Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Hoefbevangenheid: het ziektebeeld, de oorzaken en de behandeling

De voerton is weer eens geplunderd, je paard heeft teveel gras opgepeuzeld of hij heeft last van een infectie; hoefbevangenheid kent een heleboel oorzaken. In ROS lees je alles wat je moet weten over deze gevaarlijke ziekte.
  
Tekst: Kerstin Deeken / Foto’s: PR, Edgar Schrader, www.pferdefotoarchiv.de
 
Ziektebeeld
Paardeneigenaren vrezen vaak het ergste bij hoefbevangenheid; het zieke paard heeft veel pijn, de behandeling duurt lang en niet zelden zijn de kansen op volledige genezing gering want… op het moment dat de symptomen heel duidelijk zijn, is de ziekte al in een vergevorderd stadium.
Hoefbevangenheid is een ziekte van de verbindingslaag tussen het hoornkapsel van de hoef en het onderliggende hoefbeen. “Deze verbinding bestaat uit vele, fijn vertakte hoornwand lamellen en een hoeflederhuid. Deze lagen haken in elkaar en functioneren als een klittenbandsluiting”, licht Dr. Thorben Schulze, dierenarts aan de paardenkliniek in Burg Müggenhausen, toe. “Bij hoefbevangenheid wordt de weefselstructuur vanwege een slechte doorbloeding vernietigd. Het gevolg – en niet de oorzaak zoals lang werd aangenomen – is een ontsteking in de lederhuid van de hoef, die tussen de lamellenlaag en het hoefbeen ligt. Deze zwelt op en geeft bloedserum af. Er ontstaat een pijnlijke druk, omdat de zwelling en de vloeistof in het vaste hoornkapsel geen kant op kunnen. Beiden drukken op het omliggende weefsel en zoeken een uitweg door de verbinding tussen de hoef en het hoefbeen uit te rekken.
Vaak is ook de kroonrand gezwollen. Als deze acute ontsteking langer dan twee dagen aanhoudt, ontstaat al snel een chronische hoefbevangenheid. Het hoefbeen komt steeds verder los van de hoefwand. Er ontstaat een hoefbeenverzakking of hoefbeenrotatie, veelal een combinatie van beiden. “Bij de hoefbeenrotatie wordt door de draaikracht van de diepe buigpees het hoefbeen in het hoefgewricht uit de verzwakte verankering aan de tenenwand getrokken. De lamellenlaag kan deze trekkracht niet meer aan. Het hoefbeen roteert en zijn punt oefent steeds meer druk uit op de zool.”
Bij een hoefbeenverzakking daarentegen, zakt het hoefbeen naar beneden waardoor de afstand tot de hoornwand groter wordt. De zool wordt sterk gekneusd, de welving van de zool neemt steeds verder af. Bovendien wordt het hoefgewricht erbij betrokken, omdat de bewegingsvrijheid bij het neerzetten van de hoef door het verzakken van het hoefbeen steeds minder wordt. Het gewrichtskapsel en de ligamenten raken gekneusd. In het ergste geval komt het tot een zoolbreuk waardoor het hoefbeen door de zool heen dringt. Of het hoefbeen wordt compleet afgescheurd van de hoornkapsel waardoor het paard ‘ontschoent’. Daarbij laat het hele hoefhoorn langs de kroonrand los.
  
