Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Het paardenlichaam: organen

Lever, nieren en milt ontgiften het lichaam en regelen de vloeistofhuishouding. Ziektes aan deze organen zijn helaas moeilijk te herkennen.
 
Tekst: Lisa-Marie Bille / Foto’s: www.arnd.nl, Horses im Media/van Elderen, Peter Prohn, www.slawik.com
  
Ziektebeeld
De lever is het grootste orgaan van het paardenlichaam. Het gewicht bedraagt ongeveer anderhalf procent van het totale lichaamsgewicht. De lever is zeer goed doorbloed en zorgt voor uitscheiding van gifstoffen en hormonen, breekt eiwitten af, slaat vitaminen op en produceert gal. Een paard heeft maar zelden een leverziekte (hepatopathie), maar door vergiftigingen, infecties of medicijnen kunnen acuut problemen optreden die zelfs chronisch kunnen worden. Een hyperlipaemie ontstaat wanneer te dikke paarden dagenlang niets eten. Als gevolg hiervan komen er zo veel vetreserves vrij, dat de lever dit niet meer kan verwerken. Hepatitis (leverontsteking) komt eveneens voor bij paarden, maar de meeste leverproblemen zijn secundaire ziekten, bijvoorbeeld als gevolg van hoefbevangenheid.
De milt weegt ongeveer anderhalve kilo en kan bij ziekte een gewicht van wel vijftig kilo bereiken. Hij heeft de vorm van een zeis. Via een bindweefselband is hij verbonden met maag en nieren. Het zachte en goed doorbloede orgaan ligt in een stug bindweefselkapsel dat bij het paard dikker is dan bij andere zoogdieren. Als het paard zich inspant, pompt de milt extra bloed door het lichaam. Hij zorgt bovendien voor de afbraak van verouderde rode bloedlichaampjes, de opslag van bloed en de productie van antilichamen voor de afweer. Als de milt scheurt ( ruptuur) kan het paard inwendig doodbloeden. Dat kan gebeuren door blessures of ongevallen, maar dit gebeurt gelukkig maar zelden omdat de milt goed beschermd wordt door de ribben. Miltbloedingen leiden helaas wel vaak tot levensgevaarlijke kolieken. Het kan ook gebeuren dat de dikke darm tussen de milt en de milt-nierenband wordt ingeklemd. Ook dan heeft het paard vaak last van koliekaanvallen.
Aandoeningen aan de milt treden maar zelden op. Als de milt ziek is, zwelt deze op. Een vergroting van de milt (splenomegalie) kan ook ontstaan door tumoren of door leukemie (waarbij een overmaat van onrijpe leukocyten aanwezig is terwijl de normale witte bloedlichaampjes juist afnemen).
De nieren van een paard controleren de hoeveelheid en de samenstelling van de lichaamsvloeistoffen. Elke dag vloeit er ongeveer 6.600 liter bloed door de goed doorbloede nieren. Nierontsteking (nephritis) kan purulent (etterig)of niet-purulent verlopen. Dit komt bij paarden evenwel maar zelden voor. Vaak gaat dit samen met andere ziektes of wordt de aandoening niet eens opgemerkt, omdat de symptomen vaak pas zichtbaar zijn als al vijftig procent van de nierfuncties is aangetast. Daarom is het moeilijk om een diagnose te stellen. Een niet-purulente nierenontsteking ontwikkelt zich gedurende meerdere jaren en is vaak al chronisch voor hij opmerkt wordt. In ernstige gevallen verschrompelt de nier. Als ten slotte tweederde van de nierfunctie is uitgevallen, dreigt nierfalen. Daarbij wordt het paard door zijn eigen afvalstoffen vergiftigd, omdat die niet meer uit het lichaam worden uitgescheiden.
 
Symptomen
De symptomen bij een acute leverstoornis zijn gelige slijmvliezen, vermoeidheid, gapen en landurige vermoeidheid na inspanning. Andere symptomen zijn vermagering en spijsverteringsproblemen (winderigheid, verstopping met droge, kleine mestballen of diarree). De lichaamstemperatuur ligt meestal onder de normale waarde van 37,5 tot 38,9 graden. Vaak heeft het paard een gestoorde bewegingscoördinatie, omdat het opgehoopte ammoniak het zenuwensysteem aantast. Als gevolg daarvan sloft hij met zijn tenen over de grond of loopt hij rondjes. Veel paarden zijn bovendien lethargisch, persen met hun hoofd, hebben hersenafwijkingen, kunnen agressief zijn of hebben trillende spieren (seneciose). Met seneciose wordt meestal een vergiftiging met Jacobs Kruiskruid bedoeld, wat chronische leverbeschadiging kan veroorzaken. Een grijs-witte aanslag op de tong is een teken van Hyperlipaemie, bloederige urine duidt op chronische leverinsufficiëntie. Niettemin zijn deze symptomen zelden eenduidig, ze treden vaak slagaardig op. Soms kunnen de symptomen plotseling optreden.
Aandoeningen van de milt lijken soms op koliek: zweten, zwaar ademen, bleke slijmvliezen en een verhoogde hartslag. Als de dikke darm ingeklemd is, flemen de paarden vaak, krabben ze met hun hoeven over de grond en kijken ze naar hun buik. Bovendien kunnen apathie en koorts boven de 39 graden optreden en/of oedemen van borst tot uier.
Nierziektes blijven vaak verborgen omdat de andere nier het werk van de zieke nier overneemt. Nierpatiënten hebben vaak dorst, hun vacht is dof en hun urineergedrag is verstoord (heel vaak of juist zelden plassen, normaal plast een paard vijf tot acht keer per dag). Daarnaast kan het paard sloom en traag worden vanwege de narcotiserende werking van de overmaat aan ureum.
 
