Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Dikmakers voor te dunne paarden

Door speciale dieetvoedingen komen (te) dikke paarden weer snel op gewicht. Maar wist je dat er ook trucjes zijn om vermagerde paarden weer wat spek op de ribben te geven?
  
Tekst en foto’s: Gabriele Metz
  
Hoe kan het toch gebeuren dat een imposant paard er plotseling uitziet als een uitgemergeld slachtpaard? Want bij de meeste maneges staan tenslotte naast krachtvoer zoals haver ook vitamines en mineraalstoffen op het menu. Om over hooi en wortels nog maar niet te spreken. Maar het is niet zozeer belangrijk wat er wordt gevoerd, als wel hoeveel en in welke verhouding. Kloppen deze verhoudingen niet, dan kan een paard binnen enkele weken behoorlijk wat kilo’s kwijtraken.
Wat en hoeveel voeding een paard zou moeten krijgen, hangt af van onder andere de grootte, lichaamsbouw, het ras, de stofwisseling, de leeftijd en de dagelijkse hoeveelheid beweging. Een goede voedertoestand uit zich onder andere in een glanzende vacht, een goede hoefgroei en goede prestaties. Daarbij behoort ook een goed lichaam, waarbij je de ribben niet met het blote oog mag zien, maar wel met je handen mag voelen. De licht vochtige paardenvijgen moeten rond zijn en licht openbreken, zodra ze de grond raken. In principe is het goed om het paard meerdere malen per dag kleine maaltijden voor te schotelen. Te dunne paarden zouden dagelijks minimaal vier tot vijf porties voer moeten krijgen.
  
Dagelijkse weidegang
Het is zelfs nog beter als te magere paarden constant over ruwvoer of een weide kunnen beschikken, want dat voldoet aan hun natuurlijke behoeftes en de eisen die het spijsverteringsstelsel van het paard stelt. Maar daarmee is voorzichtigheid geboden: want weides met gras met een hoog fructaangehalte, zoals vers voorjaarsgras, zijn niet geschikt voor duurzame beweiding. Om ziektes zoals hoefbevangenheid te voorkomen, zou een onbegrensde weidegang alleen op magere weides moeten plaatsvinden. Met hooi en voederstro kunnen langere voederpauzes prima worden overbrugd en kan ondergewicht worden voorkomen.
Wie aan de voedingstoestand van zijn paard twijfelt, kan er met behulp van een bloedtest achter komen, of het paard daadwerkelijk alle benodigde voedingsstoffen binnen krijgt. Dit is trouwens ook aan te bevelen bij paarden die vanwege hun voorschrijdende leeftijd magerder worden.
 
Gewichtsverlies en tandproblemen zijn de meest voorkomende ouderdomsverschijnselen bij paarden. In de mond treedt steeds vaker tandsteen of cariës op. Sommige tanden breken af of vallen gewoon uit. Het voordien zo ronde lichaam lijkt steeds meer op de slanke en hoekige vorm van een attachékoffer. Vet- en spiermassa verdwijnen als sneeuw voor de zon. Het is hoog tijd om het voedingspatroon aan te passen. Met een geleidelijke verandering van voer en voedzame hapjes blijven paarden veel langer in vorm. Hoe beter het leven van het paard op zijn natuurlijke levenswijze wordt afgestemd, hoe beter zijn tanden wanneer de jaren gaan tellen. Hoogwaardig ruwvoer, weides met lange, harde halmpjes en mogelijkheden om te knabbelen, zoals boomstammen, zijn een oppepper voor iedere tand of kies.
  
