Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Gezondheidscheck: van hoofd tot hoef

Je wilt het allerbeste voor je paard. Hij moet gelukkig zijn en lekker in zijn vel zitten. Maar dit kan alleen als hij helemaal gezond is en als hij de beste verzorging krijgt. Hoe weet je nu of je paard helemaal gezond is? Door een gezondheidscheck uit te voeren. Ontdek in dit artikel wat je allemaal kunt aflezen aan het gebit, de hals, de rug en de achterhand van je paard.

Tekst: Julia Schay-Beneke, Foto’s: Ilja v.d. Kasteele, Holger Schupp, Privat, www.stuewer-tierfoto.de


Soms gaat het om iets heel kleins. Je weet niet precies wat, maar je weet wel dat er vandaag iets anders dan anders is bij je paard. Gewoonlijk is hij dol op zijn dagelijkse poetsbeurt, maar nu drukt hij ineens zijn rug een beetje weg. Je legt het zadel op zijn rug en hij legt heel even zijn oren naar achteren. Wat nu? Je kent je paard goed genoeg om te weten dat deze reacties niet normaal zijn. Maar je wilt ook niet van elke mug een olifant maken en meteen kosten maken voor een dierenarts of fysiotherapeut.
"Iedereen zou iedere dag goed naar zijn paard moeten kijken en nauwkeurig moeten letten op de reacties die zijn paard geeft”, vertelt Sandra Eichler, dierenfysiotherapeute uit Warstein-Hirschberg. "Als jouw paard bij het poetsen de borstel probeert te ontwijken, kan dat een reactie zijn op een gespannen of zelfs geblokkeerde wervel.” Een paard kan zijn ongemak alleen door heel kleine dingen aangeven. Daarom is een dagelijkse gezondheidscheck super belangrijk. Tijdens zo’n gezondheidscheck controleer je je paard van hoofd tot hoef c.q. staart. Zo kun je eventuele problemen al in een beginstadium herkennen en dat maakt een behandeling des te eenvoudiger. Geschikte momenten voor een gezondheidscheck zijn de voerbeurt in de ochtend, tijdens het poetsen, bij het opzadelen en tijdens de training. 

"Let ook op de lengte van de passen van je paard of luister naar zijn gang wanneer je hem uit de wei haalt”, voegt Sandra Eichler toe. "Vaak kan een uitgebreide rolbeurt al de oorzaak zijn voor een blokkade van de wervels. En dat kan weer gepaard gaan met pijn.”
Controleer na elke weidegang de benen van je paard op mogelijke zwellingen. Misschien heeft hij zich verstapt of is hij uitgegleden. Wie het helemaal goed wil doen, schrijft zijn bevindingen op: de algemene indruk, de gemeten waardes (bijv. temperatuur) en het gedrag, om zo in geval van twijfel één en ander aan de therapeut te kunnen laten zien. De therapeut kan zich dan een veel beter beeld vormen en sneller tot een diagnose komen.
"Een leek kan overspannenheid van de spieren niet altijd voelen”, waarschuwt Barbara Welter-Böller, fysiotherapeute voor paarden en honden, uit Overath. "Let daarom goed op het gedrag van je paard, bij het borstelen of tijdens het opzadelen. Wanneer hij bijvoorbeeld met zijn spieren staat te trillen, als hij uitwijkt, wanneer hij een andere mimiek vertoont of wanneer hij zijn oren platlegt, kan dat een aanwijzing zijn voor problemen. Ook als je paard ineens bij het hoeven krabben zijn been niet meer wil optillen, is er mogelijk iets aan de hand.”

Bij een acute aandoening, zoals kreupelheid, een blessure of koliek, moet je direct de dierenarts bellen. Als je paard problemen met de nageeflijkheid vertoont, zich verzet, niet tactzuiver loopt of als zijn prestaties minder worden zonder herkenbare interne, orthopedische of neurologische oorzaak, bel dan bij voorkeur een paardenfysiotherapeut.

