Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Claudia Fassaert: 'De weg naar de top is niet gemakkelijk'

Claudia Fassaert is volop in ontwikkeling. De Belgische heeft haar land al diverse malen mogen vertegenwoordigen op landenwedstrijden en grote kampioenschappen, waaronder de Olympische Spelen en het WK in Kentucky, maar ze heeft nog veel meer in haar mars. Met haar troef Donnerfee traint ze hard om scores rond de 75% op het scorebord te zetten.
 
Claudia Fassaert is geboren als Nederlandse, maar heeft zich rond haar twintigste laten naturaliseren tot Belgische. Geen strategische overweging, maar een praktische keuze, vertelt ze: "Ik heb op mijn zestiende een relatie gekregen met een Belg en ben toen in België gaan wonen, werken en paardrijden. Ook wedstrijdjes. Omdat het voor mij makkelijker was om de nationale wedstrijden in mijn nieuwe thuisland te rijden – België rijd je in anderhalf uur door – heb ik besloten om me te laten naturaliseren. Om in Nederland op niveau wedstrijden gaan te rijden, was voor mij haast niet te doen. Ik moet al anderhalf uur rijden om alleen maar de Schelde te passeren! Een strategische keuze was het geenszins, ik reed op dat moment net in de Lichte Tour. Dan ga je echt nog niet nadenken over teams, kansen en dergelijke.”
 
Lange weg
In vergelijking met de meeste ruiters en amazones in Nederland en België, is Claudia een laatbloeier. De amazone verdiept zich pas rond haar zestiende serieus in de paardensport. "Ik ben niet opgegroeid in een paardengezin, dat verklaart al een hoop”, vertelt Claudia. "Toch ben ik al op redelijk jonge leeftijd met paarden in contact gekomen. Mijn vader ging graag naar de jaarmarkt en bracht op een gegeven moment twee Shetlandertjes mee naar huis, tot schrik van mijn moeder. We hadden thuis altijd al wat beestjes lopen, een paar geitjes, een varkentje… maar van paarden hadden we absoluut geen verstand. Dat bleek ook wel. Mijn broer was die dag iets eerder thuis dan ik en hij koos gelijk de bonte Shetlander uit, waardoor de zwarte voor mij overbleef. Wat wij toen nog niet wisten, was dat de bonte pony helemaal niet zadelmak was. Wij dachten dat je gewoon op ieder paard kon rijden! Toen mijn broer een aantal keer van zijn rug was gevallen, heeft hij het paardrijden opgegeven. Ik ben wel doorgegaan, maar puur spelenderwijs. Pas tien jaar later heb ik de keuze gemaakt om serieus te gaan rijden. Maar ook dan is de weg nog lang. En moeilijk. Als je niet bekend bent in de paardenwereld is het heel moeilijk om de juiste mensen te vinden die jou advies, training en begeleiding kunnen geven. Bovendien zijn wij van huis uit bepaald niet kapitaalkrachtig, waardoor ik me geen toppaard kon veroorloven. De weg naar waar ik nu sta, is een lange en ook moeilijke weg geweest.”
 
Meedoen is belangrijker dan winnen
"Het eerste paard waarmee ik in de Lichte Tour mocht starten, Caramba, heb ik op vierjarige leeftijd kunnen kopen. Op dat moment was zijn vader, Doruto, een heel populaire afstamming. De meeste veulens van hem waren echt aan de prijzige kant, maar Caramba viel mee omdat hij niet zo leuk was om mee te rijden. Het liefst stond hij in een hoekje. En hij steigerde. Toch heb ik hem gekocht. Omdat ik erg gedreven was en omdat mijn toenmalige trainer zei dat ik dit gedrag er wel uit zou kunnen trainen. Daar heb ik op vertrouwd. En dat is ook gelukt, maar wat heb ik afgezien met hem! Het voordeel is wel dat alle paarden die ik daarna onder het zadel kreeg, meevielen.” Claudia lacht. "Ik heb meteen mijn vuurdoop gehad!”
Met Caramba schopt Claudia het uiteindelijk tot de Grand Prix. "Ik kon me bij lange na niet meten met de top, ik reed slechts mee als pistevulling. Maar toch heb ik veel van deze periode geleerd”, vertelt Claudia. "Ik reed niet voor de winst, ik stond onderaan in de uitslagen, maar ik deed wel veel wedstrijdervaring op. En wees nu eerlijk, veel ruiters en paarden halen dit niveau niet, dus in die zin was ik wel trots.”
 
