Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Het juiste stalklimaat

Luchtwegaandoeningen komen geregeld voor bij paarden. Longproblemen worden in eerste instantie veroorzaakt door besmettingen met virussen, bacteriën of schimmels, die voorkomen in stallen waarin de stallucht onvoldoende ververst wordt. Door te zorgen voor een juist stalklimaat, kunnen veel longaandoeningen worden voorkomen.
 
Tekst: Dagmar Barkmann / Foto’s: KBTL, www.slawik.com, Nelskamp/Schermbeck, Holger Schupp

 
Julia heeft het ijskoud, ondanks haar dikke jas. Geen wonder, in de rijhal zijn de temperaturen rond het vriespunt. Het waait voortdurend een beetje. Daar helpt maar één ding tegen: flink aan het werk. De paardeneigenaren zijn niet zo blij met deze lage temperaturen, maar je hoort niet één paard hoesten. De pony van Sabine echter staat in een heel ander soort stal, namelijk een omgebouwde koeienstal. Na de ombouwwerkzaamheden heeft de boer er chique kant-en-klare boxen ingezet. Maar als Sabine de stal in komt, lijkt ze tegen een muur van vochtig warme stank aan te lopen. Ze krijgt een bijtende lucht in haar neusgaten. In de bomvolle stal is het zeker 15 graden boven nul – en dat terwijl het buiten vriest. Als de neonlampen aangaan, valt er een druppel op haar neus: condenswater. Dit kan toch niet gezond zijn?
 
Paarden zijn in hun ontwikkelingsgeschiedenis nooit holbewoners geweest. Op de kale steppen hadden ze een overvloed aan licht en frisse wind en leefden ze in een constant wisselend klimaat. Daarom kunnen ze zich ook uitstekend aanpassen. Hun thermoregulatie werkt uitstekend, paarden reguleren temperatuurschommelingen zelf. Ze hebben geen tropisch klimaat nodig op stal – daar worden ze alleen maar ziek van. En hoe! Bij bijna tachtig procent van alle paarden die in een binnenstal staan, wordt schade aan de longen geconstateerd. Bij een derde van de paarden die niet meer gereden worden, zijn chronische luchtwegaandoeningen het gevolg. Deze afschrikwekkende getallen laten zien hoeveel er mis kan gaan wanneer het stalklimaat niet in orde is. Dat kan ingenieur Jürgen Lamp alleen maar beamen: "Het ontbreekt meestal aan voldoende licht en toereikende luchtcirculatie”, vertelt hij. Lamp ziet regelmatig stallen die letterlijk ‘geen lucht meer krijgen’. "Bij het houden van paarden kan nog veel verbeterd worden”, vindt hij. De lichtinval per paard dient minstens een vierkante meter te bedragen. De staltemperatuur moet, ook in de winter, min of meer gelijk zijn aan de buitentemperatuur. Bovendien eisen vaklieden een luchtvochtigheid van zestig tot tachtig procent en een luchtcirculatie van minstens 0,1 m per seconde. Ter vergelijking: mensen vinden tocht al snel storend en bij 0,2 m per seconde op je werkplek zou al je een klacht kunnen indienen. Paarden daarentegen ervaren tocht pas als de luchtbeweging 0,4 m per seconde bedraagt.
"Wat wij mensen als tocht voelen, vinden paarden niet storend”, benadrukt Jürgen Lamp. In tegendeel: als de wind vlak op hun lichaam waait, stimuleert dat hun thermoregulatie. "Kijk maar naar een paard dat buiten staat, die gaat echt tegen de wind in staan”, constateert hij. Paarden vinden het wel vervelend als slechts een klein deel van hun lichaam in de kou staat. In dat geval werkt de thermoregulatie namelijk niet.
 