Het gebit
Vroeger leefden paarden in kale steppes. Hun gebit was evolutionair gezien aangepast aan het harde steppegras. Dat gras trok hij er met zijn snijtanden uit, gedurende wel zestien uur per dag. Het voedsel werd met behulp van de kiezen fijngemalen en werd met speeksel vermengd.
Het gras dat onze paarden tegenwoordig eten heeft een aanzienlijk zachtere consistentie, maar het gebit heeft zich in opbouw en hoedanigheid niet gewijzigd. "Onze paarden kauwen veel minder waardoor hun tanden minder afslijten”, licht Sandra Eichler toe. "Dat leidt tot verschillen in de groei van de tanden en dat leidt weer tot eenzijdige en daardoor verkeerde belasting van het gebit. Hierdoor kunnen tandhaken en verstijving van de kauwspieren ontstaan.” In het uiterste geval slikken paarden hun voer onvoldoende gekauwd door: dat is een te zware belasting voor het spijsverteringsstelsel en kan tot koliek leiden!

Checklijst tandproblemen c.q. gespannenheid in de kauwspieren:

•    Gooit je paard zijn voer uit de voerbak?
•    Eet hij te veel en laat hij de helft van het voer uit zijn mond vallen?
•    Vind je kleine voerproppen van hooi in zijn voerbak of in zijn stal?
•    Zie je onverteerd voedsel terug in zijn ontlasting?
•    Wil je paard zijn bit niet aannemen bij het opzadelen?
•    Is jouw paard gevoelig en vertoont hij afweerreacties bij het aannemen van de teugels, bijvoorbeeld door zich op te krullen?
•    Heeft hij problemen met stelling of wil hij zijn hoofd niet inbuigen?
•    Slaat hij met zijn hoofd?
•    Knarst hij met zijn tanden?
•    Heeft hij gewicht verloren?
•    Presteert jouw paard minder of heeft hij minder zin in het werk?
•    Is zijn voorhand stijf vanwege verandering in de spierspanning?

De hals
De wervelkolom bestaat uit verschillende delen: de halswervels, de borstwervels, de lendenwervels en de staartwervels. Zij verschillen wat betreft de opbouw en functie aanzienlijk van elkaar. De halswervels zouden de grootst mogelijke beweging moeten laten zien. Het paard moet in staat zijn om te grazen en daarvoor buigt hij zijn hals naar beneden. Maar hij moet ook een irritante daas van zijn flank kunnen verjagen, door zijn hals opzij te buigen. Een veulen moet bij zijn moeder kunnen drinken, daarvoor rekt en draait hij zijn hals. Als een paard moeite heeft met het buigen van zijn hals, kan een blokkade in de buurt van de halswervels de oorzaak zijn. "Elke blokkade gaat gepaard met overbelasting van een spier. Dat is de oorzaak als het paard niet kan buigen”, licht Sandra Eichler toe. "Afhankelijk van de ernst van het probleem geeft het paard bij het aanraken met de hand al een afweerreactie.” Barbara Welter-Böller wijst erop dat de ruiter bij het rijden of longeren (met hulpteugels) een probleem in de nek vast kan stellen. "Het paard wil zijn hals niet inbuigen, neemt geen stelling, de halsspieren zijn gespannen en zijn manen kunnen anders vallen dan normaal.”

De checklijst voor de halsspieren:
•    Voelen de spieren van je paard hard aan?
•    Vertoont je paard afweerreacties tijdens het poetsen met een rubberen borstel?
•    Heb je moeite om hem op de volte te rijden?
•    Neigt hij tot wijken met zijn achterhand of breekt hij uit de volte?

De rug
De vorm van de rug wordt voornamelijk bepaald door de wervelkolom. Of eigenlijk door de vorm van de zogenaamde doornuitsteeksels, die steeds bovenop en aan beide zijden van de wervel zitten. Daaromheen zitten spieren en banden. De lengte, de stelling en de dikte van de doornuitsteeksels bepalen de ontwikkeling van de spieren van je paard. De wervelkolom en de bespiering hebben directe gevolgen voor de beweging van de ledematen. Rugklachten hoeven – in het begin – niet altijd met pijn verbonden te zijn. Je paard kan ook rugklachten krijgen door een verkeerde training, te weinig training of vooral door een niet goed passend zadel. Als het zwaartepunt van het zadel en dat van het paard niet overeenkomen, ontstaan er overspannenheid en drukplekken op de rug. Alleen een paard dat in evenwicht is met zijn ruiter, kan zonder extra aanspanning tactzuiver lopen. Ook al is er bijvoorbeeld maar één drukplek, deze kan er al toe leiden dat je paard een verkeerde houding aanneemt om zijn lijf te sparen en om de pijn te ontwijken. Het gevolg: de rug raakt aangespannen en er raken één of meerdere tussenwervelgewrichten geblokkeerd. Als je paard zijn rug niet ontspannen kan laten veren, is dat een duidelijk signaal dat er ergens een blokkade zit.

