Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Gouden regels voor een gelukkig paard

Stalling/weidegang:
• Een paard heeft dagelijks beweging nodig, evenals contact met soortgenoten. In normale omstandigheden lopen paarden in een kudde zo’n zestien uur per dag. Dit kun je niet vervangen door hem een uurtje te rijden of te longeren.
• Elk paard heeft een droge, schone en zachte ondergrond nodig om te rusten/slapen.
• Zorg voor voeding die past bij je paard: vooral voldoende ruwvoer – hij moet minstens 12 uur per dag over ruwvoer kunnen beschikken. Eetpauzes mogen nooit langer duren dan vier uur.
• Paarden moeten, ongeacht het jaargetijde, altijd beschikken over vers, fris water.
• Pas de hoeveelheid en de kwaliteit van het voer aan de behoeften van je paard aan.
• Zorg ook in een paddock voor voldoende afwisseling. Bouw een heuveltje in de paddock of creëer een zandplek om te rollen. Je kunt ook kiezen voor open stal systemen, zoals een Paddock Paradise.
• Let op regelmatige inentingen, de verzorging van de hoeven, wormkuren en controles door een arts c.q. tandarts.

De omgang met je vierhoever:
• Breng een dag (of op zijn minst een paar uur) met je paard door. Hoe reageert hij op zijn omgeving en zijn soortgenoten? Is hij zelfbewust of juist angstig? En met welke mimiek en gebaren geeft hij dat te kennen?
• Als je een zelfbewust paard hebt, verras hem dan een keer. Als hij daarentegen angstig is, zorg dan voor routine in zijn dagelijks leven.
• Het paard moet de handelingen van de ruiter altijd kunnen voorspellen. Gebruik daarom altijd dezelfde signalen en commando’s.
• Wees consequent in de dagelijkse omgang. Dat biedt je paard een veilig gevoel.
• Zorg voor een regelmatige invulling van de dag waar het zijn basisbehoeften betreft, dus sociaal contact, beweging, voer.
• Geef je paard genegenheid en aandacht. Waar wordt hij het liefst geaaid? Houdt hij meer van zacht aaien of juist van krachtig strijken?

Het rijden:
• Zorg ervoor dat je paard niet gespannen is en geen pijn heeft. Het harnachement moet precies passen.
• Pas de training aan de behoeften en de vaardigheden van het paard aan: eis niet te veel maar ook niet te weinig.
• Zorg voor afwisseling. Dat betekent niet elke dag een andere oefening in de manege rijden, maar: grondwerken, vrijheidsdressuur, springen, longeren, dressuur rijden, leerspelletjes, ontdekkingsoefeningen en werken met cavaletti.
• Oefen met veel rust, geduld en lof.
• Je paard moet snappen wat je van hem wilt. Pas als de basis klopt, kun je moeilijkere oefeningen gaan doen.
• Kijk kritisch naar jezelf: waartoe ben je in staat en wat kun je (nog) niet?
• Als je hem grenzen stelt, moet je deze ook altijd handhaven. Stel je wilt je paard vanuit de stap halt laten houden. Nadat je het juiste signaal hebt gegeven, wil je dat hij na maximaal twee stappen stilstaat. Tolereer dus de volgende dag geen vier stappen, dan ben je namelijk consequent naar je paard.