Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Wat weet jij over equipment?

Over de uitrusting van je paard doen veel verhalen de ronde. Maar wat is waar? En wat niet? ROS zette een aantal feiten en fabels op een rij.
  
Als het koud is, heeft een paard een deken nodig
De ideale temperatuur voor paard ligt tussen vier en tien graden Celsius, aldus dr Matthias Kuhn, dierenarts verbonden aan de dierenkliniek in Wahlstedt. Als steppedier kan een paard temperatuurschommelingen moeiteloos compenseren. Paarden beschikken namelijk over een hoog ontwikkeld thermoreguleringssysteem en kunnen zelfs temperatuursverschillen tot veertig graden verwerken. Ergo: het is niet verstandig om je paard de ene keer met en de andere keer zonder deken buiten te zetten. Dit verstoort namelijk het natuurlijke thermoreguleringssysteem van het paard. Wees daarom consequent. Bij oudere of zieke paarden of bij ijskoude, natte winters is een deken wel aan te bevelen.
  
Hoe strakker, hoe beter…
De sperriem kan nog strakker, want het paard heeft zijn mond nog steeds open staan, is een veelvoorkomende gedachte tijdens het rijden. Niet doen! Druk resulteert in tegendruk. Daarbij: de paardenmond is erg gevoelig, omdat er veel zenuwbanen door lopen. En alhoewel een sperriem ook het bit moet fixeren, is het nog maar de vraag of jouw paard dit aangenaam vindt. Natuurlijk, het kan best voorkomen dat paarden beter lopen als de riem op de juiste manier wordt gebruikt, maar extra strak trekken helpt echt niet tegen aanleuningsproblemen. Het kan ook gebeuren dat de sperriem zelf al een afweerreactie veroorzaakt bij het paard. Als hij te laag en te strak wordt gegespt, heeft dat gevolgen voor de ademhaling. Dat geldt ook voor het zogenaamde Hannoveraanse hoofdstel waarbij de bevestiging van de neusriem voor het bit een remfunctie heeft. Het doel hoeft niet per se het rijden zonder neusriem te zijn. Je kunt beter goed op de reactie van je paard letten en op die manier uitzoeken welk harnachement het best bij jouw paard past.
  
Stompe sporen zijn paardvriendelijker dan wielsporen
Fout! Als je sporen gebruikt, komen er altijd twee soorten pijn bij elkaar: oppervlaktepijn zoals een scherpe prik en traumatisering van het gebied rondom de ribben en de borst- en buikwandspieren. Dit bij elkaar zorgt voor een diepe, doffe pijn. Sporen mogen nooit constant worden gebruikt. Er kunnen dan huidplooien ontstaan die beknellingen kunnen veroorzaken. Vooral gevoelige paarden reageren snel op stompe sporen en door constante druk kan dit tot oedemen leiden. Sporen met wieltjes daarentegen zijn geen folterinstrumenten, mits ze precies en correct worden gebruikt. Controleer goed of de wieltjes niet te scherp zijn of ergens achter kunnen blijven haken. En vergeet nooit dat je sporen altijd moet verdienen, alleen een geoefend ruiter zou ze mogen dragen.
  
Een kort of lang voertouw?
De lengte van het halstertouw is belangrijker dan je denkt. Ook het allerliefste paard kan een keer een onverwachte pas opzij doen. Een kort voertouw laat je bij een sterke ruk al gauw los. Bovendien kan een kort touw een vluchtdier als een paard het gevoel geven dat hij in geval van nood niet kan vluchten en zo zijn angst versterken. Als het paard daarentegen gewoon een sprongetje opzij kan doen, zonder het gevoel te hebben vast te zitten, komt het paard al gauw weer tot rust. Westerntrainer Kay Wienrich adviseert om een touw van minstens drie meter te gebruiken. Ook de juiste haak is, afhankelijk van de situatie, erg belangrijk. Als je een paard vast moet zetten (bijvoorbeeld in de buurt van een weg), is het verstandiger om geen paniekhaak te gebruiken omdat die los kan laten en je paard er vandoor zal gaan. Bij paniekerige paarden is een dergelijke haak juist wel zinvol, omdat zij anders op de druk op hun hoofd reageren. Over de juiste haak valt te debatteren, maar niet waar het gaat om de lengte van het voertouw.
  