Helaas voor Claudia komen zij en Caramba na enige tijd aan het sukkelen. Claudia voelt een onregelmatigheid wanneer zij met Caramba de overgangen rijdt van de piaffe naar de passage, maar ze weet niet waar ze de juiste begeleiding moet vinden. "Ik heb in een kliniek allerlei foto’s van Caramba laten maken, maar hier konden de artsen niets vinden. Ik had het gevoel dat linksachter minder meekwam bij de overgangen, maar op de foto’s was niets te zien. Dus bleven we doorsukkelen. Totdat ik bij Jef Desmedt terechtkwam. Hem hoefde ik niets uit te leggen. Ik heb Caramba een stukje laten draven, toen zag Jef direct dat het probleem in zijn voet zat. Zijn sesambeentje bleek gebroken. Dat vind ik echt heel vervelend. Ik was al maanden aan het sukkelen en aan het zoeken. Aan de foto die Jef vervolgens heeft gemaakt, kon hij zien dat het euvel eerst een scheurtje was geweest, maar dat het sesambeentje door doorrijden en verkeerd advies uiteindelijk was gebroken. Een wijze les voor mij. Sindsdien ben ik dan ook heel precies op mijn veterinaire begeleiding. Jef is nog steeds mijn veterinair. Na iedere wedstrijd rijd ik gelijk naar hem toe, om mijn paard even helemaal na te laten kijken. Om groen licht te krijgen voor de volgende wedstrijd, zeg maar. Om door te kunnen blijven trainen. Mijn jonge paarden laat ik om de maand door hem checken. Ik houd dat nu wel goed bij.”
 
Voor wat, hoort wat
Op dit moment rijdt Claudia succesvol met Donnerfee, het zesde paard dat ze naar Grand Prix niveau heeft gebracht. Voor de ‘puntjes op de i’ krijgt de amazone les van Nicole Werner. "Nicole woont hier niet bepaald naast de deur, daarom ga ik altijd voor een paar dagen naar haar toe. Ik vertrek meestal ’s zondags, zodat ik maandag, dinsdag en woensdag bij haar kan lessen. Ik moet 266 kilometer rijden, met de ring van Brussel en de ring van Antwerpen die ik over moet, moet ik rekenen op een rit van vier tot zes uur. Als het druk is op de weg, kan het echt zes uur duren voordat ik er ben.”
Nicole leert Claudia vooral om haar grenzen steeds te verleggen. "Ze besteedt veel aandacht aan het gymnasticeren van Donnerfee. Meer scherpte, meer lossigheid, meer nageeflijkheid en meer de souplesse opzoeken, dat zijn de aspecten waar ik hard aan werk. Als ik alleen aan het rijden ben, rijd ik vaak de grenzen dicht, terwijl Nicole mij die grenzen open laat rijden. Dat geeft ons nieuwe kansen in de ring. Donnerfee is niet echt het paard waarvan de mensen vroeger dachten ‘dat wordt er eentje’. Maar inmiddels heeft ze zich wel laten zien. Ze blijft zichzelf verbeteren, dankzij de trainingsmethode van Nicole. Alleen was ik zeker niet op dit niveau gekomen, daarvan ben ik wel overtuigd. De overgangen van de piaffe naar de passage kunnen nog veel beter. De wissels mogen nog een beetje groter en mogen we nog iets gedurfder doorrijden. Daar werk ik op dit moment aan. Ons doel voor komend seizoen is om richting de 75% te komen. We hebben nog een lange weg te gaan, maar tijdens de Olympische Spelen zag je wel dat je 80% nodig hebt om je met de top te kunnen meten. We hebben dus nog een lange weg te gaan. Er is nog heel wat te winnen.”