Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Marlies van Baalen: 'Ik rijd altijd met een doel'

Marlies van Baalen was pas zeven jaar oud toen ze voor het eerst Levade kampioen klasse Z werd. Inmiddels heeft ze het geschopt tot internationaal Grand Prix dressuuramazone en vormt ze samen met haar familie de vaste kern van Dressuurstal Van Baalen. Een portret.
 
Als dochter van Coby van Baalen lijkt een carrière in de paardensport voor Marlies een schot voor open doel, maar niets is minder waar. “Ik ben natuurlijk opgegroeid in de dressuurwereld, maar dat is geen garantie voor bevlogenheid. Mijn broer bijvoorbeeld doet helemaal niets met paarden. Hij heeft vroeger wel een blauwe maandag gereden, maar hij had altijd meer belangstelling voor de tractoren op het terrein. Het is natuurlijk wel zo dat de drempel om te beginnen met rijden voor ons laag was, ofschoon ik best een tijd heb moeten zeuren voordat mijn eerste pony er kwam.”
Met de komst van pony Anjonette is de succesvolle carrière van Marlies nog niet geboren. “Anjonette was zo vlug en fel, daar had ik best wel even moeite mee. Ik heb daarom eerst nog een jaar op de manege gelest, voordat ik voldoende zelfvertrouwen had om op Anjonette te rijden.” En met succes, want met Anjonette wordt Marlies onder andere Nederlands kampioen Z-dressuur.
Na Anjonette krijgt Marlies de voshengst Dancer onder het zadel. Met hem wordt ze in 1993 en 1994 Nederlands kampioen. In diezelfde jaren nemen Marlies en Dancer bovendien deel aan de Europese kampioenschappen voor pony’s, wat hen een bronzen en een zilveren teammedaille oplevert. Een jaar later wint Marlies met haar paard Arthur brons op de Nederlandse kampioenschappen voor Junioren en verovert ze een zilveren teammedaille op de Europese kampioenschappen voor Junioren. In 1996 wordt ze Nederlands kampioen Junioren met Finesse. Genoeg successen om een carrière in de paardensport te overwegen, zou je denken. “Toen ik jong was, had ik nog niet de ambitie om te doen wat ik nu doe”, zegt Marlies echter. “Ik vond de pony’s en het rijden leuk, op de ponyclub had ik het erg naar mijn zin en ik ging graag naar wedstrijdjes, maar verder dan dat keek ik niet. Tijdens mijn middelbare schoolperiode heb ik ook andere studierichtingen overwogen. Iets met economie of het leren van een taal waren serieuze opties. Ik was al vrij jong succesvol in de wedstrijden, maar dat betekent niet dat je er ook je beroep van kunt maken. Dan spelen andere zaken ook een rol.” Toch besluit Marlies aan het eind van haar middelbare schooltijd om naar Duitsland te gaan, waar ze de opleiding tot Bereiter in het Duitse Warendorf volgt. “Deze opleiding staat bekend als de paardensportopleiding bij uitstek. Warendorf is een internationale stal, wat ook goed was voor mijn talen. Bovendien kon ik nu mijn wedstrijden blijven rijden. De opleiding heeft heel goed uitgepakt voor mij. Een ander paardenbedrijf dan thuis, een ander gezin waarin je in terechtkomt, andere paarden…. Ik heb in deze periode veel geleerd, bijvoorbeeld dat lesgeven me goed ligt. Op een gegeven moment kreeg ik enorm zin om alles wat ik geleerd had om te zetten naar ons eigen bedrijf. En dat heb ik ook gedaan.” Op dit moment rijdt Marlies van Baalen meerdere paarden voor de dressuurstal, geeft ze les en doet ze de boekhouding van het bedrijf.
 
