Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

De juiste zit tijdens de buitenrit

De verlichte zit, de remontezit, de springzit… welke houding en zit kun je het best aannemen tijdens een rit door de bossen?
 
Tekst: Gabriele Metz / Foto’s: Angelika Schmelzer, www.arnd.nl, HIM/Christiane Pinnekamp, HIM/Guni, Gabi Metz
  
De Engelsen weten het al lang: het is goed voor de paardenrug als je in verlichte zit rijdt. In de negentiende eeuw hebben zij het lichtrijden bedacht. De reden: ze wilden hun koetspaarden ontlasten. Toentertijd werd het voorste paard van de postkoets namelijk niet alleen ingespannen, maar tegelijkertijd ook bereden. Dat maakte de controle over het span een stuk eenvoudiger. Een goed idee, maar paard en ruiter kregen het er wel erg warm van. Want het traject dat ze samen moesten afleggen, was lang en zwaar. Om daarbij dan de hele tijd door te zitten, zou voor zowel het paard als de ruiter een ramp zijn geweest. Vandaar de uitvinding van het lichtrijden, ook wel ‘Engels draven’ genoemd. De oplossing werd enthousiast gekopieerd. Eerst door de Engelse jachtruiters en daarna ook door de Duitse cavalerie. Tegenwoordig kunnen we echt niet zonder. Ondanks dat je voor het lichtrijden behoorlijk goed getrainde bovenbeenspieren nodig hebt, is deze vorm van draven relatief ontspannend.
  
Verlichte zit
En er zijn genoeg gelegenheden om licht te rijden. Bijvoorbeeld bij het losrijden en ontspannen of bij het zadelmak maken van jonge paarden. Maar natuurlijk ook tijdens lange buitenritten. Daarbij kun je het best afwisselend op je rechter- en linkerhand draven om het paard gelijkmatig te ontlasten. In tegenstelling tot het lichtrijden heeft de verlichte zit een veelvoud aan namen: remontezit, verlichte zit of de zweef- of springzit. Hoewel er wel verschillen zijn tussen de diverse soorten van de verlichte zit, hebben ze allemaal één ding gemeen: het zijn allemaal mogelijkheden om de paardenrug te ontzien. Door het vooroverbuigen van het bovenlichaam wordt het ruitergewicht namelijk beter verdeeld. De bovenbenen, knieën en voetzolen nemen een deel van gewicht over en de druk van de zitknobbels op het zadel wordt minder. Zo kan het paard zijn rug gemakkelijker bol maken.
De verlichte zit is heel geschikt bij de galop tijdens een buitenrit, voor de springsport, maar ook voor het behoedzaam zadelmak maken van jonge paarden. Maar wat moet je nou concreet doen om in verlichte zit te rijden? Je maakt eerst je beugels twee tot vijf gaatjes korter. Je buigt je bovenlichaam naar voren, waarbij de buigingshoek afhankelijk is van de situatie. Bij een hoger tempo en bij het springen is hij bijvoorbeeld sterker naar voren gebogen. Je bovenbenen, knieën en je hak veren de paardenbeweging af en verdelen je gewicht. Je zitvlak blijft daarbij relatief dicht bij het zadel. Hoe hoger het tempo of hoe verder de sprong, des te hoger kom je uit het zadel. Je knieën zitten stevig tegen het zadel aan waardoor je betrekkelijk veel houvast hebt. Je onderbenen liggen tegen de singel.
Bij de verlichte zit schuift de ruiter zijn voet verder in de beugels zodat het breedste deel van de voetzool contact heeft met de beugels. Je hakken zijn laag, maar elastisch en verend. Om de zit echt optimaal aan te passen aan de uitdagingen van het terrein, is detailwerk nodig. Als het echt avontuurlijk wordt, is de op één na extreemste vorm van de verlichte zit het meest geschikt.
  