Tandcontrole
Mocht jouw paard een tand verliezen, dan is het belangrijk om te controleren of er geen tandresten in het tandvlees zijn achtergebleven. Een dergelijke tandfractuur moet altijd door een paardentandarts worden verzorgd. Snijtanden kunnen zonder problemen worden verwijderd, bij kiezen is dat meestal alleen in een dierenkliniek mogelijk. Als een tand dwars afbreekt, is er meestal niet zo’n haast geboden. Maar houd wel in de gaten houden of er geen ontsteking optreedt! Een afgebroken tand is bij het eten meestal nog niet zo’n probleem.
Zo lang het paard hooi en stro kan kauwen, is het aan te bevelen zo veel mogelijk hoogwaardig ruwvoer aan te bieden. Als het paard problemen met de ademhaling krijgt, moet het hooi op het menuplan worden ingeweekt. Kuilvoer is eveneens stofvrij en voor paarden die allergisch zijn voor hooi een goed alternatief. De kwaliteit moet echter zeer goed zijn. En daar is nou eenmaal niet zo makkelijk aan te komen. Minderwaardig kuilvoer bevat talloze schimmels en schaadt meer dan dat het baat heeft. Als je een goede kuilvoerleverancier vindt, is het de moeite waard dit eens uit te proberen. Het is wel belangrijk om het paard hier geleidelijk aan te laten wennen. In de eerste week mag hooguit een derde van het hooi worden vervangen door kuil, in de tweede week de helft en in de derde week driekwart van de hoeveelheid. Helaas krijgen veel pony’s diarree van kuilvoer. Als deze storingen in het spijsverteringsstelsel aanhouden, moet het kuilvoer weer door hooi worden vervangen.
  
Als een paard op leeftijd helemaal geen hooi meer kan kauwen, kun je hooicobs geven. Dat is hooi, geperst in brokjes. Bij ondergewicht moeten er daarnaast ook nog speciale, calorierijke lekkernijtjes op het menuplan staan, bijvoorbeeld slobber, dat je kant-en-klaar kunt kopen. De meeste paarden zijn gek op slobber en mogen dit gerust twee of drie keer per week als extraatje krijgen. Het is voedzaam en heeft een positief effect op de darmprestatie van het paard, waardoor kolieken worden voorkomen.
Ook bietenpulp brengt meer vlees op de ribben. Overgiet twee tot drie handen vol droge pulp met water en laat het mengsel minstens acht uur wellen. Voor de pulp in geen geval eerder, want dan kan de pulp slokdarmverstopping en dodelijke kolieken veroorzaken. Langer dan twintig uur mag het mengsel echter ook niet wellen, want dan begint het gistproces. Een dagelijkse portie bietenpulp voorkomt vermagering. Maïs, in korrel- of vlokkenvorm, heeft een soortgelijk effect en mag maximaal een kwart van de dagelijkse hoeveelheid voer uitmaken. Maar niet alle paarden kunnen goed tegen de eiwitten die in maïs voorkomen.
Als de paardenbenen aanzwellen, moet de maïs onmiddellijk van de menulijst worden geschrapt. Verder is maïs wel een geschikte dikmaker en een effectieve energieleverancier. Dat geldt ook voor plantaardige oliën. Een scheut lijn- of zonnebloemolie over de maaltijd zorgt daarnaast ook voor een mooie vacht.
  
Geleidelijke verandering van voer
Twintig tot vijftig milliliter olie per honderd kilo paard is een goede richtlijn. Ook bananen, rode bieten, wortels en appels zijn gezond. Aanbevolen wordt een banaan per dag te geven en niet te overdrijven met appels. Anders kan het tot spijsverterings- en stofwisselingsproblemen komen, problemen die ook dreigen bij een plotselinge verandering van het voer. De stofwisseling van het paard heeft ongeveer drie weken nodig om zich in te stellen op een nieuwe voersoort. Door een te snelle verandering kunnen diarree of kolieken optreden. Zulke problemen worden ook door oud, minderwaardig of verkeerd opgeslagen voer veroorzaakt.
  
TIP
Annemarie van der Toorn: Als je echt te maken krijgt met een paard dat enorm is afgevallen en extreem mager is, wees dan heel voorzichtig in het begin. Start met af en toe en plukje hooi en voer dit langzaam op. Teveel voer ineens kan ernstige gevolgen hebben. Natuurlijk is je eerste idee om het paard gelijk zoveel mogelijk van alles te geven, maar dit is echt geen goed idee. Pas ook op met een wormenspuit. Overleg dit eerst even met je dierenarts, want ook dit kan bij extreem vermagerde paarden een ander reactie geven, zelfs tot overlijden toe.