Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Tandproblemen: gezondheid begint in de mond

Onverklaarbare temperatuurschommelingen, steeds terugkerende kolieken, blokkades in de rug. Veel ziekten kunnen veroorzaakt worden door een ongezond paardengebit.
  
Tekst: Kerstin Philipp / Foto’s: Ilja v.d. Kasteele, Privat, Alessandra Sarti, Angelika Schmelzer, www.arnd.nl, www.slawik.com
  
Een paard heeft gemiddeld maximaal 25.000 kauwbewegingen nodig om een dagelijkse portie hooi van zeven kilo op te peuzelen. Maar afhankelijk van hoe een paard wordt gehouden, kan hij zelfs tot 50.000 kauwbewegingen moeten maken. Daarvoor heeft hij sterke en gezonde tanden nodig. Gebitsproblemen kunnen het hele organisme van het paard uit evenwicht brengen. Onverklaarbare, plotseling de kop opstekende ziektesymptomen zijn regelmatig te herleiden naar gebitsaandoeningen. “Storingen in de spijsverteringsorganen zijn vaak het gevolg van gebitsproblemen ”, aldus dierenarts Klaus Kimmich, onder andere gespecialiseerd in de behandeling van paarden. “Onvoldoende kauwen of malen van het voer kan leiden tot koliek of diarree.”
De voorvertering van voedsel vindt doorgaans plaats in de mondholte. Hiervoor is voldoende speeksel nodig. Alleen dan glijdt het voedsel makkelijker door de slokdarm en kan het maagsap eenvoudig in het voedsel dringen. Goed kauwen en het traag opnemen van voedsel zorgen voor een betere vertering.
Speeksel bevat belangrijke bicarbonaten die het maagzuur neutraliseren en die de maagwand beschermen. Als er niet genoeg speeksel wordt aangemaakt, kan dat leiden tot een teveel aan maagzuur, wat uiteindelijk een maagzweer tot gevolg kan hebben. Bovendien profiteert het paard te weinig van het voer. Hij eet weliswaar voldoende, maar het lichaam kan de voedingsstoffen niet opnemen. De reden: als het ruwvoer niet voldoende fijngemalen wordt, is de darmwand niet in staat om een goede bacteriële spijsvertering tot stand te brengen. In zo’n geval zie je vaak lange hooivezels en hele graankorrels in de mest.
  
Kauwcyclus
Paardentanden dienen jaarlijks twee tot drie millimeter te slijten. Ter compensatie van deze slijtage schuiven de tanden vanuit de tandvakken steeds naar boven. Dit in tegenstelling tot het menselijke gebit dat, als het eenmaal gewisseld is, niet meer verder groeit. Het wilde paard had deze groeiende tanden hard nodig voor het harde steppegras dat hij met zand en stenen fijnmaalde.
Een wild paard gebruikt zijn gebit ongeveer achttien uur per dag voor het vergaren van voedsel. Maar het voedingspatroon van onze paarden is totaal anders. Flinke porties krachtvoer en maaltijden met weinig ruwvoer zorgen voor korte eetperiodes met maar weinig kauwbewegingen. Het gebit slijt op deze manier niet meer gelijkmatig af, met gebitsproblemen als gevolg.
De kauwcyclus van het paard bestaat uit drie fases: de openingsfase (de onderkaak wordt van de bovenkaak losgemaakt), de sluitingsfase (de onderkaak beweegt zijwaarts en naar boven) en de krachtfase (de onderkaak beweeg zijwaarts terug in de centrale positie om het voer tussen de kiezen te vermalen). Daarna beweegt de kaak weer terug in de oorspronkelijke positie. Bij het grazen volgt de paardenmond deze cyclus ongeveer honderd keer per minuut. Bij hooi is dat nog maar zeventig keer. Het vezel- en vochtigheidsgehalte van het opgenomen voer bepaalt het zijwaartse uitwijken van de tanden. Hoe droger het voer, hoe geringer de beweging van de onderkaak.
Gras kan vanwege het hoge vochtgehalte makkelijker worden vermalen, paarden vertonen dan een grotere, zijwaartse kauwbeweging. Bij krachtvoer is de zijwaartse kauwbeweging het kleinst. Daarom gebruiken paarden met weidegang hun tanden vaak beter en gelijkmatiger dan hun soortgenoten die op stal staan en alleen maar hooi en krachtvoer eten.
  