De extreemste vorm is de renzit (deze is echter niet nuttig in open terrein). Je beugels zijn drie tot vijf gaatjes korter en je voet schuift door tot het breedste deel van je voet in de beugels rust. Dat versterkt de beugeltred. Sterk gebogen knieën zorgen voor een versterkte buiging van de heupgewrichten en daarmee voor een uitgesproken flexibele en stabiele zitbasis die zich aanpast aan elke verandering van het terrein. Je bovenlichaam is lichtjes naar voren gebogen als je op een recht pad rijdt en buigt sterker naar voren als je bergopwaarts rijdt of als je springt.
De meest extreme vorm van de verlichte zit maakt een effectieve lichaamsspanning mogelijk die ook in extreme situaties voor een goede houvast zorgt. Als het terrein veeleisend is, maar nog niet echt geschikt is voor eventing, kun je de beugels twee tot drie gaatjes korter maken. Dat verhoogt trouwens ook de lichaamsspanning, zorgt voor een betere houvast en ontlast de voet-, knie- en heupgewrichten. De gematigde verlichte zit is daarmee ook geschikt voor langere afstanden, zonder dat die vermoeiend is voor de ruiter. Daarom is hij ook zo geliefd bij endurance ruiters. Zij kunnen op deze manier moeiteloos lichte tot middelzware terreinen aan.
Ook bij de gematigde verlichte zit schuift de ruiter zijn voeten iets verder in de beugel dan bij de basiszit. Niet tot aan het breedste gedeelte, maar tot net iets ervoor. Terwijl endurance ruiters het liefst in de gematigde verlichte zit kilometerslange afstanden afleggen, zijn western- en gangpaardruiters enthousiast over de Remontezit – de meest ‘beschaafde’ vorm van de verlichte zit, die in de klassieke rijleer bij de basisopleiding van het paard wordt toegepast. Daarbij zijn de beugels hooguit een tot twee gaatjes korter dan bij de basiszit. Het ruiterbeen blijft relatief lang en de knie laag. Desondanks kun je je bovenlichaam op die manier makkelijk naar voren neigen, waardoor je de paardenrug ontlast bij langere afstanden. De positie van de voet lijkt op die van de basiszit. De beugel rust net voor het breedste deel van de voet. In deze houding kun je ook lichte stijgingen en dalingen zonder moeite aan. Als je echter in heuvelachtig gebied rijdt, is het aan te bevelen om de beugels een beetje korter te maken en de volgende tips ter harte te nemen.
  
Om de paardenrug bij het stijgen en dalen te ontzien neigt de ruiter zijn bovenlichaam naar voren. Hoe ver naar voren is afhankelijk van hoe steil de heuvel is. De vuistregel luidt: hoe steiler de heuvel bij het bergopwaarts rijden, hoe sterker de neiging van het bovenlichaam. Bij het bergafwaarts rijden van zeer steile afdalingen moet het bovenlichaam lichtjes naar achteren leunen. Let wel op dat je de paardenrug blijft ontlasten. Je kunt in heuvelachtig gebied het best blijven stappen. Om bergop- of bergafwaarts te galopperen, moet de grond echt optimaal zijn. Dat geldt ook voor het niveau van de ruiter. Het paard moeten namelijk aan de hulpen blijven en het moet in een absoluut gelijkmatig tempo galopperen. Hoe elegant je de heuvels op en neer gaat en hoe goed je een dergelijk veeleisend terrein aankunt, is uiteindelijk niet alleen afhankelijk van je zit, maar ook van het zadel. De verlichte zit leidt in een dressuurzadel of een gangpaard- of westernzadel al snel tot een partij schudden met garantie op flink wat spierpijn achteraf. Wie vaak op heuvelachtig terrein rijdt, is daarom meer gebaat bij een spring- of veelzijdigheidszadel. Een veelzijdigheidszadel is een tussenvorm tussen een dressuur- en een springzadel en is het meest geschikt voor de diverse rijstijlen.
  
Zadelkeuze
Veelzijdigheidszadels zijn een goed alternatief voor ruiters die maar één zadel willen aanschaffen en die met hun paard zowel buiten in de natuur als binnen in de rijbak willen rijden. Een dergelijk zadel is echter alleen maar toereikend voor de basis. Voor hogere eisen in de dressuur- of springsport zijn speciale dressuur- of springzadels geschikter. Springzadels beschikken over kortere zweetbladen dan dressuurzadels; ze zijn meer naar voren gebouwd. Springzadels moeten zorgen voor extra houvast. Ze zijn optimaal voor de springzit, die wordt gekenmerkt door korte beugels en een verlichte zit. De ruiter komt tijdens de sprong uit het zadel om de paardenrug te ontzien. De voetgewrichten veren daarbij mee naar beneden en zorgen voor extra houvast. De springzit is trouwens ook uitermate geschikt voor terreinritten met veel hindernissen. Die kun je op deze manier moeiteloos en paardvriendelijk overwinnen.
  
Zweven of ontlasten
De zweefzit of ontlastingszit is bedoeld om de paardenrug te ontzien. Er is geen direct contact tussen het zitvlak van de ruiter en het zadel. Het zitvlak van de ruiter moet echter zo dicht mogelijk bij het zadel blijven om het evenwicht te bewaren. De ontlastingszit is handig bij buitenritten waarbij je regelmatig over hindernissen draaft, op oneffen terrein rijdt of steile afdalingen neemt. Veel beginnende ruiters vinden de zweefzit een goed uitgangspunt voor het leren draven. Zodra je kunt draven zonder direct contact, zal het lichtrijden ook steeds makkelijker worden.