Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Heeft jouw paard een gezond gebit?

Bij de gedachte aan het geluid van de tandartsboor, gaan bij veel mensen de nekharen al overeind staan. Dagen voordat we naar de tandarts moeten, zien we al op tegen het controlebezoek. En als ons paard naar de tandarts moet, zijn we niet minder zenuwachtig.
  
Tekst: Eva-Maria Recker / Foto’s: Archiv Boiselle, IMAGO, Nicole Kumpf, Cordula Sidenko, www.slawik.com
  
Helaas zijn er nog steeds veel paardeneigenaren die de noodzaak van gebitscontrole voor paarden niet inzien, die de gebitsverzorging geldklopperij vinden of die steeds vergeten om een afspraak te maken. Gelukkig is de groep mensen die wel het nut van de paardentandarts ziet, groeiende. Hierdoor kunnen veel gezondheids- en rijproblemen worden voorkomen. 
  
Wanneer het paardengebit niet regelmatig wordt gecontroleerd, kunnen grote problemen ontstaan. Toen het paard nog een steppedier was, sleten zowel zijn snijtanden als zijn kiezen door de constante wrijving regelmatig af. Tegelijkertijd schoven de tanden uit de tandvakken steeds verder naar achteren. Scherpe kanten en haken werden door kleine steentjes weggeschuurd en daarmee had het paard nooit last van snijwonden aan de tong of het tandvlees. Tegenwoordig echter brengen paarden het grootste deel van hun leven door in weides, paddocks of boxen. Het zelf zoeken naar voedsel is daarmee drastisch beperkt. De meeste paarden krijgen hooi, stro, haver en pelletvoer. Het nadeel van deze voeding is dat de snijtanden nagenoeg niet slijten. En dat kan pijnlijke gevolgen hebben. Paardentanden kunnen wel twee tot drie millimeter per jaar groeien. Met dat gegeven in je achterhoofd, begrijp je vast dat afslijting van de tanden noodzakelijk is. Wanneer de tanden te lang worden, of wanneer de ene tand of kies harder groeit dan de ander, kunnen zij het contact met elkaar verliezen. Het paard is hierdoor niet meer in staat zijn voedsel te kauwen. Vermagering is vaak het gevolg. Maar dat is niet het enige probleem: de bovenkaak van een paard is breder dan zijn onderkaak. Zonder de nodige afslijting kunnen scherpe hoeken aan de buitenkant van de bovenkaak en aan de binnenkant van de onderkaak ontstaan. De scherpe randjes kunnen wondjes in het wangslijmvlies en op de tong veroorzaken. Een ongewenste situatie.
  
De tandarts aan het werk
Een paardentandarts heeft voor zijn onderzoek en behandeling diverse hulpmiddelen en werktuigen tot zijn beschikking. Tijdens het onderzoek en het aftasten van de tanden maakt de paardentandarts gebruik van een speciale mondklem, om te voorkomen dat het paard zijn tanden op elkaar zet en kan bijten.
Voor de bewerking van het paardengebit heeft iedere tandarts of gebitsverzorger zo zijn eigen favorieten. Er zijn verschillende raspen in diverse vormen en lengtes verkrijgbaar, geschikt voor verschillende tandgroottes en tandhoeken. Maar ook roterende schijven met flexibele golven die op een motor kunnen worden aangesloten, zijn veel geziene instrumenten. Daarnaast bestaan er ook nog roterende walsfrezen die om hun lengteas draaien. Bij de walsfrezen is het belangrijk om te kijken hoe de slijmhuid wordt beschermd. Als de bescherming van het slijmvlies te ver buiten de freeskop reikt, kan de wanghuid of de tong tussen de slijmhuidbescherming en de frees komen en beschadigen. Vaak gebruiken paardentandartsen de handraspen in combinatie met een elektrisch aangedreven opzetstuk.
  
Zoektocht naar de perfecte tandarts
Het is zeker niet gemakkelijk om een goede paardentandarts te vinden. Eentje die zowel het handwerk beheerst, maar ook in staat is om de samenhang te herkennen tussen de diverse gebitsziektes. De zoektocht is waarschijnlijk net zo moeilijk als die naar een tandarts voor jezelf, die je vertrouwt en waar je niet bang voor bent.
Er zijn helaas geen kant-en-klare handleidingen om de kwaliteit van een tandarts te kunnen inschatten en beoordelen. Het is daarom raadzaam om te informeren naar de opleiding van de paardentandarts. Cursussen van een paar dagen zonder enige praktijkopleiding zijn echt niet voldoende. Een andere mogelijkheid is om de tandarts een keer bewust bij zijn werk te observeren. Hoe verricht hij zijn onderzoek? Hoe snel stelt hij een diagnose? Wat vind je van zijn manier van behandelen? En biedt hij voldoende nazorg? Gebruik je gezonde verstand. Als de tandarts een verklaring of een behandeling voorstelt die je niet zinvol lijkt, laat hem die dan ook niet uitvoeren, maar vraag om een second opinion.
  