Oorzaken
Meestal ontstaat een degeneratieve leverziekte door vergiftiging (chemicaliën, houtbeschermingsmiddelen, Sint Janskruid, boekweit). Sommigen daarvan zorgen voor een fotosensibilisatie die tot ontsteking van de huid kan leiden. Een infectie met leverbot, kleine bloedwormen (strongyliden), spoelwormen of bacteriële infecties (salmonella, Droes) is vaak een oorzaak voor leverontsteking, net als beschimmeld voer. Ook gifstoffen die in de darm ontstaan bij een koliek, kunnen de lever schade berokkenen. Bovendien kan overmatige opname van voedingssupplementen of te proteïnerijk voedsel tot leverstoornissen leiden. Veulens zijn gevoeliger voor virale of bacteriële infecties, terwijl bij volwassen paarden eerder te dikke, drachtige of zogende dieren gevaar lopen.
Een vergroting van de milt ontstaat door een bloedstuwing (bijvoorbeeld bij een ingeklemde darm), door milttumoren of vanwege infectieziektes zoals salmonella, streptokokken, infectieuze anemie of bloedvergiftigingen.
De oorzaak voor nierfalen is meestal een infectieziekte. Als de nier ontstoken is, is meestal een ander orgaan al aangetast. Vooral veulens en jonge paarden lijden aan purulente ontstekingen, bijvoorbeeld door de verwekker van veulenverlamming of Droesbacteriën. Bepaalde gifstoffen, zoals schimmels of een teveel aan calcium of vitamine D, zijn eveneens schadelijk voor de nieren. Streptokokken infecties of infectieuze anemie belasten de nierlichaampjes die het bloed filteren. Dat geldt ook voor tumoren of een te hoog eiwitgehalte in het voer doordat paarden te lang op de wei staan en teveel eiwitrijk gras opnemen. Nierproblemen ontstaan ook door bloedverlies of bij uitdroging. Maar ook een verstoring van de bloedcirculatie, hartproblemen of een afsluiting van de urinewegen kan tot nierfalen leiden.
 
Diagnose
Met behulp van een bloedmonster wordt een enzymbepaling uitgevoerd om de functie van de lever te beoordelen. Daarbij duidt een hoge ammoniakspiegel in het bloed op een leveraandoening. Aansluitend wordt een echo van de lever gemaakt, eventueel wordt een leverbiopsie gedaan. Het is moeilijk om een diagnose te stellen, omdat de eerste symptomen vaak pas na weken of maanden optreden. Vaak wordt een chronische leverbeschadiging pas ontdekt als al circa zeventig procent van de lever is aangetast. Dan dreigt er een levercirrose: hierbij wordt het aangetaste leverweefsel vervangen door niet functionerend bindweefsel.
Bij vermoeden van miltziekte wordt de milt door middel van een rectaal onderzoek gepalpeerd (afgetast). Een echo en een bloedbeeld met verhoogde lymfocytenwaardes bieden verder inzicht in de ziekte. Ook bij een vermoeden van nierziekte worden bloed en bloedplasma onderzocht. Als in het plasma verhoogde ureum- en creatininemoleculen zitten, of als er veel witte bloedlichaampjes in het bloed aanwezig zijn, is dat een teken voor nierproblemen. Bij de functieanalyse van de nier wordt de urine, door middel van een blaasendoscopie, afwisselend uit beide urineleiders opgevangen en uit de blaas afgenomen met behulp van een blaasendoscopie. Uit de verschillende urinemonsters en uit de bloedproef wordt duidelijk hoe goed de rechter- en linkernier functioneren. Als afgestorven nierweefselcellen, bacteriën en leukocyten in de urine zichtbaar zijn of als de urine geel-vlokkig en troebel is, is de nier aangetast. De arts tast bij een inwendig onderzoek bovendien de drukgevoeligheid en de zwelling door de darm af. Een echo van de nier kan eveneens meer informatie geven.
 
