Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Het Hoefmechanisme

Een hoef is geen starre eenheid. Elke keer dat het paard zijn hoef neerzet, zet de hoef uit en trekt het zich weer samen. Dit zorgt voor een goede doorbloeding.
  
Tekst: Ilja v.d. Kasteele / Foto’s: Horses im Media/Wentscher
  
Nadine is gelukkig. Ze heeft eindelijk een nieuwe hoefsmid. Over de vorige hoefsmid was ze al een tijdje ontevreden. Hij schoof de afspraken voor nieuwe ijzers elke keer weer door, zodat haar Appaloosa merrie soms wel tien weken op haar oude ijzers liep. Bovendien brokkelden de hoeven elke keer weer af en zagen ze er in de buurt van de verzenen slecht uit. “Geen wonder”, vertelt de nieuwe hoefsmid. “De ijzers waren veel te klein en hebben daarom het hoefmechanisme geblokkeerd.”
  
Goed doorbloed
Het hoefmechanisme heeft twee belangrijke taken: het werkt schokabsorberend voor de stoten die bij elke stap op de benen inwerken en het zorgt voor een goede doorbloeding van de hoeven. Normaal gesproken is dat de taak van de spieren, omdat deze druk uitoefenen op de aders en het bloed op deze wijze tot de volgende aderklep transporteren. Dit werkt net zo als een deur: die gaat naar een kant open, laat het bloed door en gaat dan weer dicht, zodat het bloed niet terug kan vloeien. De spieren reiken bij een paard echter maar tot het voorvoet-, wortel- en spronggewricht en houden daar gewoon op. Alleen de pezen, ligamenten en aders lopen door tot in de hoef zelf, waardoor de hoef goed wordt doorbloed. De aders zorgen voor een dicht netwerk dat bestaat uit piepkleine bloedvaten, de haarvaten, die in en rondom het hoefbeen liggen en de hoef van verse voedingsstoffen voorzien. De aders voeren de afvalstoffen af. De voorziening van zuurstof en voedingsstoffen verbetert niet alleen de hoornkwaliteit, de hoorn groeit ook sneller en blijft veerkrachtiger.
  
Het hoefmechanisme kan alleen bij beweging zijn werk doen. Paarden die weinig beweging krijgen, zijn dus in het nadeel. Vaak hebben deze paarden slechtere hoeven dan hun soortgenoten die bijvoorbeeld veel weidegang krijgen. Met elke stap verandert de hoef namelijk van vorm, het compenseert op die manier een groot deel van de druk die op de hoef inwerkt. Net voor de hoef wordt opgetild is die druk trouwens het grootst. Daarbij wordt de hoefwand bij de toon nauwer. De hoef verbreedt in de richting van de zool en in de richting van de ballen van de hoef, zodat de straal contact met de grond krijgt. Terwijl de voorste helft van de hoefwand star blijft, wordt de wand tussen de kroonrand boven de verzenen en de zool wijder. En wel vanaf het breedste gedeelte van de hoef.
  
Vijf harten
Daarom mag wel aan de voorkant van deze denkbeeldige lijn worden genageld, maar nooit daarachter. Anders zou namelijk het hoefmechanisme worden verstoord. Hoe sterk die krachten zijn, kun je makkelijk aflezen aan een gebruikt ijzer: aan de takken heeft de wijder wordende en weer vernauwende hoef een gleuf in het metaal gesleten. Dit wijder worden gebeurt meer op harde grond dan op zachtere bodem, zo is uit metingen gebleken. De straal werkt daarbij als een soort schokdemper doordat hij een deel van de energie absorbeert. Voor dit wijder worden is echter niet alleen de straal, maar ook de beweging van het hoefbeen verantwoordelijk. De regelmatige be- en ontlasting van de hoef werkt namelijk als een pomp, die het bloed transporteert. “Daarom spreek je ook over de vijf harten van een paard”, vertelt de hoefsmid van Nadine. “Het hart plus de vier paardenhoeven.”
  
Doorbloeding
Met elke stap worden de
hoefballen en de straalkussens
(bruine pijlen) samengedrukt
en de beide verzenen (witte
pijlen) naar buiten gedrukt.
Op die manier wordt het bloed
net als met een pomp
getransporteerd.
  
  
Spieren
De spieren zorgen voor een
goede doorbloeding.
Ter hoogte van het
karpaal- en spronggewricht
heeft een paard echter alleen
maar pezen en ligamenten.
Hier zorgt het hoefmechanisme
voor de nodige toevoer van
bloed.