Symptomen
Als het paard pijn heeft in zijn mond, wordt het kauwen verstoord. Hierdoor ontstaat een ongelijkmatige slijtage. Een vicieuze cirkel. Problemen bij het kauwen kunnen gevolgen hebben voor de gehele stofwisseling van het paard en daarmee voor belangrijke lichamelijke functies. Behalve de spijsvertering kunnen ook de bloedsomloop, de energiehuishouding en de orgaanfuncties verstoord raken. “Ontstekingshaarden in de mond of kaak kunnen leiden tot koorts, moeheid en een algemeen verminderd welzijn van het paard”, aldus Klaus Kimmich. “Het paard levert daardoor minder prestaties en ondanks behandelingen raakt het paard niet fitter, totdat het gebitsprobleem wordt herkend.”
Het gevaar is groter als ook nog eens het immuunsysteem van het paard sterker belast is. “In de winter kunnen gebitsproblemen grotere gevolgen hebben. Veranderingen van weer, de ruiperiode, verandering van voer en overgang van weide naar stal kunnen het organisme behoorlijk belasten en het paard gevoeliger maken voor infecties”, vertelt Kimmich. Daarnaast kunnen paarden gras beter verwerken dan ruw- of krachtvoer. Zo kunnen door het gebit veroorzaakte problemen buiten het weideseizoen sterker zijn en sneller duidelijk worden. Bovendien kan een paard ook last krijgen van spierspanningen of blokkades in zijn hele lichaam als gevolg van gebitsproblemen. Zelfs kreupelheid is terug te voeren op uiterst pijnlijke ontstekingsprocessen of foutieve stellingen van het gebit. “Spanningen rondom de hals spreiden zich verder uit naar de paardenrug en de ledematen en kunnen zelfs kreupelheid veroorzaken”, aldus Kimmich.
Symptomen van gebitsproblemen kunnen zijn: een stinkende adem of een paard dat aarzelend eet en proppen voer vermengd met speeksel uitspuugt, zich lijkt te verzetten tijdens het rijden of hij slaat met zijn hoofd, ook zwellingen rondom de kaak en de wangen zijn symptomen.
  
Een ander symptoom is vergroting van de oorspeekselklier. Deze klier produceert dagelijks tot vijftien liter speeksel en speelt dus een belangrijke rol bij het eerste verteerproces van het voedsel in de mond. Bij gebitsproblemen kan de speekselproductie onvoldoende zijn met spijsverteringsproblemen als gevolg. Daarnaast kunnen gebitsproblemen ook bijholteontstekingen met of zonder pushoudende nasale uitvloeiing veroorzaken.
Vaak voorkomende problemen in het paardengebit zijn: scherpe tandhoeken, het ontstaan van punten of haken die in de buurt van de kiezen tot pijnlijke wonden in het wangslijm kunnen leiden evenals ongelijkmatige kauwvlaktes zoals het trap- of golfgebit. Dergelijke verkeerde stellingen bemoeilijken het kauwen en kunnen leiden tot schade aan de kaakgewrichten. Dat komt omdat de cirkelvormige kauwbeweging van de paardenmond bemoeilijkt wordt en de druk op het gewrichtskraakbeen van de kaak voornamelijk op één plek plaatsvindt. Bovendien kunnen aangeboren verkeerde stellingen van het gebit, zoals een onbehandelde over- of onderbeet, aanzienlijke problemen veroorzaken.
 
