Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Zit jouw paard in de puberteit?

Ook paarden komen in de puberteit. Net als jonge mensen zijn ze in deze periode lui en lummelachtig en laten ze zich leiden door hun hormonen. Maar wist je dat paarden in deze periode ook bijzonder prestatiebereid zijn? Of ze goede rijpaarden worden, is afhankelijk van hetgeen de eigenaren in de eerste drie jaar van hun leven goed of juist niet goed doen.
  
Tekst: Regina Käsmayr / Foto’s: Horses in Media/Guni, Holger Schupp
  
Tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten had westerntrainer Bernd Hackl een heel bijzondere belevenis: jonge Mustangs die tot voor kort nog vrij over de prairie hadden gerend en nog nooit in contact met mensen waren geweest, toonden zich tijdens hun opleiding leergieriger en rustiger dan zijn rijpaarden tot dan toe. “Ik heb nog nooit zo weinig gedonder en verweer meegemaakt”, vertelt Hackl enthousiast. “Deze Mustangs hebben gewoon nog nooit slechte ervaringen met mensen gehad.”
Hackl had het hierbij niet over dierenmishandeling, maar over de alledaagse reacties die al gedurende de eerste dagen van een paardenleven zichtbaar zijn. “Bij een nieuw geboren veulen hoef je alleen maar te niezen en het galoppeert ervan door. De mens traint het paard deze lichtzinnigheid af. Dat leidt ertoe dat de paarden zich op ons gaan instellen, in plaats van andersom.”
  
Waanzinnig nieuwsgierig
Bij het leiden halen ze het paard in dat in principe hun roedelleider zou moeten zijn. Ze lopen niet door waterplassen, reageren niet op lichaamssignalen en schuren tegen hun verzorger aan alsof het een krabpaal is. “Waarom zou een paard dan ineens als driejarige aan de hand nageven of over een zeil lopen?” vraagt Hackl zich af. Daarbij komt nog dat veel eigenaren hun jongpaarden op het rijden willen voorbereiden om tijd en geld te besparen. “Het belangrijkste heb ik hem zelf al geleerd. U hoeft hem alleen nog de fijne kneepjes bij te brengen”, krijgt ook paardendeskundige Ralph Edmond Knittel vaak van zijn klanten te horen, die een jong paard brengen om hem zadelmak te laten maken. In deze gevallen vecht hij vaak tegen een zenuwachtig of temperamentvol dier dat bij het longeren naar binnen valt of bij het opstappen zijn rug verspant en al helemaal afgestompt is in de mond en aan de benen. “Dan kost de opleiding twee keer zoveel tijd, omdat ik hen al die dingen weer moet afleren”, verklaart Knittel. Het liefst maakt hij paarden zadelmak die al een zadel en hoofdstel kennen, maar nog nooit gereden of gelongeerd werden. Deze ‘ruwe diamanten’ af te slijpen is voor hem altijd een heel bijzondere gebeurtenis. Want: “Een jonkie is waanzinnig nieuwsgierig, leergierig en snel enthousiast om nieuwe taken te vervullen.”
  
Bernd Hackl gaat verder: “Jonge paarden zijn minder zenuwachtig dan oudere paarden met slechte ervaringen. Natuurlijk kijken zij met grote ogen nieuwe dingen aan, maar een ervaren opleider kan hen veiligheid bieden.” En ervaring is nodig, vooral om te kunnen onderscheiden of een jong paard het natuurlijke gedrag van een opgroeiend paard vertoont of zich door een verkeerde behandeling langzaam maar zeker tot een probleempaard gaat ontwikkelen. Want ook paarden komen in de puberteit. “Puberteit is zowel bij mensen als bij paarden van hormonen afhankelijk”, verklaart Dr. Klaus Zeeb, vakdierenarts voor gedragskunde. “Door de verandering van de hormoonspiegel wordt het gedrag van een jong paard onevenwichtig, in zekere zin onbehouwen. In een natuurlijk groepsverband wordt het gedrag door de moeder en de hengst adequaat gestuurd. Daarnaast voeden veulens en jongpaarden elkaar op.”
  
Bijna geen enkel paard onder menselijke hoede groeit op in kuddeverband. Sommigen worden zelfs met hun moeder in ‘eenzame opsluiting’ gehouden. “We moeten jonge paarden de gelegenheid bieden in gelijke mate met het sociaal verband paard-paard en het sociaal verband paard-mens uit de voeten te kunnen. Daar worden vaak fouten gemaakt doordat of het een of het ander overheerst.” vertelt Dr. Zeeb. De behoedzame opvoeding door de mens begint al bij het veulen. Het moet leren om gepoetst te worden, alle vier de hoeven te geven en gehalsterd en aangebonden te worden. Om een vertrouwensrelatie op te bouwen en gelijktijdig ook als hoger in rang geaccepteerd te worden, ondergaat elk nieuwgeboren veulen bij Bernd Hackl een zogenaamde imprinttraining.
  
