Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Pas op voor teken

Je hebt gisteren een heerlijke buitenrit gemaakt met je paard. Verbaasd zie je vandaag tijdens het poetsen een aantal bruine zachte, bolletjes in zijn oksel. Bij nadere inspectie zitten daar kleine pootjes aan: het zijn teken! Wat betekent dit voor je paard?

Tekst: Julia Schay-Beneke / Foto’s: pa/dpa, Privat, Jakub Wójtowicz/Stockphoto, www.slawik.com


Ze verstoppen zich graag in het gras. En dan vooral in hoog gras. Langs bosranden en in struiken, wachten ze rustig tot er een gastheer langskomt die hen aan een maaltijd moet helpen. Via het orgaan van Haller peilen de parasieten stoffen die mensen en dieren uitscheiden, bijvoorbeeld ammoniak in zweet of kooldioxide in de uitademlucht. Zodra ze deze lucht waarnemen, laten ze zich gewoon vallen om met hun slachtoffer mee te liften. Vervolgens zoeken ze op de gekozen gastheer een geschikte plek om zich vast te bijten en bloed op te zuigen. Op zich is deze bloedmaaltijd niet het probleem. Maar veel Europese teken dragen tijdens het zuigen van het bloed van hun gastheer virussen of bacteriën op hem (of haar) over. In onze streken gaat het dan meestal om de bacterie Borrelia burgdorferi. Ten gevolge van een vroeger contact met bos- en woelmuizen en andere bos- en knaagdieren die de ziekteverwekker overdragen maar zelf immuun zijn, is naar schatting één op de vier of vijf teken besmet met deze bacterie.

Begin jaren zeventig, nadat meerdere mensen in de Amerikaanse stad Lyme in de deelstaat Connecticut ten gevolge van een tekenbeet ziek waren geworden, slaagde de Zwitserse bacterioloog Willy Burgdorfer erin om de spiraalvormige bacterie uit een teek te isoleren. Daarom werd de bacterie naar hem genoemd; de ziekte borreliose wordt ook vandaag de dag nog Lyme-borreliose genoemd. Alle drie ontwikkelingsstadia van de teek (larve, nimf, volwassen teek) kunnen deze ziekte overbrengen. De overdracht van de bacteriën gebeurt op zijn vroegst 24 uur nadat de teek het bloed van zijn gastheer heeft opgezogen: de (ziekte)verwekker begint zich dan te vermeerderen.

Diagnose
Hoe en wanneer de overdracht van Borrelia-bacteriën plaatsvindt, staat dus vast – maar niet de gevolgen voor de besmette mensen en dieren. Feit is dat in beide gevallen niet automatisch een infectie optreedt. Terwijl er talloze studies bestaan over en voorbeelden van mensen die ziek werden, is de ziekte bij paarden voor veel dierenartsen nog steeds een raadsel. "Sinds halverwege de jaren tachtig, toen het onderwerp borreliose actueel werd, werd ik slechts tweemaal met een paard geconfronteerd dat symptomen vertoonde die volgens mijn collega’s en mij op borreliose duidden”, legt professor dr. Kurt Pfister, veterinair parasitoloog aan de Ludwig Maximilian universiteit in München, uit. "Deze paarden hadden been- en gewrichtsproblemen en daarom werd het stellen van de diagnose versneld.” De immuun-diagnostische bewijzen en de succesvolle behandeling met antibiotica leken de diagnose te onderstrepen. "Daarover waren we het eens, maar we waren er niet honderd procent zeker van”, benadrukt professor Pfister. Omdat een gewrichtspunctie bij een paard zeer gevaarlijk is, werd het bewijs van de aanwezigheid van Borrelia-bacteriën in de getroffen gebieden niet geleverd.

Ook voor Uwe Hörügel, gespecialiseerde paardenarts en leider van de afdeling gezondheidsdienst voor paarden in Dresden, vormt het stellen van de diagnose het voornaamste probleem: "De diagnose of een paard al dan niet ooit contact met deze bacteriën heeft gehad, is door middel van bloedonderzoek op antilichaampjes tegen Borrelia burgdorferi vrij eenvoudig te stellen”, legt hij uit. "Maar om te zeggen of een paard op dat moment drager van deze bacteriën is, is veel moeilijker. En diagnosticeren of de ziekte van een paard door deze bacteriën is veroorzaakt, is extreem moeilijk.” Bij verdenking van een acute infectie kan men echter proberen de verwekker in het bloed, de urine, in huidweefsel, ruggenmerg of gewrichtsvocht op te sporen. "Dit kan door het analyseren van de genetische aanleg of, wat nog moeilijker is, door het kweken van de bacteriën in het laboratorium.”

