Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Joyce Heuitink: 'Kies je piekmomenten'

Wanneer ik het terrein van Anky van Grunsven in het Brabantse Erp kom oprijden, stappen Joyce Heuitink en haar imposante hengst Wup (v. Welt Hit II) me al tegemoet. Ze zijn net klaar met de training. Wup wordt snel afgezadeld en gedoucht. Ondertussen vertelt Joyce honderduit.
  

Hoewel paardrijden niet in Joyce haar genen zit, zat ze al op jonge leeftijd tussen de paarden. “Mijn opa had een aantal pony’s, die ik reuze interessant vond. Ik ging vaak mee naar de stallen om te knuffelen, ik begon eigenlijk zoals ieder ponymeisje begint. Toen ik drie jaar was, kwam er een Shetlandertje, Orina. Daar zat ik trouwens meer naast dan op. Wanneer mijn opa of mijn ouders mij kwijt waren, zat ik vaak in het hoge gras achter de pony bloemetjes te plukken.” Toen ze vijf was, kreeg Joyce haar eerste pony. “Met Sonja ben ik uiteindelijk ook wedstrijden gaan rijden. In de dressuur reed ik altijd de snelste tijd met haar, ze kon bovendien erg goed lopen. Op mijn zesde mocht ik meedoen aan het Gelderse kampioenschap. Ik werd tweede, net achter Marlies van Baalen. Zij is mijn eeuwige opponent, maar we zijn ook vriendinnen van elkaar geworden. We zijn samen opgegroeid in de sport.”
  
Het beste paard van stal
“Toen ik twaalf was, reed ik een pony van drie jaar oud. Helaas werd hij kreupel en moesten we op zoek naar een nieuwe pony. Dat bleek nog niet zo gemakkelijk. Na een lange, onsuccesvolle zoektocht kwamen we uit bij een kennis in Lievelde, waar een prachtig paardje in de wei stond: Berkel I.Dancer. Zij was niet mijn eerste pony, maar werd wel mijn eerste paard. Toen ze vijf was, werden we Nederlands Kampioen. Daarna werd ze al snel te groot. Berkel I.Dancer had een eierstoktumor waardoor ze veel mannelijke hormonen aanmaakte en waardoor ze al snel te fors en te groot werd voor een pony. In amper twee jaar tijd was ze van 1.54 meter – toen ze drie jaar oud was – gegroeid naar 1.61 meter. Toen ze zes jaar oud was, ben ik dan ook met haar tussen de paarden gaan rijden. En ook daar werd ik Nederlands Kampioen, in de Z1. Toen was ik vijftien.”
Volgens Joyce heeft ze aan Marlies van Baalen te danken dat ze een stapje verder ging in de sport en bij de junioren ging rijden. “Op een dag ontving ik een brief van Marlies. Ze had gehoord dat ik mijn pony/paard Berkel I.Dancer had vernoemd naar haar pony, Dancer. En dat was ook zo. Ik was echt gek op haar pony, want daar verloor ik altijd van. In haar brief zei Marlies dat ik bij de junioren moest gaan rijden, want ‘dat was leuk’. Korte tijd later ben ik hier inderdaad gaan rijden. Ik merkte gelijk dat alles veel serieuzer werd. Je gaat anders trainen, je ontmoet andere mensen… en ik ontdekte dat ik me goed kon meten met mijn concurrentie. Het was niet werelds van Berkel I.Dancer en ik deden, maar het bood wel potentie.”
 
Potentie bood het zeker, want een jaar later werd Joyce al opgenomen in het Nederlandse team. “Toen ik 21 was, werd ik Rabo talent in de dressuur. Dan wordt je inzet wel bekroond. Ik kreeg een jaar lang les van Anky van Grunsven aangeboden. Nadien zijn Berkel I.Dancer en ik hier blijven trainen, tot 2005, toen werd de merrie verkocht aan de Belgische Young Rider Leslie Goethals en had ik geen paard meer om hier te blijven trainen.” Gelukkig was het afscheid maar van korte duur. “In 2007 belde Sjef Janssen mij op: ‘ik weet niet waar je nu zit en wat je nu doet, maar wil je bij mij komen werken?’. Daar moest ik wel even over nadenken, want ik was net twee weken daarvoor begonnen met mijn baan bij de KNHS. Maar uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt en ben ik bij Sjef en Anky begonnen.”
 