Het gebeurt geregeld dat er doppen van het melkgebit blijven zitten waardoor het doorbreken van het permanente gebit bemoeilijkt wordt. Normaalgesproken worden de tandkappen door de blijvende tanden naar buiten gedrukt. “Als deze doppen blijven zitten en op de kiezen van de onderkaak drukken, kan de druk van de tegenoverliggende tanden niet over alle kiezen van de onderkaak worden verdeeld. Er ontstaat een drukconcentratie op de dop van de verhoogde tand of kies”, licht Klaus Kimmich toe. “De druk op deze tand of kies neemt naar onderen toe en er ontstaan benige uitsteeksels aan de onderkaak, de zogenaamde bumps.” Tijdens het wisselen moeten deze hinderlijke doppen worden verwijderd. Ook de wolfstanden kunnen problemen veroorzaken. Normaal gesproken bevinden deze zich voor de eerste kies, meestal in de bovenkaak. Deze tanden moeten worden verwijderd, omdat het bit bij het rijden tegen deze tanden kan slaan.
Vooral als er tanden in het gebit ontbreken is een regelmatige controle bijzonder belangrijk. “De kiezen van de onder- en bovenkaak slijten elkaar bij het kauwen”, aldus Klaus Kimmich. “Als een kies ontbreekt, heeft de tegenoverliggende kies geen wederhelft waaraan hij zich kan slijten, waardoor deze steeds langer wordt, tot hij als een stempel of een beitel in het lege tegenoverliggende tandvak steekt. Een dergelijke stempel- of beiteltand verstoort de zaak behoorlijk.” Daarom moet in zo’n geval de blijvende tand regelmatig (meestal om het half jaar) worden ingekort.
Andere problemen die een paardentandarts tegenkomt zijn tandsteen of cariës. Hoe ouder een paard en hoe korter de wortel, hoe hoger het risico van wortelontstekingen. “Wortelontstekingen die met pus gepaard gaan, kunnen de kaak doen uitzetten of leiden tot het ontstaan van fistels in boven- of onderkaak”, licht Klaus Kimmich toe. De infectie zoekt in zo’n geval een uitweg via het benige tandvak en het kaakbot naar buiten toe. Op die manier ontstaat aan de buitenkant van het hoofd een opening (de fistel) waardoor ontstekingsvocht of zelfs pus naar buiten komt. Vooral bij oudere paarden moet daarom het voer worden aangepast. Kort gras is beter te kauwen dan lang, hard hooi. Buiten het weideseizoen moeten deze paarden gehakseld hooi of hooicobs krijgen. Bovendien zijn pellets eenvoudiger te vermalen dan graankorrels. Als je het voer aanpast aan de behoefte van je paard en het gebit regelmatig en zorgvuldig laat controleren, kunnen paarden ook op hoge leeftijd prima eten en kauwen.
  
Deze symptomen kunnen duiden op gebitsproblemen:
• Je paard ruikt raar uit zijn mond of neus.
• Hij heeft uitvloeiing uit zijn neus.
• Hij verzet zich tegen het bit tijdens het rijden.
• Hij slaat met zijn hoofd.
• Het paard heeft problemen met eten, hij eet langzamer dan normaal of er ontstaan proppen voer, vermengd met speeksel.
• Je paard verliest gewicht, hoewel hij normaal en voldoende lijkt te eten.
• Andere symptomen zijn zwellingen in de buurt van de kaak en de wangen.
• Er zijn langere hooisprieten en hele graankorrels in de mest te vinden.
• Maakt je paard meer speeksel aan dan anders?
• Het paard heeft diaree, slokdarmverstopping of koliek.
• Heeft je paard rugklachten?
• Is hij moe of lusteloos?
  
TIP Annemarie van der Toorn:
Voor een paard is ruwvoer heel belangrijk. Wist je dat een paard bij het eten van een kilo ruwvoer 3,5 keer meer speeksel aanmaakt dan bij het eten van een kilo bix?