Symptomen
Meestal zijn de voorhoeven aangetast, de achterhoeven vertonen minder vaak problemen. Bij een lichte vorm van hoefbevangenheid ontlast het paard zijn benen meestal om de beurt. Bij sterkere pijn vertonen paarden de typische houding waarbij de achterbenen onder het lichaam worden geplaatst, de rug naar boven welft en de voorbenen naar voren worden gezet. “Het paard probeert op die manier de belasting met de verzenen en de hoefballen op te vangen in plaats van op de pijnlijke zool en voorteen te staan”, aldus Dr. Schulze. Als de achterbenen aangetast zijn, verplaatst het paard zijn voorbenen naar achteren. Echter, als het paard dergelijke symptomen laat zien, is de ziekte al in een vergevorderd stadium. Meestal worden de eerste tekenen over het hoofd gezien. Het paard loopt in het begin stijf en stram. De hoeven koelen tijdelijk af vanwege slechte doorbloeding waarna de hoeven door de ontstoken hoeflederhuid warmer worden en de kroonrand opzwelt.
Bij acute hoefbevangenheid zijn vaak de ademhaling, de hartslag en de temperatuur van het paard verhoogd, het paard heeft drukgevoelige hoeven en het komt tot een pulsatie (kloppen) van de bloedvaten in de kootholte. Vaak zweten en trillen deze paarden van de pijn. Het zieke paard is duidelijk kreupel en vooral wendingen op harde grond kosten moeite. Als de pijn te sterk is, gaat het dier steeds vaker liggen. Bij chronische hoefbevangenheid is de algehele conditie van het paard normaal, maar het paard loopt stram en belast bij het lopen vooral de achterzijde van de hoef. De hoef vervormt, omdat de bloedtoevoer rondom de tenen minder goed is. Vervolgens groeit het hoorn aan de achterzijde van de hoef, bij de verzenen, sneller dan aan de voorkant van de hoef. Op die manier ontstaat de typische ‘knolhoef’: het erachter groeiende hoorn schuift naar voren. Daardoor ontstaan ook de voor hoefbevangenheid klassieke ringen in de hoef, die aan de achterkant naar onderen aflopen. Bovendien is de witte lijn veel breder, de zool is naar voren gewelfd en de hoornkwaliteit is in zijn geheel slecht.
 
Oorzaken
De meest voorkomende oorzaken zijn fouten in de voeding, maar ook stofwisselingsziekten (Metabolisch Syndroom of Ziekte van Cushing) en medicijnen kunnen hoefbevangenheid veroorzaken. Vaak vertoont het paard helemaal geen symptomen van een acute hoefbevangenheid, maar verloopt de ziekte sluipend.
Bij voeding als oorzaak is de darmflora verstoord. Giftige stoffen uit in de darm afgestorven bacteriën komen in de bloedsomloop terecht en leiden tot gevaarlijke reacties in de bloedvaten. De hoef raakt slecht doorbloed.
Hoefbevangenheid treedt op na weidegang, na het eten van grote hoeveelheden granen of bij abrupte verandering van voer. “Hierbij speelt eiwit, anders dan men vaak denkt, een ondergeschikte rol”, vertelt Dr. Schulze. “Niet eiwit, maar de koolhydraten suiker, zetmeel en fructaan veroorzaken hoefbevangenheid.” Als een paard extreem veel granen eet, kan het graan niet voldoende worden verteerd in de dunne darm en gaat het onverteerd door naar de dikke darm. Deze is echter niet op de vertering van grote hoeveelheden zetmeel en suiker berekend. Het gevolg is verzuring, waardoor bacteriën afsterven en hun giftige bestanddelen vrij komen. Hetzelfde gebeurt bij fructaan. Hiervan zijn kleine hoeveelheden al voldoende, omdat het paard dit helemaal niet kan verteren in de dunne darm.
Fructaan wordt direct doorgevoerd naar de dikke darm. Bovendien kunnen vergiftigingen door planten en schimmels optreden of kan een te hoge dosering of een te lang toegediend medicijn de oorzaak zijn. Andere oorzaken zijn kolieken of infecties. Infecties komen vooral voor bij merries die net geveulend hebben, als daarna de nageboorte niet goed van de baarmoeder loskomt. Merries zijn ook in gevaar bij hormonale cyclusstoringen. Een andere oorzaak is vermoedelijk het drinken van grote hoeveelheden koud water, omdat dit de darmflora irriteert. Daarnaast zijn er nog mechanische oorzaken, bijvoorbeeld bij een te grote belasting of als het paard vanwege ziekte van een been de andere benen niet goed genoeg kan ontlasten. Het bloed wordt uit de hoef geperst en de hoeflederhuid wordt hierdoor onvoldoende doorbloed. Het hoefbeen kan echter ook afzakken of roteren door een te grote belasting op harde ondergrond of een algemene overbelasting.
 
