Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Sander Marijnissen: 'Indoor Brabant was mijn doorbraak'

Na een half jaar rust vanwege een blessure van zijn paard Moedwil, heeft Sander Marijnissen in Odenburg laten zien dat hij nog steeds tot de top van de dressuurwereld behoort. Een portret van een gedreven paardenman.
  
Foto’s: www.sjoert.com
 
Sander Marijnissen maakte al op zijn vierde kennis met de paardensport. “Maar ik kom niet uit een paardenfamilie hoor,” benadrukt hij gelijk. “Mijn vader was postbode en had een hobbypaardje staan waar ik regelmatig op klom. We woonden destijds in de Veenpolder. Toen onze buurman overleed – een soort suikeropa voor ons die geen familie naliet – erfden wij zijn huis, op voorwaarde dat wij zijn ‘veestapel’ zouden houden: twee pony’s en een paar geiten en kippen. Op die pony’s heb ik leren rijden. Een van de twee, Keesie, is pas vier jaar geleden, op 38-jarige leeftijd bij ons op stal overleden.” Sander zit duidelijk op zijn praatstoel. “Mijn vader vond het wel leuk, al die dieren. Hij kocht er zelfs een paardje bij om mee te fokken. Zoetjes aan groeiden onze activiteiten.”
  
Manege
In 1986 kocht vader Marijnissen een failliete manege op: manege Twiske in Den Ilp. Sander: “Ik heb veel geleerd van die tijd. Neem nou de sleuteloverdracht. Toen we met de familie ’s avonds na de overdracht naar huis reden, heeft de oude eigenaresse de hele manege nog leeggeroofd! Terwijl de koop al rond was! Een lange rechtszaak – die wij uiteindelijk hebben gewonnen – volgde, maar daar konden wij natuurlijk niet op wachten. We moesten starten. Achteraf gezien was dit natuurlijk een fantastische tijd. Ik was zestien en kwam net van de mavo. Ik werkte zestien, zeventien uur per dag om van de manege een succes te maken. We hebben nieuwe stallen gebouwd en nieuwe buitenbakken… het bedrijf slokte me helemaal op. Uiteindelijk hebben we de manege drieënhalf jaar gehad. Mijn vader heeft het verkocht omdat we geen uitbreidingsmogelijkheden hadden. Het bedrijf was te klein om personeel in dienst te nemen, maar te groot voor mij om alles te managen én om nog aan mijn eigen carrière te werken.” 
  
Nadat de manege in Den Ilp was verkocht, kreeg de vader van Sander een vergunning om in Wijdewormer een stal te bouwen. “Hier had ik echt de kans om mijzelf te ontplooien als ruiter. Een grote kans. Vijf jaar geleden hebben mijn ouders een stapje teruggedaan en ben ik als eenmanszaak hier verdergegaan. Hoewel vroeger het pensiongedeelte de belangrijkste bron van inkomsten was, is stal Marijnissen nu echt een dressuurstal. De grootste van Noord-Holland”, glundert Sander trots. “De stal is echt ons brood geworden. Ik heb vier personeelsleden in dienst die mij helpen met het dagelijkse stalmanagement. ’s Ochtends heb ik tijd om zelf te trainen, ’s middags komen de lesklanten, die ik overigens zelf allemaal lesgeef. Daarnaast geef ik regelmatig clinics en trainingen. Op technisch vlak heb ik echt ontzettend veel te vertellen. Er zijn veel manieren van rijden en door de jaren heen heb ik mij breed ontwikkeld.”
Sander doelt met name op het niveau van de paarden waarop hij heeft gereden: “Alexander, mijn zoontje van acht, heeft een heel andere basis dan ik. Ik heb leren rijden op de minst goede paarden. Maar juist door op ‘gewone’ paarden te rijden, ben ik zover gekomen. Ik heb echt kunnen groeien in de sport. Als Alexander thuiskomt van school, trekt hij gelijk zijn rijbroek aan en gaat hij naar de stal. En dat is prima, zolang hij dit ook zelf wil. Ik ben blij dat ik hem deze kansen kan geven. Het probleem is dat de ouders vaak nog fanatieker zijn dan hun kinderen. Zo ben ik absoluut niet. Ik geef Alexander de mogelijkheid om te rijden, om zich te ontwikkelen. Het is aan hem of hij die kansen pakt.”
  