Iedere dag een uitdaging
Marlies heeft met moeder Coby een prof voorhanden om van te leren, maar toch heeft de amazone ook bij een aardig lijstje trainers van buitenaf gelest. “Toen ik klein was, kreeg ik hier op stal les van Leida Strijk. Zij werkte hier en was toen een soort oudere zus voor mij, iemand tegen wie ik enorm opkeek. Later in mijn ponytijd heb ik eens per week gelest bij Jo Willems, toen hij nog bondscoach was. Daarna, bij de junioren, kreeg ik les van Jürgen Kosschel. Mijn moeder vond het altijd heel belangrijk dat ik ook lessen volgde van anderen, om niet vastgeroest te raken in bepaalde patronen. Door open te staan voor hoe andere mensen dingen zien en doen, kun je heel veel leren. Om die reden heb ik ook gelest bij Johann Hinnemann, Sjef Janssen en nu bij Nicole Werner.”Marlies vertelt het rijden nog iedere dag een uitdaging te vinden. “Ik vind het natuurlijk het leukst wanneer ik paarden voor langere tijd kan rijden, zodat ik echt een band met hen kan opbouwen. Ik rijd op dit moment twee paarden, BMC Zigeuner en BMC Ratzinger, die nu allebei de overstap gaan maken van de Lichte Tour naar de Grand Prix. Deze periode vind ik echt ontzettend leuk. Om de paarden de piaffe, de passage, de wissel om de pas en de pirouettes aan te leren, dat is echt een uitdaging.”Voor wat betreft de paarden die al in de Grand Prix uitkomen, werkt Marlies hard om de puntjes op de ‘i’ te zetten. “Zolang ik doelen heb waar ik met mijn paard naartoe kan werken, zolang ik nog vooruitgang kan boeken met een paard, dan is rijden voor mij een echte uitdaging. Dat doel houd ik ook altijd in mijn achterhoofd, ik rijd altijd gericht. Zomaar een rondje in het zadel zitten, dat is niets voor mij.”
 
Dromen
“De doelen die je jezelf stelt, moeten wel realistisch zijn”, gaat Marlies verder. “Iedereen wil natuurlijk naar de Olympische Spelen, maar je moet dan wel over een paard kunnen beschikken die daartoe in staat is, hij moet op de juiste manier getraind worden en hij moet fit zijn en blijven. Dat moet je niet onderschatten. Mijn doel voor het aankomende jaar is om met mijn huidige Grand Prix topper, BMC Miciano goed te scoren tijdens de komende wereldbekerwedstrijden en om – in de aanloop naar het EK – in het team te komen. Met BMC Miciano werd ik afgelopen jaar vijfde bij het NK outdoor en ook in Aken hebben we supergoed gereden. Daar haal ik echt mijn drive uit.”Om een bepaald ritme met haar paarden op te bouwen, gaat Marlies regelmatig op wedstrijd. “Je kunt hier zoveel informatie uit halen! Soms ben je al een hele tijd met een paard aan het rijden en denk je dat alles heel fijn en goed gaat, maar dan kom je op een wedstrijd en dan blijkt in de ring dat je het toch allemaal niet zo goed voor elkaar hebt als dat je dacht. In de ring is alles anders, het is een meetmoment die je nieuwe informatie oplevert waar je thuis mee aan de slag kunt.”Wanneer een wedstrijd geslaagd is, kan heel verschillend zijn, vertelt Marlies. “Het kan zijn dat een bepaald onderdeel dat al een tijdje niet goed ging en waarop je heel hard hebt getraind, in de ring opeens wel goed uitpakt. Dat is een winmoment, maar wel een tussenstapje. Als je op een wedstrijd verschijnt waar je moet pieken – een kampioenschap bijvoorbeeld – dan is het natuurlijk zaak dat geen enkel onderdeel mislukt. Dan moet je alles eruit kunnen halen wat erin zit. Het afgelopen jaar tijdens de Grand Prix Special in Aken, met Miciano, had ik echt zo’n geluksmomentje. Er zit nog veel meer in dit paard en in mij, maar voor op dat moment hebben we wel de beste proef neergezet die we konden neerzetten. En daar kun dan je heel veel tevredenheid uit halen.”
 
Hoogtepunten
Naast Aken, kan Marlies nog veel meer hoogtepunten opnoemen. Om te beginnen haar afsluitende jaar bij de junioren. “In alle jaren dat ik bij de junioren zat, reed ik best wel succesvol. Maar er was altijd wel iets waardoor ik tijdens de EK’s net niet op niveau presteerde. Tijdens het EK in Hickstead met Habibi – gefokt door mijn tante – lukte alles wel. Mijn paard was in vorm, ik was in vorm. Ik wist toen ook hoe ik drie dagen achter elkaar kon pieken. Alles kwam opeens bij elkaar. Ik won individueel goud en goud met het team, dat was een heel mooi moment.” Naast Hickstead noemt Marlies ook haar deelname in Athene in 2004, waar ze als jong meisje al naartoe mocht. Maar meer indruk maakte de wereldbekerfinale met Idocus in Düsseldorf, in de aanloop naar de Spelen. “Daar reed ik zo’n proef die op je netvlies blijft staan, een proef die je je altijd blijft herinneren. Die wedstrijd leverde mij ook een plek in het Olympisch kader op.”Een ander feitje waar Marlies trots op is, is dat Miciano al het tiende paard is dat ze op Grand Prix niveau uitbrengt. “Alle paarden met wie ik op dit niveau heb gereden, zijn heel verschillend. Qua bouw, qua karakter… ik ben er best wel trots op dat dit me met al die paarden gelukt is.”