Behandeling
Bij de behandeling van leverproblemen helpt een licht verteerbaar dieet (kleine porties, slobber in plaats van krachtvoer, laat geoogst hooi, geen kuilvoer). Bij een preventieve therapie voor de lever wordt een infuus met verdunde glucose, enzymen of cortison aangelegd. Vochtafdrijvers bevorderen de uitscheiding van het gif. Deze preventieve therapie is onder artsen echter omstreden. De fytotherapie ondersteunt de genezing met artisjok en de vrucht van de mariadistel, de homeopathie helpt met paardenbloem en kinabast.
Bij een miltruptuur moet onmiddellijk worden geopereerd, waarbij de milt verwijderd wordt. Bij een zwakke bloeding zijn rust en pijnstillers afdoende. Een ingeklemde darm wordt alleen in ernstige gevallen geopereerd. Vaak is adrenaline via een infuus afdoende. Dit zorgt ervoor dat de milt rode bloedlichaampjes afgeeft. Op die manier wordt de milt kleiner en komt de darm vrij. Als deze problemen vaker optreden, kan de bindweefselband tussen milt en nier aan de milt worden vastgehecht om inklemmen van de darm te voorkomen.
Als een deel van de darm is afgestorven, is een operatie noodzakelijk. Het risico daarbij is de lange, volledige narcose. Aansluitend aan de operatie moet het paard veertien dagen stalrust hebben, waarna hij veertien dagen lang alleen maar mag stappen. Homeopathisch gezien kan de milt met wolfskers of met wolfsklauw worden behandeld. De behandeling van leucose leukemie is omstreden: daarbij worden corticosteroïden, antibiotica, urineafdrijvende middelen of vitaminen ingezet.
Nierpatiënten mogen weinig bewegen en staan op een eiwitarm en licht verteerbaar dieet (bijvoorbeeld eiwitarme hooicobs, goede kwaliteit voederstro en geen weidegang). Het is belangrijk dat het paard te allen tijde over vers water beschikt en infusen krijgt toegediend om de gifstoffen uit het lichaam te spoelen. Daarnaast krijgt het paard urineafdrijvende medicijnen, vooral bij een niet-purulente ontsteking. Bij purulente ontstekingen zijn hoog gedoseerde antibiotica nodig (vijf tot tien dagen lang). Andere mogelijkheden zijn magneetveldtherapie, acupunctuur of acupressuur.
 
Preventie
Regelmatige wormkuren en een grondige controle van weides en voer op gifstoffen kunnen leverziektes voorkomen. Te dikke paarden moeten (langzaam) afvallen. Het is beter om geen chemische houtbeschermingsmiddelen te gebruiken en biologisch voer zonder chemische gewasbeschermingsmiddelen te geven. In het algemeen is een terughoudend medicijnenbeleid belangrijk (pijnstillers bijvoorbeeld mogen hooguit tien dagen worden toegediend).
Regelmatige beweging en een opwarmfase van minstens vijftien minuten ondersteunen de goede functie van een gezonde nier. Bij koud weer kunnen de nieren met een deken op de rug worden beschermd, vooral als het paard (net) geschoren is. Voldoende drinkwater (120 tot 150 liter op warme dagen) bevordert de ontgiftiging. Bij merries moet op de vaginale uitscheiding worden gelet, omdat genitale infecties zich naar de nieren kunnen uitbreiden.
 
Prognose
Leverziektes moeten in elk geval worden behandeld, want zonder behandeling kan de schade verergeren. De lever kan echter na een beschadiging wel weer regenereren en herstellen, maar daarvoor heeft hij vaak veel tijd nodig. Acute problemen kunnen relatief eenvoudig worden opgelost als de oorzaak kan worden verwijderd. Bij chronische leveraandoeningen helpen de therapieën helaas zelden. Zo sterft ongeveer zestig tot 85 procent van de paarden die aan Hyperlipaemie lijden. Ook bij een seneciose kan het paard zonder behandeling in enkele weken sterven.
Als een miltruptuur onmiddellijk wordt geopereerd, zijn de kansen op genezing goed. Een paard kan zonder milt prima leven, andere organen nemen de taken van de milt over. Als er echter infecties optreden, wordt het levensgevaarlijk. Het paard mag bovendien geen grote sportieve prestaties meer leveren.
Bij leukemie is het beter om het paard in te laten slapen omdat er geen genezing meer mogelijk is. Bij de nieren daarentegen zijn acute problemen goed te genezen, mits de oorzaak kan worden verwijderd. Acute nierproblemen herstellen meestal al na een week, terwijl chronische nierpatiënten nog maar beperkt belast kunnen worden. En als een nieraandoening niet wordt ontdekt, dreigt vroeger of later de dood vanwege nierfalen.
 
Veelgebruikte begrippen
Hepatopathie: leverziekten.
Hyperlipaemie: verhoging van de bloedvetwaardes, ‘dieetziekte’.
Ruptuur: een scheur in het weefsel.
Splenomegalie: vergroting van de milt.
Leukemie: ziekte van de witte bloedlichaampjes.
Nephritis: ontsteking van de nieren.
Biopsie: afname van weefsel met behulp van een naald.
Strongyliden: rode bloedwormen (parasieten).
Endoscopie: inwendig onderzoek met behulp van een ingevoerde slang.
Seneciose: leverbeschadiging door vergiftiging met Jacobs Kruiskruid.