Vuistregel: beugellengte
Op maneges zie je nog steeds kinderen naast hun pony staan, met de vingertoppen aan het eind van de beugelriem en met de stijgbeugel onder hun oksel. Dit is een nogal vage meetmethode, immers noch mensen, noch paarden zijn gelijk in afmeting. De lengte van de beugelriem hangt niet alleen samen met de arm- en beenlengte van de ruiter, maar ook met de bouw van het paard en met het zadel. Eén mogelijkheid is om al zittend in het zadel de voeten naast de beugel te laten hangen en de lengte van de riem zo af te meten dat de punt van je voet lichtjes omhoog moet om de voet in de beugel te kunnen zetten. Dit is de algemene regel in de dressuur. Voor een buitenrit kun je de beugels beter twee gaatjes korter maken en bij het springen zelfs vier gaatjes, om er zeker van te zijn dat je de beugels kunt vasthouden.
   
Een rubber bit ontziet de paardenmond
Ja, dat is waar, maar het geldt alleen bij paarden met een goede mondactiviteit, bij paarden die het gebit goed speekselen. Zonder voldoende speeksel werkt het bit eerder als een soort gum. Een paard met te weinig speekselvorming kan zich aan zo’n bit ernstig verwonden. Daar komt bij dat het oppervlak van een rubber bit ruw is, waardoor het vocht in het bit kan trekken, wat nogal onhygiënisch is en aldus gevolgen kan hebben. Zonder speeksel droogt het bit uit en plakt en schuurt het in de paardenmond. Paarden die met een dergelijk bit worden gereden, hebben grote kans een harde mond te krijgen. Bovendien: ook de handen van de ruiter zijn van grote invloed op de inwerking van het bit in de paardenmond. Een rustige hand is dan ook erg belangrijk.
  
Peesbeschermers beschermen en steunen het been
Dr. Torben Schulze van de Paardenkliniek Burg Müggenhausen beziet de alom en veel geprezen beschermende en steunende functie van bandages en peesbeschermers kritisch. “De pees tussen de voorvoetwortel- en het hoefgewricht is een passief onderdeel van het bewegingsapparaat. De trekbelasting verloopt in de lengterichting. Dwars aangebrachte bandages of peesbeschermers hebben daardoor geen enkeleffect.” Afgezien daarvan; ook al steunen deze bandages de pezen niet, als de peesbeschermers goed passen en niet schuren of te los zitten, beschermen ze wel tegen invloeden van buitenaf zoals een schop van een ander paard.
  
Rijden zonder bit is niet gevaarlijk
Op het eerste gezicht lijkt de bitloze optoming de meest paardvriendelijke optoming. Fout! Met name het Hackamore-bit kan het paard behoorlijk pijn bezorgen als het door een minder ervaren ruiter wordt gebruikt. Door de hefboomwerking bij het aanhalen van het bit ontstaat druk op de nek, de kaak en het neusbeen van het paard. In extreme gevallen kan een ruiter met een dergelijke optoming de paardenneus zelfs breken. Je mag dit bit nooit met een ingehouden teugel rijden. Als de neusriem te smal is, wordt de druk op maar een klein deel van het neusbeen drastisch verzwaard. Als de neusriem niet op het (bredere) deel van de neusrug ligt, maar op de gevoelige plek eronder, bestaat het gevaar dat het paard geen lucht kan krijgen! Bitloos is dus niet per definitie ook beter voor het paard.
  
Grondwerken kan alleen met touwhalster
Oké, het verschil tussen druk uitoefenen en de druk wegnemen is bij een touwhalster duidelijker dan bij een gewoon halster. Het touwhalster werkt in op de nek, de neusrug en zijwaarts onder het jukbeen. Echter, als het paard daarbij pijn voelt, zal dat het leerproces vertragen. Het is minder belangrijk welke uitrusting je gebruikt, dan de manier hoe je de uitrusting inzet. Ook hierbij zijn het de handen van de ruiter die bepalen hoe belastend het equipment is voor het paard.
  
Wat niet past, kan passend worden gemaakt
Als het zadel niet optimaal op de paardenrug ligt, helpt het ook niet om er aan een kant iets onder te schuiven. Op die manier verhoog je alleen maar de druk op de plek waar het zadel ligt. Als je een zadel aan de achterkant wat verhoogt, kan het zadel meer druk uitoefenen op de schoft en daarmee de schouders extra belasten. Zo kan een paard zijn spieren niet goed ontwikkelen. Bovendien zit een ruiter door alles wat hij onder het zadel schuift niet meer ´in´ zijn paard, maar er bovenop. Als het zadel goed zit, volstaat een dunne onderlaag. Dat geldt natuurlijk voor de klassieke rijstijlen, maar bij western zadels wordt een extra schokabsorberend pad dringend aanbevolen. Vergeet echter nooit dat een optimaal passend zadel de basis is voor een ontspannen paard met een correcte spierontwikkeling. Vergelijk het met een schoen, als hij niet goed past, krijg je blaren en dat doet pijn.