Er zijn diverse symptomen voor rugklachten en zadeldruk. Als je een duidelijke onevenwichtigheid of weerstand in de rug voelt, heeft je paard een probleem. "Als het zadel niet goed zit of te smal is, kun je dat als paardeneigenaar zien door eventueel geatrofieerde rugspieren”, legt Sandra Eichler uit. "Veel paarden hebben direct achter het schouderblad een holte, omdat het kopijzer van hun zadel te smal is.” Dat leidt tot een aanzienlijke beperking van de beweging van de schouder c.q. het voorbeen: het paard kan geen ruime passen maken. Problemen kunnen ook door een niet goed gevuld zadel ontstaan, zo waarschuwt Eichler. "Het zadel drukt dan op de lange rugspier (de musculus longissimus loopt rechts en links langs de wervelkolom) en heeft zo gevolgen voor de rugspieren. Het paard kan zijn rug niet laten veren, de buiging van de rug en de bewegingsvrijheid van de achterste ledematen worden daardoor beperkt.”

De checklijst voor de paardenrug
•    Zie of voel je in de buurt van de rugspieren holtes waarop je paard, bij het aanraken, gevoelig reageert of zelfs afweerreacties laat zien?
•    Drukt hij zijn rug weg als je hem poetst of als je zijn rug met een rubberen borstel poetst?
•    Kun je na het rijden de afdruk van het zadel in de spieren zien?
•    Zijn er witte haartjes gegroeid op de plek waar het zadel ligt?
•    Is de schouderactiviteit in zijn beweging verminderd en maakt hij daarom kortere passen?
•    Loopt je paard niet tactzuiver?
•    Zet hij kortere of minder ruime passen?
•    Vertoont zijn achterhand te weinig activiteit en/of treedt hij in de afzonderlijke gangen minder ver onder?
•    Springt hij vaak met het verkeerde been in de galop?
•    Vertoont hij afweerreacties tijdens het opzadelen?
•    Zie je aan de longe veranderingen in zijn beweging (zonder zadel en ruiter, alleen met het zadel, met zadel en ruiter)?
•    Heeft jouw paard recent gehoest en wil hij nu niet buigen (duidt eventueel op teveel spanning in de tussenribbenspier)?

Fysiotherapie

Om spierspanningen of blokkades op te lossen zijn er diverse mogelijkheden:
Thermotherapie: de doelgerichte inzet van warmte en koude voor therapeutische doeleinden. Warmte verbetert de doorbloeding, vermindert de pijn en ontspant. Deze therapie wordt toegepast bij acute rugklachten en spierspanningen. Een vaak gebruikte en vrij simpele methode is het opleggen van warme kompressen of het gebruik van een solarium.
Bewegingstraining: alle maatregelen verliezen op den duur hun effectiviteit als je niet zo snel mogelijk weer met een doelgerichte training gaat beginnen. Daarbij is vooral belangrijk om in de juiste mate te belasten en je nauwkeurig te houden aan de afspraken met de behandelende dierenarts of therapeut. Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld rekoefeningen, oefeningen met balken lopen, een loopband, een stapmolen, aquatraining of een bodemparcours.
Massage: een medische massage mag alleen worden uitgevoerd door een vakman of -vrouw. Deze massage lost spanningen op, de spieren worden weer soepel en raken geactiveerd en geregenereerd. Er zijn diverse basistechnieken zoals zacht strijken, wat de afvoer van het bloed en lymfe tot gevolg heeft, terwijl een krachtig kneden de doorbloeding verbetert op de plek van de massage. De manuele therapie mobiliseert lichaamsdelen die in hun beweging beperkt zijn.
Magneetveldtherapie: deze therapie moet de zelfgenezende krachten activeren. Je kunt magneetvelddekens, pleisters of beenbeschermers gebruiken. Vaak moet je deze therapie gedurende een langere periode en/of dagelijks toepassen.
TENS (Transcutane elektrische zenuwstimulatie): is een speciale toepassing en werkt met laagfrequente prikkelstromen. Zij wordt toegepast bij een lange termijn behandeling van chronische pijn in de rug.