Preventie
De meest voorkomende oorzaak voor hoefbevangenheid is verkeerde voeding. Daarom is het belangrijk dat de voeding goed wordt afgestemd op de energiebehoefte zodat de darmflora in evenwicht blijft.
Paarden met overgewicht lopen meer gevaar ziek te worden. Verandering van voer moet geleidelijk gebeuren. Een andere belangrijke factor is goed weidemanagement. De paarden moeten in de lente heel langzaam kunnen wennen aan het verse gras. Vooral paarden die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid moeten het hele jaar door uitsluitend beperkte weidegang krijgen. Het fructaangehalte van het gras varieert voortdurend, afhankelijk van de weersgesteldheid, het jaargetijde en het moment van de dag. Soms zelfs binnen enkele uren. “Hoe warmer en vochtiger het is, hoe sneller de door fotosynthese gevormde energie kan worden omgezet in groei”, aldus Dr. Schulze. “Als vanwege de weersgesteldheid en de lichtomstandigheden geen groei mogelijk is, slaat de plant de energie op in de vorm van fructaan. Dat is vooral het geval als het koud is en vriest en tegelijkertijd de zon schijnt. “In sommige grassen vind je bij koud weer tot tweehonderd keer meer fructaan dan bij warmer weer.” Dat is vooral in de lente het geval, maar ook in de herfst. Weides die in de zomer bijna leeg zijn gegeten zijn dan echt gevaarlijk. Het fructaan verrijkt vooral de stelen. Bovendien kunnen weelderige weides met misschien maar een laag fructaangehalte toch hoefbevangenheid veroorzaken. Zetmeel is namelijk eveneens een energiereservoir dat in de bladeren van planten wordt verrijkt. Teveel van dit heerlijke groen heeft dan hetzelfde effect als het in een klap leegeten van de voerton.
Een andere factor zijn de moderne energierijke grassen die vooral bedoeld zijn voor het voeren van runderen, waardoor ook het fructaangehalte hoger uitvalt. Sommige grassoorten worden in weides gebruikt om de aansluiting van de grasmat te bevorderen. Maar vaak bevatten deze grassoorten ook veel fructaan. Het is dan ook beter als de weide slechts voor een klein deel uit deze grassen bestaat. Als een paard al verschijnselen van hoefbevangenheid heeft, mag het maar zeer beperkte weidegang krijgen, desnoods gemuilkorfd. Hij kan het best de meeste tijd in een zandpaddock staan. Hoefbevangenheid, veroorzaakt door een te hoge belasting, kan het best met een diepe, zachte laag strooisel worden bestreden.
 
Diagnose
Voor een dierenarts is het moeilijk om alleen op basis van klinische symptomen hoefbevangenheid te diagnosticeren. Het is belangrijk om de kreupelheid met behulp van diagnostische anesthesie in de hoefregio te begrenzen. Een belangrijk symptoom is een sterke gevoeligheid bij druk met een hoeftang. Bij een infrarode thermografie kan bij een groeiende ontsteking in de hoef een verhoogde warmtestraling worden geconstateerd. Om de juiste therapie te bepalen moeten röntgenfoto´s worden genomen. Deze kunnen het best binnen 24 uur na het optreden van de eerste symptomen worden gemaakt en later wekelijks worden herhaald.
Bij het gebruik van analoge röntgenapparatuur wordt een stukje draad op de hoornwand bevestigd, om de verhouding van hoornwand en hoefbeen goed te kunnen zien. Bij digitale apparatuur is de hoornwand goed zichtbaar, waardoor veranderingen tegenwoordig sneller worden opgemerkt dan vroeger. Daarnaast wordt de punt van de straal met een stukje metaal gemarkeerd, om de positie van de straal te herkennen.
 
