Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Wat weet jij over Hoefbeslag?

Test je kennis!

De redactie van ROS behandelt acht veelgestelde vragen over hoefbeslag.
 
Foto’s: Holger Schupp, llja v.d. Kasteele, Klaus Jürgen Guni, www.slawik.com, www.toffi-images.de.


1. Hoeveel vocht kan een hoef aan?
Dit hangt af van het soort vocht. "Een nat matras in de stal is gif voor de hoeven. Een modderige, maar schone paddock is daarentegen geen probleem”, vertelt Thorsten Mahn van de Hufakademie BESW. Vooral de zachte delen van de hoef kunnen vanwege de elastische en zachte structuren het vocht goed opnemen.
Over het algemeen passen de hoeven zich goed aan de omstandigheden aan. In zompige gebieden hebben paarden vaak brede hoeven met zacht hoorn. Harde, kleine en smalle hoeven zie je eerder bij paarden in een droge omgeving. Als een paard verhuist van een ‘droge stal’ naar een open stal met een vochtige wei kunnen er scheuren in de hoef ontstaan, omdat de hoeven zich niet zo snel kunnen aanpassen.  

2. Moet je een hoef invetten?
Niet als de vochthuishouding klopt. Een te droge hoef mist elasticiteit zodat deze de fysiologische taken van het hoefmechanisme en de absorptie van de schokken niet kan uitvoeren. Scheuren, hoorngleuven en kneuzingen kunnen het gevolg zijn.
Bij paarden die voornamelijk op stal staan, is het een optie om de hoeven in de olie te zetten of in te vetten, omdat de hoeven in deze omstandigheden niet op natuurlijke wijze, bijvoorbeeld door weidegang, vocht kunnen opnemen. Vóór het invetten moet de hoef voldoende bevochtigd worden, zodat het vocht langer in het hoorn blijft zitten. Een andere optie is ervoor te zorgen dat de hoef dagelijks tien tot vijftien minuten in de vochtige grond/modder staat.

3. Blote voeten en asfalt: sluit het een het andere uit?
Dat is afhankelijk van de hoornkwaliteit. Paarden die meestal op een droge harde bodem staan, beschikken over een vast hoorn, zodat de combinatie van blote voeten en asfalt tijdelijk geen probleem vormt. Als het hoorn daarentegen te zacht is, slijt de hoef te snel. "Let op dat de hoef niet te erg slijt”, waarschuwt Paul Hellmeier. De AANHCP (Association for the Advancement of Natural Horse Care Practices) adviseert om regelmatig van ‘ondergrond’ te veranderen, zodat de hoef zich uitstekend kan aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Hierdoor kunnen paarden op lange duur prima zonder ijzers op asfalt lopen.

4. Welke ijzers voor welke bewegingafloop?
Als het paard meer vlakke en ruime gangen heeft, is het vooral belangrijk om op het gewicht van het gekozen beslag te letten. Veel meer paarden lopen juist met hoge tred. In dit geval is het belangrijk om op de schokdempende werking van de hoefbescherming te letten, en zou een kunststof bescherming beter kunnen zijn. Daarom kun je het best je paard samen met je hoefsmid eens goed in zijn bewegingen observeren.

5. Wanneer zijn kalkoenen zinvol?
In alle gevallen waarin het paard kan uitglijden door zachte bodem. Het gebruik van kalkoenen is afhankelijk van de specifieke bodemeigenschappen en de eisen aan het paard. "Voor springpaarden en veelzijdigheidspaarden zijn kalkoenen een ‘must’, omdat de paarden anders kunnen uitglijden op grasbodems. Deze kalkoenen zijn niet alleen bedoeld voor de veiligheid van het paard, maar ook voor die van de ruiter”, aldus Paul Hellmeier, eerste voorzitter van de Deutsche Hufbeschlagschmiedeverband. Wie daarentegen geen sportieve ambities bij buitenritten heeft, heeft geen kalkoenen nodig. Het is belangrijk om af te wegen hoe groot het risico is in de desbetreffende situatie.

6. Hoe kun je glijden voorkomen?
Voor paarden zonder ijzers is glijden niet zo’n item. Voor paarden met ijzers wel. Een beslag dat net zo goed op asfalt hecht als een hoef zonder ijzers, bijvoorbeeld eentje uit kunststof of met een kunststofcoating, voorkomt glijden. Als je bergopwaarts rijdt of juist van een berg af gaat, moet je je zwaartepunt evenredig verleggen, om het paard niet te storen in zijn beweging. Bergopwaarts breng je je gewicht naar voren en ontlast je de paardenrug waardoor die zich kan bollen. Bergafwaarts ontlast je juist de voorhand en breng je je bovenlichaam iets naar achteren. Bij langere afstanden bergafwaarts kun je beter afstappen en het paard aan de hand nemen. Bergopwaarts is dat niet aan te raden, omdat je dan het paard in zijn ritme stoort (en meestal is het paard sneller dan de mens).

7. Moet je alle steentjes uit de blote hoef krabben?
Niet elk steentje veroorzaakt meteen een hoefzweer. Wie de hoef te netjes uitkrabt, krabt niet alleen het steentje weg, maar vaak ook delen van de hoornlaag. En als er dan een gat is ontstaan, is het te laat. Daarom kun je steentjes die kleiner zijn dan twee millimeter gerust laten zitten. Een gat in de witte lijn kun je relatief eenvoudig met kunsthoorn vullen. Grotere of puntige stenen moeten wel worden verwijderd, omdat deze de lederhuid kunnen beschadigen of scheuren in de hoefwand kunnen veroorzaken.

8. Welke voordelen (en nadelen) zijn er om in de winter het ijzer te verwijderen?
De hoornlaag kan zich zonder ijzer prima herstellen, de oude nagelgaten groeien uit en het hoefmechanisme kan zich goed ontplooien”, aldus Paul Hellmeier. Bovendien is het gevaar dat de sneeuw in de ijzers blijft hangen, tot ijs wordt geperst en het paard wordt gehinderd in zijn gangen een stuk minder. Maar een dergelijke afwisseling is niet bij alle paarden zo maar mogelijk, licht Thorsten Mahn van de Hufakademie BESW toe: "Paarden die jarenlang op ijzers lopen, hebben vaak vlakke zolen en de verzenen ontbreken. Als het ijzer plotseling wordt verwijderd, kunnen ze niet meer kunnen lopen. De regeneratie van de hoef zou daarvoor te lang duren.”