Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

De valkuilen van groepsstalling

In de wintermaanden krijgen veel groepsstallen het zwaar te voorduren. Het weer belast de bodem en het einde van het weideseizoen dwingt de paarden om samen te leven in een kleine ruimte. Wat zijn de voordelen van groepsstalling? En welke valkuilen liggen op de loer?
 
Tekst: Kerstin Deeken / Foto’s: PR, www.pferdefotoarvhiv.de

 
Na een lange buitenrit in de ijzige kou heeft Melanie Rothenburger maar één wens: een warme douche en een luie avond op de bank. Maar haar Welsh pony Candy heeft absoluut geen zin in een knusse avond op stal. Hij wil lekker met zijn vriendjes een flinke portie hooi knabbelen en buiten ronddollen. Candy woont met vijf andere paarden in een open stal. Waar wij mensen het liefst in een beschermde en besloten ruimte verblijven, vindt een paard een kudde met voldoende bewegingsvrijheid veel aantrekkelijker, mits de open stalling goed georganiseerd is.
 
In de winter zie je de fouten die bij de bouwplanning gemaakt zijn, het duidelijkst. Zo wordt de paddock al gauw een groot modderbad als je voor een verkeerde toplaag voor de bodem hebt gekozen. Bovendien zijn de weides in de winter maar beperkt bruikbaar en staan de paarden vaker in de open stal dan in de zomer. Als het geheel dan niet goed is georganiseerd, kan de winter voor paarden die een lagere plek in de rangorde innemen, echt een beproeving worden. Om dat te voorkomen, heb je om te beginnen veel ruimte nodig. Een goede richtlijn hierbij is vijftig vierkante meter per paard als minimum ruimte aan te houden. Kies echter liever voor tweehonderd vierkante meter per paard, zodat je paard ook een galoppasje kan maken.
 
Hoe meer paarden in de groep worden gehouden, hoe kleiner het minimale aantal vierkante meters per dier vaak is. Echter, nog belangrijker dan de grootte van het terrein, is de paardvriendelijke organisatie van het geheel. "In een open stal mogen geen obstakels of doodlopende paden zijn”, benadrukt Thorsten Hinrichs, eigenaar van Hit-Aktivstall in Weddingstedt. Een open stal moet meerdere uitgangen hebben, zodat een paard dat zich in ‘de hoek gedreven’ voelt, kan vluchten. Ruimteverdelers zorgen voor grotere mogelijkheden voor het paard om zich terug te trekken. Hinrichs gebruikt daarvoor boomstammen, waar een paard in noodgevallen overheen kan springen. Een ander voordeel van ruimteverdelers is dat de paarden gedwongen worden zich te bewegen. Op deze manier wordt zelfs de weg naar het voer en de drinkbak verlengd. De loopstal werd geboren!
 
Voldoende beweging
"Het is goed om ervoor te zorgen dat het voer en de waterbak buiten ver uit elkaar staan”, vertelt Sigrid Koch, eerste voorzitter van het Duitse Laufstall-Arbeitsgemeinschaft. "De stal dient vooral als mogelijkheid voor paarden om zich terug te kunnen trekken en als rustruimte.” Om ervoor te zorgen dat alle paarden in het slaapgedeelte ook echt rust krijgen, moet dit compartiment in een loopstal minstens zes vierkante meter per paard beslaan, in de open stal zelfs negen meter. Bovendien mag de ondergrond niet ‘eetbaar’ zijn. Het is namelijk gauw gedaan met de rust, wanneer een hoger in rang staand paard juist op die plek wil eten waar al een ander paard ligt. Daarom mag slechts een deel van het ligcompartiment opgestrooid zijn. Karen Wingerath, eigenaresse van een loopstal, heeft het hele stalgebouw uitgerust met rubberen drainagematten. "In de tien jaar dat onze stal nu bestaat, hebben we talrijke ‘bodemsoorten’ uitgeprobeerd”, licht de 38-jarige paardentrainer toe. "Deze matten zijn de meest hygiënische oplossing. Bovendien hebben ze naar onderen toe een warmte-isolerende functie, waardoor ze goed worden geaccepteerd door de paarden.”
 