Behandeling
Voor de behandeling van het hoefbevangen paard moeten eigenaar, dierenarts en hoefsmid nauw samenwerken. De eigenaar kan de benen met water koelen tot de dierenarts er is. Dat kan de hoefbevangenheid weliswaar niet remmen, maar verlicht de pijn. “De ondersteuning met medicijnen omvat voornamelijk ontstekingsremmers zoals Metacam”, verklaart Dr. Schulze. “Die nemen een groot deel van de pijn weg. Andere toegediende medicijnen zijn middelen om de bloedvaten te verwijden, de bloeddruk te verlagen en de doorbloeding te bevorderen (Aspirine, Heparine). Daarnaast krijgen de paarden ook een rustgevend middel zodat ze vaker gaan liggen.” Bij een acute hoefbevangenheid wordt het energierijke voer onmiddellijk van de menulijst geschrapt. Het paard krijgt alleen hooi en mineralen. Daarnaast is de mechanische ontlasting van de hoef belangrijk.
Een diep en zacht strooisel met zand of houtsnippers brengt verlichting voor het paard. De hoefsmid heeft de taak de drukbelasting in de hoef te herverdelen. Normaal gesproken worden de verzenen opgehoogd om de rotatiekrachten in de diepe buigpees tegen te werken. De druk moet met behulp van een zacht rubber kussen onder de hoef worden verdeeld en over de straal en naar het gebied rondom de verzenen worden geleid om de gevoelige plekken aan de punt van het hoefbeen en de teen te ontlasten. De punt van het hoefbeen moet echter vrij blijven, het kussen mag pas een duimbreed achter het punt van de straal onder de hoef worden gelegd. Dat kan bij een acute hoefbevangenheid ook met een kussenverband met rubber zool gebeuren.
Een speciaal gips voor hoefbevangen paarden heeft zijn nut bewezen, maar is omstreden. Drukplekken kunnen maar moeilijk worden waargenomen en hierdoor kunnen onder het gips schuurplekken en ontstekingen ontstaan. Bij een sterke verstoring van de doorbloeding kan het zinvol zijn om een gleuf in de hoef te snijden vanaf de kroonrand tot aan de witte lijn. Zo krijgt de hoefwand de mogelijkheid weer parallel aan de hoefbeenwand te groeien. Het hoornkapsel wordt opgevuld met vochtig desinfecterend verband zodat de hoef niet uitdroogt. Daarnaast kunnen beter geen grote delen van de tenenwand worden verwijderd. Dit leidt alleen maar tot destabilisatie van het hoornkapsel. Het is trouwens omstreden of een paard met acute hoefbevangenheid mag bewegen. Voorstanders benadrukken de bevordering van de doorbloeding. “Maar de trekkracht op de diepe buigpees is bij de beweging zo hoog en zo pijnlijk voor een paard, dat wij beweging consequent afraden”, benadrukt Dr. Schulze.
De chronische hoefbevangenheid wordt, afhankelijk van de behoefte, met medicijnen behandeld en het voer wordt geleidelijk aangepast. “Bij de meeste paarden is hooi en stro voldoende. Daarbij kan een mineraalsupplement worden gegeven zonder licht verteerbare koolhydraten.” Als de behoefte van het paard groter is, kan bietenpulp zonder melasse of een speciaal menu met een laag energiegehalte worden gevoerd. Wortels, appels en gras zijn daarentegen maar beperkt toegestaan. Het bewerken en bekappen van de hoef gebeurt op geleide van regelmatig genomen röntgenfoto’s.
 
Prognose
De beste voorwaarde voor een succesvolle behandeling is een diagnose in een vroeg stadium van de ziekte. Als de hoefbevangenheid eenmaal chronisch is, is het heel moeilijk om er grip op te krijgen. De dierenarts kan in drie tot zeven dagen grip krijgen op een acute hoefbevangenheid. De nabehandeling duurt ongeveer vier weken. Als het hoefbeen verzakt is, is een genezing op zijn vroegst na zes maanden mogelijk. Elke aanval van hoefbevangenheid is uniek en maakt een exact afgestemde therapeutische behandeling noodzakelijk.
De genezingskansen zijn ongeveer af te lezen aan de mate van hoefbeenrotatie. Bij een rotatie tot en met zes graden kan het paard, mits gelijk met de behandeling wordt begonnen, nog volledig herstellen bij een rotatie tussen de 6 en 12 graden wordt dat steeds minder waarschijnlijk en bij een rotatie van meer dan 12 graden is doorgaans geen genezing meer mogelijk. Uiteraard bestaan hierop uitzonderingen.
Behalve het eventuele gebruik van het paard moet ook met de mogelijkheden van de eigenaar rekening worden gehouden om het paard tijdens en na de behandeling adequaat op te vangen. Een paard dat eenmaal hoefbevangen is geweest, blijft hier zijn hele leven vatbaar voor.