Maar bij een levend paard de eenduidige diagnose van Lyme-borreliose stellen, blijft problematisch tot speculatief. Kurt Pfister heeft enkele jaren geleden in zijn instituut een langlopend onderzoek met 250 paarden uitgevoerd. Het resultaat was na twee jaar duidelijk: tijdens het onderzoek werd ieder paard op een gegeven moment in deze periode positief op antilichaampjes tegen Borrelia burgdorferi getest. "Desondanks waren alle paarden door en door gezond”, benadrukt professor Pfister. Ervan uitgaand dat elke vijfde teek besmet is, zou dan volgens hem – puur statistisch gezien – betekenen dat ieder paard tijdens één seizoen met Borrelia-bacteriën in contact komt. Paarden worden immers relatief vaak door teken gebeten. Daarom is er nauwelijks een paard dat niet met een voldoende groot aantal Borrelia-bacteriën besmet is geraakt en dientengevolge ook borreliose had moeten krijgen. Maar normaal gesproken bestrijdt het afweersysteem de verwekker.

Symptomen
Ook de resultaten van de verschillende proeven met pony’s die experimenteel met de verwekker werden geïnfecteerd en toch gezond bleven, bevestigen deze conclusie. "Waarom sommige paarden wel ziek worden en een groot deel niet, is nog steeds een raadsel”, zegt dr. Hörügel. Er zijn ook geen specifieke symptomen, de ziekte gedraagt zich als een kameleon. In plaats daarvan zijn er veel verschillende symptomen: een licht verhoogde lichaamstemperatuur, stijfheid van en verlamming aan meer dan een been, spierpijn, hartaandoeningen, verandering van het gedrag, oogontstekingen en verandering van de huid in het gebied van de beet kunnen aanwijzingen zijn.
Dezelfde klachten treden echter ook op bij andere infectieziekten (bijv. veroorzaakt door het equine herpes-virus, leptospiren, Babesia, Anaplasma). Daarom moeten deze mogelijkheden eerst worden uitgesloten. "Als een paard twee van misschien vijftien mogelijke symptomen vertoont en men wel antilichaampjes tegen Borrelia-bacteriën vindt maar geen verwekker, zou het fout zijn om deze aan borreliose toe te schrijven”, legt professor Pfister uit.

Behandeling
In gevallen waar de klinische symptomen toch op borreliose duiden, gaan de experts er tot nu toe van uit dat het gaat om een afwijking van het immuunsysteem van het geïnfecteerde paard. "Met deze achtergrond kunnen ook andere ziekteverwekkers de gastheer gemakkelijker beschadigen en een bestaand ziektebeeld veranderen of zelfs verergeren”, legt dr. Hörügel uit. "Daarom is de beschrijving van het verloop van de ziekte moeilijk tot onmogelijk.” Mocht de behandelende dierenarts de diagnose borreliose stellen, dan wordt de ziekte met de antibiotica Tetracycline (intraveneus) of Doxycycline (oraal) behandeld. Vooral bij een recente infectie is de kans op genezing relatief goed. "Maar helaas wordt de ziekte meestal pas in een later stadium vermoed. De lokale huidinfectie die als een rode plek in het gebied rondom de beet verschijnt, is bij mensen weliswaar duidelijk zichtbaar, maar bij een paard door de vacht niet te herkennen”, waarschuwt dr. Hörügel.

Preventie
De beste bescherming tegen borreliose zijn echter nog steeds regelmatige preventieve maatregelen. De huid van de paarden moet tijdens het weideseizoen liefst elke dag op teken worden gecontroleerd; de teken worden dan met een pincet of een speciaal tangetje verwijderd. "Er zijn ook berichten die suggereren dat bijvoeren met lijnzaad vanwege het hoge linolzuurgehalte tegen teken helpt”, vertelt dr. Hörügel. "De teken lusten deze vetzuren namelijk niet.” Bovendien is het raadzaam om de weide regelmatig te maaien, omdat teken vaker op weiden met hoog gras en onkruid voorkomen. "Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de weiden dan droger zijn, wat teken eveneens niet leuk vinden.” Bovendien zijn de teken op dit soort weiden duidelijk minder besmet met Borrelia-bacteriën, vermoedelijk omdat er minder muizen zijn.

De lange weg van een bacterie
Na het uitkomen (uit het ei) ontwikkelen de teken zich via larven en nimfen tot volwassen parasieten.

Elk stadium heeft voor zijn verdere ontwikkeling een bloedmaaltijd nodig. De larven en nimfen hebben een voorkeur voor bos- en woelmuizen die als reservoir voor Borrelia-bacteriën dienen maar zelf niet ziek worden. Op deze wijze neemt de teek de verwekker al vroeg in zich op.

Heeft een geïnfecteerde teek zich op zijn nieuwe gastheer – bijvoorbeeld een paard – vastgezogen, dan verspreiden de verwekkers zich naar de speekselklieren van de parasiet. Tijdens het bloed zuigen besmet de teek dan via zijn speeksel de huid van zijn gastheer.