Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Wormen: gevaar van binnenuit

Steeds vaker overleven darmparasieten een wormkuur. Vanwege het mogelijk resistent worden is het belangrijk om de wormbestrijding gericht aan te pakken.

Tekst: Dominique Wehrmann / Foto’s: Merial GmbH, Marc Rühl, www.slawik.com, www.stuewer-tierfoto.de


Bij manege Schmitt worden alle paarden vier keer per jaar ontwormd. Precies volgens het tot op heden aanbevolen en veelvoudig beproefde plan. Magere paarden staan er niet bij de manege, integendeel. Alle paarden zien er goed doorvoed uit, hebben een glanzende vacht en lijken helemaal gezond. Raar is alleen dat er bij verschillende paarden regelmatig koliek optreedt waarvoor geen oorzaak lijkt te zijn. Zojuist heeft pony Tinka, die kort geleden nog met een ivermectine kuur is ontwormd, een flinke koliekaanval gehad. Het onderzoek van Tinka’s ontlasting geeft een schrikbarend resultaat: de pony heeft een omvangrijke besmetting met kleine strongyliden (ook bekend als rode bloedworm of kleine palisadenworm), de meest voorkomende parasiet bij paarden. Maar die hadden bij de laatste wormkuur toch gedood moeten zijn? Hoe kan dat? Vooral omdat Tinka er helemaal niet uitziet alsof ze lijdt aan een zware wormbesmetting. Ze heeft geen doffe vacht, noch gebrek aan energie en ook haar eetlust is prima, precies zoals de overige paarden op stal. Uitwendig gezond, maar ziek aan de binnenkant. "Dat gebeurt wel vaker”, licht dr. Gotthard Ilchmann toe, expert op het gebied van parasitologie bij paarden. "Bij paarden die op een juiste manier worden gehouden en vooral bij paarden die goed gevoerd worden, kunnen de symptomen, ondanks een zware worminfectie, lang verborgen blijven. Niettemin is de wormbesmetting gevaarlijk.”

Een bepaalde hoeveelheid endoparasieten is heel normaal en onafwendbaar in een paardenlichaam. Endoparasieten leven in de darmen van het paardenlijf, het zijn klaplopers die op kosten van hun gastheer een goed leven leiden. Als het er niet te veel zijn, blijft de schade beperkt. Het wordt pas gevaarlijk als de hoeveelheid wormen zo groot wordt, dat ze de organen aantasten. Dat kan, afhankelijk van de wormsoort, leiden tot ernstige gezondheidsproblemen, zoals koliek, beschadiging van het maagslijmvlies, darmafsluiting of zelfs tot de dood van het paard.

De gevaarlijkste parasieten in het paard zijn de kleine strongyliden en spoelwormen bij jonge paarden. Bovendien moeten de veulenwormen, lintwormen en paardenhorzels bestreden worden, maar die veroorzaken in de praktijk meestal geen ernstige problemen.
Andere voorkomende parasieten zijn de longworm en de leverbot. Beiden komen nog maar zelden voor. "Alleen in uitzonderlijke gevallen”, aldus professor Thomas Schnieder, chef van de Parasitologie aan de Tierärztlichen Hochschule Hannover.

Resistent
Regelmatige wormkuren zijn een zegen bij de bestrijding van lintwormen, paardenhorzels, veulenwormen en bloedwormen. Maar deze strategische behandelingen hebben een belangrijk nadeel: ze bevorderen de resistentie bij de kleine strongyliden en de spoelwormen. Waarom is dat zo? Er zijn veel verschillende bedrijven die wormkuren aanbieden, maar er zijn er maar vier verschillende groepen werkzame stoffen: macrocyclische lactonen (ivermectine en moxidectine), pyranetel, benzimidazol en praziquantel. Bij sommigen daalt de werkzaamheid behoorlijk, omdat de wormen er bestand tegen raken. "Dat vormt een groot probleem”, aldus professor Schnieder. "We zien een toenemende resistentie bij wormen tegen de middelen waarmee deze bestreden zouden moeten worden. En de resistentie neemt toe.” Zo werd door het wormmiddel met de werkzame stof benzimidazol (BZM) in het begin circa negentig procent van de kleine strongyliden gedood. Ondertussen schatten experts dat al zeventig procent van de kleine strongyliden de behandeling overleeft. In 2003 werd nog over ‘meer dan vijftig procent’ gesproken.

Ook tegen ivermectine en moxidectine, die tot dezelfde groep werkzame stoffen behoren en die altijd als hoog werkzaam golden, is al sprake van resistentie. Deze is echter tot nu toe alleen bij spoelwormen vastgesteld. Bij de kleine strongyliden werd tot nu toe geen resistentie tegen deze groep werkzame stoffen geconstateerd.
Maar hoe kan het nu dat er in het voorbeeld van manege Schmitt een paard koliek krijgt, veroorzaakt door een sterke besmetting met kleine strongyliden, terwijl de laatste wormkuur nog maar een paar weken geleden heeft plaatsgehad en waar alle paarden regelmatig worden behandeld? Daarvoor is er een praktische verklaring: een deel van de wormkuur belandde niet waar het hoorde, namelijk niet in de paardenmond, ofwel de kuur werd ondergedoseerd ofwel werden er fouten gemaakt bij een mestonderzoek in het laboratorium. Maar het is theoretisch ook mogelijk dat het hier gaat om een precedent waarbij kleine strongyliden ivermectine resistent zijn geworden. "Dat zou wel een heel snelle conclusie zijn, als je van één voorbeeld de conclusie gaat trekken dat de hele wormbevolking resistent is”, stelt Professor Georg von Samson-Himmelstjerna, directeur aan het Institut für Parasitologie und Tropenveterinärmedizin aan de Universiteit Berlijn. Hij verwijst ook naar de andere mogelijke verklaringen. Hij adviseert in elk geval alle paarden op resistentie te testen. Dat gebeurt met behulp van een mestmonster en een wormei reductietest (WERT).