aan de voorkant laadt. De eventuele drijvende hulp aan de achterkant wordt alleen gegeven als het paard zich in een tegengestelde beweging verzet tegen de hulp van de begeleider aan de voorkant. Dus (belangrijk!) degene aan de achterkant drijft het paard niet de trailer in! Als hulpmiddel bevestig ik graag twee extra lange lijnen aan de zijkanten van de trailer, dit is om het paard aanleuning te geven om richting de ingang van de trailer te lopen. Ik gebruik de lijnen echter nooit om het paard naar binnen te trekken.