Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

één met de natuur

De bossen zijn de thuisbasis voor vele dieren en planten. Wanneer je je bij een buitenrit in het bos niet gedraagt en je buiten de paden beweegt, kun je de natuur veel schade toebrengen.
  
Tekst: Carola Dellmann / Foto’s: IMAGO, Ilja v.d. Kasteele
  
Midden op het met sneeuwbedekte veld staat een ree heel rustig mijn kant uit te kijken. Je zou bijna denken dat hij net zo gefascineerd is door mij als ik door hem... maar bij de ree staan al zijn zintuigen op scherp, om bij ieder teken van gevaar onmiddellijk te vluchten. Als een ruiter zijn beschermde omgeving binnendringt, betekent dat voor hem een potentieel gevaar voor zijn leven.
 
Op stal hoor ik vaak verhalen van ruiters die zittend op hun paard tot vlakbij een ree konden komen. Verwonderlijk? Nee. Een ree is alles behalve tam. Vooral in de winter hebben de inheemse dieren hun energieverbruik naar een minimum teruggebracht en daarom lijkt het alsof ze bijna tam zijn. Torsten Reinwald, persvoorlichter bij het Duitse jachtbeschermingsverband, adviseert om vooral in de winter op de paden te blijven, ook al is het nog zo aanlokkelijk om een ree zo dicht mogelijk te naderen. Dat die zich vooral in de winter vaak op kale plaatsen ophouden, ligt aan hun manier om energie te besparen. “Een edelhert telt in de zomer ongeveer zestig hartslagen per minuut, in de winter zijn dat er nog maar dertig tot veertig”, licht Reinwald toe. “En de lichaamstemperatuur zakt ook behoorlijk. Edelherten hebben normaalgesproken een temperatuur van 32 tot 37 graden Celsius, in de winter daalt die naar 15 graden. Daardoor lijken de beesten tam, maar in werkelijkheid zijn ze gewoon energie aan het besparen.” Als je edelherten opschrikt, raken ze helemaal gestrest. Dat is slecht voor de dieren en indirect ook voor de bomen vanwege de ‘schilschade’.” Reeën schillen namelijk vanwege gebrek aan voer de boomschors met hun onderkaken van de bomen af om zo nog een beetje aan hun energiebehoefte te voldoen. In stresssituaties hebben zij hier nog meer behoefte aan. Als bomen rondom worden aangevreten, kunnen er in de lente schimmels indringen en gaan ze dood. Dwars door het bos rijden is dus niet alleen slecht voor het wildbestand, maar het veroorzaakt ook nog eens behoorlijke schade aan de planten en bomen. Als je op de paden blijft, kun je dergelijke schade voorkomen.
  
Kleine sprookjesachtige paden die tussen de bomen door leiden, worden vaak ‘onderhouden’ door de jachtopzichter. Die is regelmatig bezig om kleine, uitstekende takken te verwijderen, zodat het wild niet door geluiden wordt opgeschrikt als hij zijn controlewandelingen houdt. En als het wild in de lente gaat broeden (de broed- en speentijd is vanaf eind maart) mag je niet her en der door weilanden gaan rijden. Hazen en reeën kunnen weliswaar vluchten, maar een bodembroeder zoals een patrijs legt haar eieren midden op weilanden. Die zie je vaak pas als je er per ongeluk op gaat staan, vooral in de schemering. Bovendien is de jager rond die tijd vaak op pad op zoek naar wild. Dat verstopt zich namelijk vaak vanwege de drukte overdag in het bos. Pas als het gaat schemeren, verlaat het wild zijn schuilplek. En omdat paarden vaak schrikken als ze een schot horen, is het veel beter en een stuk relaxter om niet rond die tijd in het bos te rijden. In het jachtseizoen worden bij drijf- en drukjachten vaak speciale waarschuwingsborden opgesteld. Die zou je alleen al vanwege je eigen veiligheid ter harte moeten nemen. Als je je aan deze regels houdt en het wild in het bos niet verstoort, kun je vast wel reeën zien bij je volgende buitenrit.