Bekken en achterhand
De lendenwervels met hun brede, uitstekende dwarsuitsteeksels zijn via het si-gewricht verbonden met het bekken. Zij zijn het laatste deel van de brugconstructie van de wervelkolom en brengen de beweging vanuit de achterhand over. Dat geldt vooral voor het buigen en strekken. Vaak kun je een scheefstand van het bekken of een probleem met het si-gewricht niet met het blote oog zien. "Je ziet bij paarden met dergelijke problemen verschillende kortere staplengtes”, legt Sandra Eichler uit. "De achterhand oogt stijf, de rugspieren zijn vast en gespannen.”
Als je achter je paard gaat staan, wordt de asymmetrie nog duidelijker. "Je ziet van de achterkant geen driedimensionale beweging van het bekken c.q. de achterhand. De beweging van het kruis vertoont verschillen, het lijkt alsof het paard asymmetrisch loopt.” Het is moeilijk om de lichaamshouding van je eigen paard te duiden, daarvoor heb je veel ervaring nodig en die krijg je alleen door goed te kijken. "Kijk ook naar het spel van zijn oren, zijn mimiek (bijvoorbeeld het fronsen/rimpelen van de neusgaten en het spel van zijn lippen), de beweging van zijn rug (het veren naar boven, niet naar beneden), afwijkende bewegingen en de houding van zijn staart”, licht Barbara Welter-Böller toe.
Het is ook belangrijk goed te kunnen inschatten of je paard alleen maar staat te rusten of dat hij niet lekker in zijn vel zit. Een paard dat zijn hoofd laat hangen, staat vaak gewoon te slapen. Als hij slaapt, buigt hij vaak een achterbeen – net zoals bij een kreupelheid. Je kunt blessures en zwellingen makkelijk voelen als je het been aftast, maar daarvoor moet je wel weten hoe de benen normaal aanvoelen en hoe warm ze normaliter zijn.

De checklijst voor het bekken en de achterhand:

•    Is de beweging van het bekken, gezien vanaf de achterzijde, aan beide kanten gelijk?
•    Hangt de staart scheef?
•    Wil je paard plotseling zijn been niet meer optillen voor het uitkrabben van de hoeven?
•    Heeft je paard problemen met zijn coördinatie?
•    Valt jou bij het rijden op dat hij met zijn achterbenen minder ver ondertreedt? Of neemt hij minder gewicht op?
•    Is de stabiliteit van de beenassen verstoord en/of knikken zijn benen?
•    Opent hij met springen zijn achterhand te weinig?
•    Wil hij geen wendingen met de voorhand meer lopen?
•    Treedt hij met lopen minder ver onder?
•    Heeft hij problemen met de zijwaartse gangen?
•    Springt hij vaak met het verkeerde been in de galop?
•    Hoor je verschil bij het opzetten van zijn hoeven op harde grond?

Checklijst totaalindruk:

•    Verdeelt je paard in de beweging zijn gewicht gelijkmatig over alle vier zijn benen of spaart hij een been?
•    Is je paard  overmatig gespannen?
•    Staat hij vaak met hals omhoog en drukt hij zijn rug weg?
•    Loopt hij onder het zadel of aan de longe voorwaarts-neerwaarts?
•    Glanst zijn vacht?
•    Is hij tijdens het eten ontspannen of eerder gespannen?
•    Heeft hij voldoende spiermassa om dat wat je van hem eist te kunnen doen?
•    Hoe kijkt hij uit zijn ogen?
•    Rolt hij regelmatig in de wei of paddock?
•    Staat hij liever apart en wil hij rust, terwijl hij zich gewoonlijk bij de groep aansluit?