Maar waar herken je een goede paardentandarts dan aan? Een betrouwbare paardentandarts vertelt je na het onderzoek en nog vóór de behandeling wat de behandeling gaat kosten. Hij staat altijd open voor vragen of opmerkingen van de paardeneigenaar of ruiter, die het paard tenslotte het best kent. De paardentandarts moet in staat zijn om zijn grenzen te herkennen en de eigenaar informeren wanneer hij een noodzakelijke behandeling niet kan uitvoeren. Dat geldt ook voor de lichamelijke grenzen van de paardentandarts. Als hij weet dat hij niet in staat is om kwaliteitswerk op een bepaald vlak te leveren, dan moet hij dat melden.
Belangrijk is ook de volledigheid van de behandeling. De paardentandarts moet in staat zijn om alle benodigde werkzaamheden rondom een behandeling uit te voeren. Als hij om wat voor reden dan ook zijn werk niet kan afmaken, moet hij de paardeneigenaar hiervan in kennis stellen en zijn keuze beargumenteren. Een belangrijk keuzecriterium voor een goede paardentandarts is de vraag of hij samenwerkt met andere beroepsgroepen. Vaak kan namelijk de samenwerking tussen paardentandarts, dierenarts, fysiotherapeut of andere alternatieve geneeskundige het paardenwelzijn aanzienlijk verhogen.
  
De periodiek voor een tandbehandeling is leeftijdsafhankelijk. Jonge paarden die nog moeten wisselen, tussen anderhalf en vijf jaar, moeten twee keer per jaar worden gecontroleerd. Bij volwassen paarden volstaat een controle per jaar. Daarbij moet met name gekeken worden naar de snijtanden, het contact tussen boven- en onderkaak, de mate van slijtage en haken en tandsteen. Vaak ontstaan er op deze leeftijd problemen zoals een golfgebit of trapgebit. Bij een golfgebit vormen de kauwvlaktes van de hele rij tanden een golvende lijn. Kenmerkend voor een trapgebit zijn de onnatuurlijke hoogteverschillen van de tanden. Bij paarden boven de achttien jaar zijn de periodieke controles verschillend. Afhankelijk van de gesteldheid van de tanden kunnen de periodieken korter zijn dan zes maanden omdat bij oudere paarden losse tanden een bijkomend probleem kunnen zijn. Wat een eventuele verdoving betreft: eerst moet de algemene toestand van het paard worden beoordeeld, voordat de verdoving kan worden toegediend. Zeker bij oudere paarden is dit van groot belang.
  
Vaak voorkomende problemen
Snijtanden: splinters van melktanden, een onregelmatige lijn van de snijtanden, ontbrekende, gebroken, losse of rottende snijtanden, overbeet, onderbeet.
Kiezen: scherpe hoeken en haken op de kiezen, een golfgebit, trapgebit, te steile of te vlakke kauwvlaktes, resten van melktanden in het tandvlees en kaak, ontbrekende, losse of rottende kiezen.
Lagen: wolfstanden, blinde en door het slijmvlies bedekte wolfstanden, botwrijving, losse huid over de lagen, ontstekingen van het verhemelte, doorbrekende hengstentanden, blinde hengstentanden (ook bij merries).
Overige problemen: tandsteen, ontstekingen van tandvlees of verhemelte, slechte kaaksluiting, onregelmatige tandslijtage, onregelmatige tandgroei, overbodige tanden, zweren of wonden in de paardenmond.
 
Wat is nu een goede behandeling?
Het onderzoek
• De paardentandarts vecht niet met het paard, maar wint diens bereidheid tot coöperatie.
• Het paard blijft tijdens het onderzoek relatief rustig en het werk van de paardentandarts lijkt moeiteloos te zijn.
• Het onderzoek voor de behandeling volgt in het algemeen zonder verdoving.
• De paardentandarts kan de leeftijd van het paard schatten.
De uitslag van het onderzoek
• De paardentandarts legt duidelijk en gedetailleerd uit wat hij heeft vastgesteld, hoe het probleem is ontstaan en wat hij gaat doen.
• Hij behandelt niet alleen de symptomen, maar ook de oorzaken.
• Hij houdt rekening met het algemene welzijn van het paard.
De behandeling
• De begeleidende dierenarts injecteert een geringe dosering van een verdovingsmiddel.
• Het werk lijkt eenvoudig en moeiteloos te gaan, het paard blijft tijdens de behandeling relatief rustig.
• De paardentandarts werkt precies en communiceert met het paard en probeert geen onnodige verwondingen in de paardenmond te veroorzaken.
• Hij gebruikt nauwkeurige handraspen en met water gekoelde elektrische apparatuur.
• Hij reinigt de mond van het paard en spoelt na met schoon water.
• Paard en eigenaar zijn tevreden met het resultaat: de paardenmond verkeert na de behandeling in goede staat en de problemen zijn opgelost, zodat verdere afwijkingen kunnen worden voorkomen.
Na de behandeling
• De paardentandarts toont serieuze interesse in het langdurige welzijn van het paard.
• Hij houdt ook na de behandeling contact om te informeren hoe het met het paard gaat en of zijn werk een goed resultaat heeft opgeleverd.
• Eventuele problemen worden alsnog direct verholpen.
• Het paard blijft ook bij de volgende gebitscontrole relatief rustig.
  
Tip Annemarie van der Toorn:
Het verschil tussen het speeksel van een paard en dat de mens is dat er in paardenspeeksel geen stof zit die de vertering van het voedsel al start. Bij mensen zorgt de stof amylase voor een eerste inwerking. Het paard heeft dit niet.
  
Tip Annemarie van der Toorn:
Bij het eten vanaf de grond neemt het paard zijn natuurlijk hoofdhouding aan. Hierdoor komen zijn kaken op de juiste wijze op elkaar. Bij het eten uit de bak ligt de onderkaak minder naar voren, wat haken in de hand werkt.