Paarden plassen niet graag op een gladde bodem (ze houden niet van gespetter tegen hun benen). Daarom hebben de paarden van Wingeraths geleerd op een ingestrooide vlakte buiten de stal te plassen. Een goede oplossing, want dit verlaagt het ammoniakgehalte in de stal. Behalve een hooiruif beschikken de paarden over een stroruif. Bovendien hebben ze nog meer ligplekken in de grote zand-paddocks. Om van de stal naar het ‘paardentoilet’ en de voerplaatsen te gaan, moeten de paarden enkele meters afleggen. Door de diverse functiedelen van het terrein wordt de kudde steeds weer uit elkaar gehaald en daarmee voorkom je onrust. "Sommige paarden leggen op die manier wel tien kilometer per dag af”, licht Karen Wingerath toe.
 
Harmonie
Behalve de onderverdeling in functiedelen en mogelijkheid voor alle paarden om zich terug kunnen trekken, is de manier van voeren erg belangrijk voor de harmonie binnen een groep. Om simpelweg een emmer voor elk paard neer te zetten, is niet echt bevorderlijk voor een vreedzame samenleving. "Bij kleinere groepen kun je de paarden nog aan de voederplaats vastzetten”, verklaart Thorsten Hinrichs. "Bij grote groepen adviseer ik computergestuurde voederstations waar de paarden, beschermd tegen hun hongerige vrienden, ongestoord hun individuele portie voer krijgen.” De paarden van Karin Wingerath kunnen dagelijks tot wel twintig porties op hun eigen plek ‘afhalen’. Dankzij een geïmplanteerde chip herkent de machine het paard en biedt hem zijn individueel samengestelde voer aan. Een chip aan het halster of aan een halsband wordt afgeraden vanwege het gevaar op blessures. Als je handmatig voert, zijn aparte, gescheiden staanders prima om voedernijd te voorkomen.
 
Op plaatsen waar paarden worden gevoerd is een betonvloer raadzaam, omdat deze makkelijk schoon te houden is. Vaak mesten de paarden hier en voederresten belanden ook op de grond. Op een groot deel van de gebruikte oppervlakte, zoals bij de ingang van het stalgebouw, heeft Karen Wingerath ecoraster matten aangebracht. "Deze rubberen matten, die met een slijtlaag van split worden gevuld, kunnen eenvoudig worden gereinigd en ze zijn niet zo hard als beton”, licht Wingerath toe. Het grootste deel van het terrein is evenwel zandbodem, waar paarden naar hartenlust kunnen rollen. Verschillende soorten bodems zorgen ervoor dat de paarden goed zonder ijzers kunnen lopen. "Als het hele terrein is bestraat, is dat weliswaar makkelijk schoon te houden, maar de slijtage van de hoeven is groot”, licht Sigrid Koch toe. "Veel afwisseling in bodems komt de stimulering van het hoefmechanisme ten goede.” De dertig paarden van Karen Wingerath lopen – op een uitzondering na – allemaal  zonder ijzers. Paarden zonder ijzers hebben minder last van sneeuw en ijs. Onder de ijzers kunnen namelijk sneeuw- en/of ijsklompen blijven kleven, wat tot gevaarlijke uitglijders kan leiden. Normaal gesproken kunnen onze vierhoevers veel beter met sneeuw en bevroren ondergrond omgaan dan dat we denken. Ze hebben heel snel in de gaten of ze wel of niet kunnen rennen. Op een betonbodem moet echter wel gestrooid worden. Karen Wingerath raadt lavazand aan, omdat strooizout slecht is voor de hoeven. En ook de waterbakken moeten goed tegen het koude weer bestand zijn. Er bestaan vorstveilige en verwarmde zelf te reguleren waterbakken of vorstvrije bakken met een deksel.
Ook in de winter zou de stal meerdere open toegangen moeten hebben, om een gelijkmatige luchtcirculatie te waarborgen. Een afdakje biedt bescherming tegen de regen. Maar al deze bouwtechnische snufjes helpen niet als een nieuw groepslid niet goed integreert. En voor de introductie van nieuwe paarden in de groep is de winter helaas niet de beste tijd.
 
De tijd die een paard nodig heeft om te wennen aan zijn nieuwe stal, kan wel tot een half jaar duren. "Je kunt het zien of een paard geaccepteerd is als hij een plek heeft gevonden om te rusten en als hij ook gaat liggen”, aldus Wingerath. Als de mogelijkheid tot terugtrekken buiten het zichtveld van andere paarden ligt, vinden ook oudere en lager in rang staande paarden een rustige plek en een dak boven hun hoofd. Want zelfs een steppedier wil in de winter nu en dan wat bescherming.