Speels werk
Daarbij wordt het veulen in de eersten uren na zijn geboorte afgewreven en overal aangeraakt. “Ik stop mijn vinger in zijn mond, in zijn oren en til de benen op”, legt Hackl uit. Daarna komen alle veulens vol vertrouwen naar hem toe, als hij op de wei loopt. Pas als ze een jaar oud zijn doet Hackl de volgende stap: “Vier weken lang oefen ik dagelijks tien tot vijftien minuten het leiden, het optillen van de hoeven en speels grondwerk.” Als dat goed lukt, mag het paardje terug op de wei.
Pas als tweejarig paard gaat het werk verder. Dan wordt het vier weken lang met allerlei voorwerpen over zijn hele lichaam aangeraakt en aan de hand gevoerd. Het paard doet dan ook zijn eerste ervaringen op met een deken of een zadel op zijn rug. Daarna mag hij weer voor een jaar terug op de wei.

Zijn Quarterhorses en Haflingers rijdt Hackl als driejarige voor het eerst. Bij laatrijpe Arabieren verschuift de hele procedure een tot twee jaar naar achteren. Een ‘Bügeltritt’, de eerste keer dat een ruiter zijn voet in de stijgbeugel zet, doet de westernruiter niet. In plaats daarvan zet hij de paarden in de buurt van een omheining, gaat hij op de omheining zitten en stijgt hij zo gemakkelijk in het zadel.

'Eis niet teveel van je paard'
Door hun nieuwsgierigheid en hun natuurlijke interesse aan prestatie bieden veel jonge paarden de ruiter meer dan dat zij in principe kunnen presteren. Daarom bestaat het gevaar mensen teveel van deze paarden te eisen. “Sommige mensen hebben paarden die al tweehonderd procent prestatie bieden en vinden dat nog niet genoeg”, ergert Bernd Hackl zich. “Deze paarden worden op gegeven moment lethargisch of kwaad en komen dan als zogenaamde probleempaarden naar mij ter correctie.
Teveel van je paard eisen heeft psychische en fysische gevolgen. Gejaagdheid en prestatiedruk zijn net zo schadelijk voor hen als lichamelijk zwaar werk. Daarom let Hackl erop dat zijn jongpaarden zich bij het rijden nooit in het zweet werken. In plaats daarvan gaat hij met hen naar een beek in de buurt om ze lekker in het water te laten spelen en doet hij veel stangen- en grondwerk.

Overwerkt?
Naast diverse lichamelijke symptomen is ook het onnatuurlijk lang en intensief drinken na de training een typisch teken van overwerktheid. “Dat lijkt op het gestresste gedrag van een veulen dat bij zijn moeder drinkt”, vertelt de trainer. “Bij zulke paarden gaat de trainingsdruk meteen omlaag.”
Ralph Edmond Knittel ziet het gelijk wanneer paarden te hard hun best hebben gedaan door een truc toe te passen: als een paard tijdens de training plotseling verzet toont, stopt hij de training vier of vijf minuten. Daarna eist hij nog eens precies hetzelfde. Als het paard dan doet wat hij eist, werd er eerder gewoon teveel van hem gevraagd.
  
Te hoge eisen
Een algemeen probleem bij het opleiden van jonge paarden is de ‘tijd is geld’-mentaliteit van veel eigenaren, bekritiseert Knittel. Zij eisen binnen een paar weken een goed opgeleid wedstrijdpaard. “Als iemand anders sneller opleidt, willen zij dat ook. Dat is misschien goed voor de portemonnee, maar slecht voor de psychische en fysische gezondheid van het dier.”
Knittel staat ook kritisch tegenover de kritiek en op wedstrijden, en de eisen die aan deze wedstrijden worden gesteld. In de basis opbouwexamens wordt deels veel te veel van de jongpaarden geëist. “Alle paarden worden over een kam geschoren, niets wordt individueel beoordeeld. Als een paard daar niet tussen past, wordt het al gauw als ongeschikt bestempeld”, verklaart de Knittel. Zo presteerden bijvoorbeeld veel prestatie- en karaktersterke paarden slecht, omdat ze lichamelijk nog helemaal niet in staat waren die gevraagde, ruime, bevlogen bewegingen te tonen. “Als ik bij jonge paarden zonder rekening te houden met verliezen fantastische bewegingen eruit wil halen, slijten ze lichamelijk en geestelijk erg snel.” Dat werd ook bij het Erste Westernruiter Union Duitsland (EWU) herkend. Sinds 2007 worden driejarige paarden niet meer tot wedstrijden toegelaten.

Ook de beoordeling van examens voor jongpaarden werd bijgesteld en het zwaartepunt op de vervulling van de opleidingsscala gelegd. “Tot nu toe was het voor fokkers, eigenaren en ruiters interessant om jonge paarden in de Futurity-wedstrijden te introduceren. Daar was snel veel geld te verdienen”, zegt perswoordvoerder Jörg Brückner. “Door de aansluiting bij de FEI werden ook oudere paarden die lang en fit in de sport kunnen lopen, interessant. Ons doel is het op juiste wijze ondersteunen en de jonge paarden gewoon niet toe te laten tot de sport.”