Rijden met gevoel
“Het belangrijkst bij het paardrijden – en dat is ook wat ik mijn lesklanten en cursisten voorhoud – is het goed en met plezier leren rijden”, vindt Sander. “Je moet echt gevoel krijgen voor het rijden. Een paard is een levend wezen dat je moet begeleiden in zijn bewegingen, niet dwingen. Je moet hem respecteren. Met dwang of met hulpteugels los je niets op. Je moet op een humane manier duidelijk kunnen maken wat je van je paard verwacht. Bovendien moet je de spieren, pezen, banden en gewrichten van je paard de tijd geven om zich te ontwikkelen. Pushen of overhaasten heeft geen enkele zin.”
Ruiter en paard moeten volgens Sander met elkaar meegroeien. “Voor ieder paard is een geschikte ruiter, zeg ik wel eens. Het probleem is echter dat de een soms sneller ontwikkelt dat de ander. Soms zie je dat het paard wat achterblijft. Een andere keer heeft het paard veel meer in zijn mars dan de ruiter hem kan geven. Op dat moment moet je keuzes maken, hoe moeilijk dat soms ook is.”
  
Carrière in het kort
Sander Marijnissen is zijn paardrijcarrière ooit begonnen in de ponysport. “Maar omdat ik zo groot was, ben ik op mijn veertiende al doorgestroomd naar de paarden. Mijn eerste paard was een klassiek paard, maar die was niet geschikt om hogerop te komen. Vervolgens heb ik nog een stuk of vier, vijf paarden opgeleid en weer verkocht. En toen kwam Dakota. Hij kwam toen ik vijftien was als veulen bij ons. En wat was hij prachtig! Hij liep goed, hij reageerde goed. Ik heb altijd in hem geloofd. Toen Dakota zes jaar was, heb ik een half jaar met hem bij de Young Riders kunnen rijden. Toen ben ik overgestapt naar de ZZ-licht en vervolgens naar de ZZ-zwaar. Mijn mooiste overwinning in die tijd was het winnen van Indoor Brabant.” Sander zucht. “Dat moment vergeet ik nooit meer. Ik als klein jochie van 21 in de grote paardensportwereld. Dat moment was echt mijn doorbraak. In mijn loopbaan ben ik negen keer Nederlands kampioen geworden, in alle disciplines, met uitzondering van de Grand Prix. Daar schuilt nog een stille wens.” Helaas heeft Dakota zich op tienjarige leeftijd vastgerold in zijn box. “Hij raakte geblesseerd en is nooit meer de oude geworden. Dat was echt een pechmoment. We moesten een stapje terugdoen. Tsja, het blijven dieren hè?”
  
Met Moedwil zet Sander zich enige tijd later terug op de kaart. “Ik heb Moedwil op vierjarige leeftijd gekocht van meneer Seignette. Hij had Moedwil aangeschaft als springpaard, maar hij sprong niet goed genoeg. Via zijn schoondochter, die hier lessen volgt, ben ik met Seignette in contact gekomen en heb ik Moedwil gekocht. Een schot in de roos, blijkt nu. Moedwil is niet door mijzelf zadelmak gemaakt, maar sinds de koop ben ik de enige die op hem heeft gereden. Het is echt een joekel van een paard. Heel atletisch. Altijd vrolijk. En altijd enthousiast. Echt een paard die graag voor je wil werken.”
“Toen Moedwil op stal kwam, was hij nog vrij slap”, gaat Sander verder. “Hij moest heel gedoseerd worden opgeleid. Toen hij zes was, heb ik hem voor het eerst uitgebracht in de ring. Hij werd gelijk Nederland kampioen. Een half jaar later werden we kampioen in de Z1, weer een half jaar later wonnen we ook de Z2. De ZZ-licht kwam vervolgens net iets te snel. Moedwil was nog niet bevestigd genoeg. Hij had nog wat meer training nodig. Kort daarna zijn we doorgestroomd naar de ZZ-zwaar, waar we reservekampioen werden. Vervolgens zijn we overgegaan naar de Lichte Tour en de Grand Prix. Moedwil heeft zich echt ontzettend snel ontwikkeld, maar de kwaliteit van zijn beweging heeft hier niets op ingeboet. Moedwil heeft me echt het succes gegeven. De afgelopen maanden is dat nog maar eens gebleken. Ik hoop dat hij nog meekan naar de Olympische Spelen in 2012.”