Gesloten box of open stal?
"Er is al heel veel verbeterd waar het gaat om het juist houden van paarden”, vindt dierenarts Dr. Lutz Ahlswede. "Vooral in een nieuw te bouwen stal kijkt men tegenwoordig steeds beter naar de paardvriendelijke bouwvoorzieningen.” Het zijn volgens Ahlswede vooral de oude stallen met hun dichte betonnen boxen, die voor veel problemen zorgen. "Daar komt onvoldoende frisse lucht binnen, bovendien wordt de ‘gebruikte’ lucht niet afgevoerd. En dat is gelijk de grootste oorzaak waarom veel paarden chronische schade aan hun longen oplopen.” Jürgen Lamp vult hem aan: "In deze gesloten boxen is geen thermiek, zoals het geval is in varkens- of schapenstallen. Deze dieren hebben relatief korte benen en geven het grootste deel van hun warmte op grondniveau af. Daardoor verwarmt het stro en de stank van ammoniak en zwavelwaterstof trekt naar boven.
Bij paarden ligt het belangrijkste deel van de warmteafgifte circa een meter boven de grond. Daarom blijven de grond en het stro koud. De opstijgende gaslucht trekt daarmee niet automatisch weg en het stalklimaat lijkt op een schoenendoos met luchtgaatjes.” Als de luchtvochtigheid bovendien ook nog eens hoog is, neemt de stank alleen maar toe. Immers, ammoniak bindt zich aan waterstof. Geen wonder dat Sabine bij binnenkomst in de stal direct geen lucht meer kreeg. Maar denk ook eens aan de gevolgen voor haar pony! Al bij een ammoniakgehalte in de lucht van 0,003% raakt het immuunsysteem verzwakt en is dampigheid een te verwachten logisch vervolg. Als de kooldioxide concentratie in de stal bij 0,2% ligt, heeft dat gevolgen voor de zuurstofopname met als consequentie dat het paard traag en loom wordt. Ter vergelijking: op je werkplek mag de concentratie van dit gas maximaal 0,5% zijn. Bij zwavelwaterstof wordt een en ander pas echt gevaarlijk. Als deze concentratie hoger ligt dan 0,04%, ontstaat een levensbedreigende situatie. Om schade aan de paardenlongen te voorkomen, moeten de stallen dagelijks worden uitgemest. Bovendien moet voor een goede luchtcirculatie worden gezorgd, want behalve de stoffen die bij het opslaan van ruwvoer en bij het vegen en schoonmaken vrijkomen, moet er een behoorlijke hoeveelheid vocht verwerkt kunnen worden.
 
Luchtcirculatie

Een paard geeft in drie uur een liter vocht af en dat betekent dus acht liter vocht per paard per dag. Daarom gebruikt men in oudere gebouwen vaak speciale ventilatoren en luchtcirculatiesystemen (drukbeluchting) om het vocht af te voeren. In een goed gebouwde stal werkt de luchtcirculatie alleen al met behulp van eenvoudige zwaartekrachtbeluchting, waarbij de koude, dalende lucht de warme, opstijgende lucht verdringt. Vooral in een open stal lukt dat uitstekend. Dit levert overigens nog meer voordelen op: extra licht en extra lucht op stal. Om overmatige tocht te voorkomen, kunnen kunststof netten tegen de wind of kunststoffen lamellen worden opgehangen. 
 
Zo herken je een slecht stalklimaat:
•  Condenswater op de ramen, wanden en het plafond.
•  Een scherpe ammoniaklucht.
•  De lucht lijkt stil te staan.
•  Een vochtig-warm tropisch klimaat.
•  Het is op stal duidelijk warmer dan buiten.
•  Het tl-licht is in de winter overdag altijd aan.
•  Kleding en leer voelen vochtig aan.
 
Zo voorkom je een slecht stalklimaat:
•    Houd deuren en puien open.
•    Veeg alleen dan als de paarden buiten staan. Dat geldt ook voor het opschudden van het stro.
•    Maak de vloer met een gieter nat voordat je veegt.
•    Maak de stallen dagelijks schoon.
•    Zorg voor luchtkieren in gesloten boxenmuren en -deuren.
•    Let er op dat het ruwvoer van goede kwaliteit is en stofvrij is, maak het desnoods nat.