Joyce Heuitink heeft veel les gehad van bekenden in de hippische wereld. “Ik heb overal ook ontzettend veel opgestoken. Ik heb getraind bij onder andere Patrick Kittel, bij Coby van Baalen, bij Rien en Inge van der Schaft en bij een oude coryfee: Gerda Smelt. Zij reed tientallen jaren geleden succesvol in de Grand Prix.” Op dit moment helpen Sjef en Anky Joyce en haar NRPS-dekhengst Wup om zich verder te ontwikkelen. “Mijn grote wens is om met Wup in de Grand Prix te mogen starten. Na het NK in De Steeg – waar we derde werden – en de finale van de Tinello Dressuur Cup het weekend daarna heb ik gezegd: ‘Ik rijd nu geen wedstrijden meer. Als jullie mij weer in de ring zien, dan is dat in de Grand Prix’. Wanneer ik zover ben, kan ik niet zeggen. Ik ga alleen als ik zeker weet dat we het aankunnen, dan we het goed kunnen en dat we het vol kunnen houden.”
Hoe begeleiden Sjef en Anky je hierin? “Van Sjef krijg ik echt les. Soms privé en soms rijd ik mee tijdens zijn reguliere lessen, het ligt er maar net aan hoe we allebei in onze tijd zitten. Sjef richt zich vooral op de basis. Op losgelatenheid, op activiteit, op het simpel kunnen rijden. Pas dan kun je je paard namelijk goed gymnasticeren. Anky daarentegen helpt mij om proefgerichter te rijden, Zij helpt mij met Grand Prixwerk zoals de piaffe en de passage, om mooie rechte series om de pas te rijden of om de twee passen en om Wup te leren omstellen in het zigzagappuyement in galop. De belangrijkste les die ik van hen beiden heb geleerd? Dat je heel consequent moet zijn, bij alles wat je doet. Niet alleen in de training, maar ook in de wedstrijd, zodat je paard de hulpen die jij geeft, correct kan vertalen. Wanneer je tijdens een wedstrijd iets teveel of iets te weinig druk zet, wanneer je iets meer of iets minder knijpt, mag je niet van je paard verwachten dat hij precies zo rijdt als thuis. Die perfectie is ontzettend belangrijk.”
  
Quality time
Joyce probeert iedere week drie avonden op tijd thuis te zijn voor haar vriend, haar familie en haar vrienden. “Michael en ik zijn allebei gek op voetbal. We hebben een seizoenskaart van Vitesse, dus we gaan vaak samen – en met een groep vrienden – voetbal kijken. Daarnaast speelt Michael tennis. Ik probeer bij zoveel mogelijk wedstrijden te komen kijken, dat doet hij overigens ook als ik een wedstrijd heb. Bovendien komt Michael ook vaak kijken bij mijn trainingen. Hij rijdt zelf niet, maar hij vind de paardensport wel erg interessant. Hij is bovendien dol op Wup. Michael heeft – geheel naar eigen wens – de afdeling knuffelen, tutten en voeren voor zijn rekening genomen. In de tijd dat ik mijn spullen pak, staat hij altijd met Wup te vlooien, klieren en knuffelen.”
  
Hippische duizendpoot
“Paardrijden is altijd mijn hobby geweest”, gaat Joyce verder, “al is het nu wel een beetje uit de hand gelopen. Alles wat ik doe heeft met paarden, paardenmensen en paardensport te maken. Toch is mijn leven alles behalve eenzijdig.” De afgelopen jaren is Joyce Heuitink uitgegroeid tot een hippische duizendpoot. Ze is niet alleen internationaal dressuuramazone, maar jureert ook tot en met de Intermediaire I en de kür op muziek, ze werkt voor Anky Media, een van de bedrijven uit de Anky Holding, ze geeft commentaar bij dressuur-, eventing- en springwedstrijden voor sportzender Eurosport én ze traint zelf ook een aantal combinaties. “Maar alles wat ik doe, doe ik niet iedere dag, ieder weekend of iedere week hoor”, relativeert Joyce. “Ik ga ook lang niet meer ieder weekend op concours, gewoonweg omdat je – wanneer je op een hoger niveau rijdt – naar bepaalde wedstrijden toe wilt werken. Je kunt nu eenmaal niet ieder weekend pieken, dus moet je je piekmomenten zorgvuldig uitzoeken.”
 
Haar ultieme piekmoment? Joyce moet even nadenken. “Ik heb zes EK’s gereden bij de jeugd. Dat is toch wel heel speciaal, zeker als je op allemaal medailles wint. Ook heb ik een keer mee mogen rijden in Aken, in 2002. Toen werden de beste Young Riders van Nederland en Duitsland uitgenodigd om deel te nemen aan de internationale Lichte Tour daar. Dat was echt een ongelooflijke ervaring. Het was een heel druk jaar, meer dan dertig combinaties verschenen aan de start. Dat is daarna nooit meer voorgekomen. Ik werd zesde en was beste buitenlander, achter vijf Duitsers, waaronder Isabell Werth. Na de wedstrijd mochten we – tijdens de prijsuitreiking – rijden op het grote veld, in het grote stadion, tijdens de pauze van de landenwedstrijd van het springen. En die wedstrijd heeft als kenmerk dat hij altijd uitverkocht is. Er zat bijna 45.000 man op de tribune. Ik heb me nooit zo klein en zo groot tegelijk gevoeld.”