Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Hoefgezondheid bij veulens

Aan hoefgezondheid bij veulens wordt door veel paardenhouders geen of weinig aandacht besteed. En dat terwijl kleine onregelmatigheden aan hun hoefjes op latere leeftijd grote gevolgen kunnen hebben. Een gesprek met hoefspecialist Klaas Feuth.

Tekst: Lieke van Zuilekom


In Nederland en België is het normaal dat veulens vrij snel de opfok ingaan. Dan wordt er nauwelijks meer naar hen gekeken, totdat ze een jaar of drie oud zijn. Misschien dat er eens per jaar een hoefsmid komt, maar behalve wat inkortwerk worden de hoefjes van de veulens niet behandeld. Hierdoor ontstaan scheefheden die op latere leeftijd niet meer te herstellen zijn”, vertelt Klaas Feuth. "Ik kom in mijn werk veel volwassen paarden tegen met verschillende voorvoeten. Paarden met een grote en een kleine voorvoet of met een weke en een stijve voet. Hoefsmeden steken veel tijd in het recht krijgen van deze hoeven. Het kost hen vaak maanden of soms zelfs jaren werk om de scheefheid te verhelpen. En soms lukt het zelfs nooit. Als de hoeven van deze paarden van begin af aan goed waren verzorgd echter, had het nooit zover hoeven komen.”

Lange afstanden, veel slijtage
"De groei van de hoeven is geprogrammeerd op de afstanden die paarden van oorsprong aflegden”, gaat Feuth verder. "Naar verloop van tijd past die groei zich aan het gebruik aan. De hoeven van een paard dat veel kilometers maakt op de harde weg, groeien harder dan de hoeven van een paard dat niet of nauwelijks wordt gebruikt.” In de natuur lopen wilde paarden tot wel dertig kilometer per dag. Pasgeboren veulens moeten meteen met hun moeder mee kunnen lopen. "En daar zijn de hoeven op berekend. Als een gedomesticeerd veulen wordt geboren, ontdekt hij dat hij helemaal niet zoveel hoeft te lopen. Als gevolg hiervan worden zijn hoeven weker. De hoeven passen zich dan langzaam aan op het leven op het zachte grasland.”
Veulens groeien ontzettend snel, vooral het eerste halfjaar. "En ook hun hoeven ontwikkelen zich. Een veulen dat twee of drie weken niet bekapt is, heeft al een behoorlijk lange wand. Bij een veulen dat twee maanden niet bekapt wordt, is die wand nog langer. In het pijpbeen bevinden zich groeischijven, die langzaam verbenen. Verbenen deze schijven zich scheef, dan zal een paard de rest van zijn leven met die scheefheid kampen. Daar kom je nooit meer vanaf.”

Huisvesting, beweging en voeding

"In mijn ogen zou de ondergrond waarop onze veulens lopen, moeten worden aangepast”, aldus Feuth. De hoeven kunnen er eigenlijk niet tegen dat ze zo verwend worden. Dat weke grasland van ons, daar zijn de hoeven eigenlijk niet op berekend. Hierdoor worden de hoeven zacht. En ze slijten nauwelijks meer.” Feuth zegt voorstander te zijn van het Paddock Paradise principe. "Voor de gezondheid van de hoeven is het goed om verschillende ondergronden aan te bieden”, vertelt hij. "Een stukje verharde, een stukje zachte en een stukje ongelijke ondergrond zorgen ervoor dat de hoeven veel beter afslijten. Bied water en hooi op verschillende plekken aan, waardoor je je veulens zo actief mogelijk huisvest. Maak hoogteverschillen. Niet alleen omdat de veulens dit leuk vinden, je ondersteunt zo ook de ontwikkeling van hun pees- en spierwerk. Bovendien krijgen veulens zo coördinatie over hun achterbenen.”Naast de huisvesting is ook de voeding van belang, vertelt Feuth. "Voer je veulen zoveel mogelijk ruwvoer, over een zo lang mogelijke periode van de dag. En probeer hem zo compleet mogelijk te voeren, om tekorten te voorkomen. Voor veulens zijn de verhoudingen calcium, magnesium en fosfor heel belangrijk.”

Win-win situatie
Elke keer als een merrie bekapt wordt, zou de hoefsmid volgens Klaas Feuth ook naar haar veulen moeten kijken. "Minimaal eens in de twee maanden, liever vaker”, adviseert hij. "Maar ik begrijp dat dit voor veel paardeneigenaren financieel niet op te brengen is. Wordt er echter een afwijking in de hoefjes geconstateerd, dan kom je niet onder vaker bekappen uit.”Het grote voordeel van vroeg beginnen met bekappen is volgens Feuth niet alleen dat problemen worden voorkomen, maar ook dat het veulen al vroeg vertrouwd wordt gemaakt met het werk dat de hoefsmid doet. "Als je pas begint met bekappen als een paard drie jaar oud is, wanneer hij net in zijn pubertijd zit, dan is het bekappen soms echt een gevecht. Er zijn hoefsmeden die hun rug hierop breken. Die vinden het echt niet leuk om met zo’n paard aan de slag te gaan.”
In zijn klantenkring behandelt Feuth de veulentjes vaak gratis. "Soms hoef ik maar een millimeter of twee van de hoeven af te raspen. Voor de eigenaar lijkt dit vaak een behandeling van niets – waarvoor hij zijn geld niet wil uitgeven – maar voor een veulen maakt dit echt een enorm verschil. Mijn klanten hebben straks paarden die goed op hun hoeven staan. Een goede promotie voor wat ik doe. En het is makkelijker werken voor mij wanneer deze paarden wat ouder worden.”