Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Leer beter communiceren met je paard

Het paard weet dat jij de leiding hebt, wanneer jij zijn vier benen kunt bewegen. Dit kun je door verschillende technieken bereiken, zoals grondwerk, werken met dubbele lijnen, maar ook door los met het paard aan de slag te gaan.

Tekst: Annemarie van der Toorn


Door het los sturen van je paard, zowel in tempo als in richting, maak je al snel duidelijk hoe de rollen verdeeld zijn. Buiten het feit dat loswerken een paard op een plezierige manier duidelijkheid geeft over jullie leiderschap, kun je het ook nog inzetten om het paard beter te leren kennen. Wil hij graag voorwaarts? is hij gevoelig op geluid, bewegingen of zijn omgeving? Of is hij ongeïnteresseerd? Hoe gemakkelijk accepteert het dier het als je hem grenzen geeft in tempo en richting?Daarnaast heb je bij het loswerken direct de mogelijkheid om de fysieke capaciteiten van het dier te bekijken. Als je een paard los maar gecontroleerd ziet bewegen, krijg je informatie over hoe hij zijn lichaam beweegt, of hij misschien ergens stijf is, hoe uitgebalanceerd hij is en of er eventueel ergens een onregelmatigheid is. Allemaal belangrijke informatie voor je serieus met een paard aan het werk gaat. Afhankelijk van de verschillende (trainings)vormen heeft het loswerken met paarden een andere naam. Freestyle en Join-Up zijn de meer bekende termen. Eigenlijk betekent loswerken niets anders dan werken met een paard in een afgesloten ruimte, zonder dat hij aan een lijn vastzit.

Stap 1: vind een geschikte locatie
Loswerken kun je eigenlijk overal doen. Vaak wordt gedacht dat je alleen kunt werken in een cirkel, maar dat is zeker niet zo. Wel is een ronde ruimte gemakkelijker, omdat de afstand tussen jou en het paard voortdurend min of meer gelijk is en daardoor de communicatie ook gelijkmatiger is. Ook het ontbreken van hoeken in een ronde ruimte zorgt ervoor dat het paard sneller geneigd zal zijn in beweging te blijven. Ga je aan de slag in een grote bak, dan zul je al snel merken dat je een goede conditie nodig hebt… Waar je ook gaat werken, de bodem moet vooral veilig zijn. Het liefst werk je op een goede zandbodem die niet te zwaar is, maar het paard wel voldoende grip geeft. Je kunt ook op gras werken, zolang het maar niet te glad is. Een nadeel van gras is dat het een behoorlijke aantrekkingskracht kan hebben op het paard, waardoor hij moeite heeft om geconcentreerd te blijven tijdens het werk. Heb je alleen de beschikking over een grote rijbak? Dan kun je deze afzetten met hindernismateriaal of prikpaaltjes en bijvoorbeeld rood-wit lint.

Stap 2: verken de ruimte
Als je gaat beginnen met loswerken, laat je het paard allereerst wennen aan de plek waar je gaat werken. Als hij zijn omgeving kent en zich daar op zijn gemak voelt, zal hij eerder met je gaan communiceren en samenwerken. Gooi hem een paar keer los in de ruimte waar je gaat werken. Als je die tijd niet hebt, ga je voordat je begint eerst even rondlopen met het paard. Laat hem alles met beide ogen zien, loop dus links- en rechtsom. Als je merkt dat het paard ontspannen is, neem je hem mee naar het midden van de ruimte en aai je hem even rustig op zijn voorhoofd of zijn hals. Zorg er wel voor dat je niet recht voor het paard staat, dit is een gevaarlijke positie op het moment dat het paard ergens van schrikt.

Stap3: klik het paard los en zet hem in beweging
Het op de juiste wijze losklikken van het paard is erg belangrijk voor je eigen veiligheid. Wanneer je aan de linkerkant van het paard staat, neem je de longeerlijn met de lussen in je rechterhand. Je zorgt ervoor dat je ter hoogte van de schouder van het paard staat en maakt met je linkerhand de lijn los van het halster. Na het losklikken loop je schuin naar achteren weg, zodat je in een drijvende positie komt ten opzichte van het paard. Let op dat je pas echt gaat drijven of je lijn gebruikt, als je buiten schopafstand bent. Soms zie je mensen het paard op de billen slaan met de longeerlijn, om hem te motiveren te gaan bewegen. Dat is best gevaarlijk, want sommige paarden kunnen hier heel explosief op reageren. Let er dus op dat je pas gaat drijven als je voldoende afstand hebt.Aangezien je het paard normaal gesproken in het midden los klikt, kan hij zelf een kant kiezen waar hij heen wil. Meestal zie je dat paarden hier een duidelijke voorkeur voor hebben, afhankelijk van hun fysieke vermogen. Een paard dat meer links gebogen is zal vaak een voorkeur hebben om naar links te gaan. Zodra het paard de richting heeft gekozen, ga jij in een drijvende positie lopen, schuin achter het paard aan.
 
Tip:
Paarden houden van afwisseling! Doe met een paard niet iedere dag hetzelfde, dat wordt voor het dier vervelend. Dat geldt voor loswerken, maar ook voor iedere dag dezelfde dressuur- of springoefeningen.

Stap 4: verander van richting
Als je het paard van richting wilt laten veranderen, kun je dat doen door je positie ten opzichte van het paard te veranderen. Eigenlijk steek je de cirkel wat meer over waardoor je hem letterlijk bijna blokt in de richting die hij opging en hij om zal draaien.Door het veranderen van je lichaamspositie ten opzichte van het paard draait hij om en gaat hij de andere kant op lopen. Hij kan (afhankelijk van zijn eigen fysiek, dominantie of jouw beweging)  besluiten om dit van hand veranderen in een cirkel naar je toe of van je af te doen. Let hier goed op dat je niet te dicht bij het paard komt en dat je afstand houdt van zijn billen. Sommige paarden kunnen reageren met het uitslaan van een achterbeen op het geven van een duidelijke grens en het wisselen van richting. Het paard gaat nu de andere kant op. Zorg ervoor dat jij je drijvende positie weer vindt in een hoek van zo’n 45 graden ten opzichte van het paard.

Stap 5: herken de communicatiesignalen
Na een aantal keer van hand wisselen en wat te schakelen in tempo, zul je merken dat het paard steeds meer signalen van communicatie zal laten zien.
Signalen waar je op kunt letten zijn:
-    Het paard heeft zijn binnenoor (het oor dat het dichtst bij jou is) op jou gericht. Met zijn andere oor scant hij de omgeving.
-    Sommige paarden zullen gaan likken en kauwen.
-    Het paard kan van de kant af komen en een kleinere cirkel om jou heen gaan maken
-    Hij kan zijn hals ontspannen en zijn hoofd laten zakken. Soms zelfs helemaal tot op de grond.

Let op: het paard hoeft niet al deze signalen te laten zien om toch een goede communicatie met hem te hebben! Vaak zal hij eerder signalen laten zien als hij rustig stapt. Door het tonen van deze signalen geeft het paard aan dat hij begrijpt hoe jullie tot elkaar staan, wie de leiding heeft. Je kunt dan besluiten het paard naar je toe te vragen. Wanneer je de sessie wilt afronden, loop je in dezelfde richting door, maar draai je je iets af waardoor je de cirkel verkleint. Houd oogcontact tot je ongeveer ter hoogte van de schouder van het paard bent. Hierna draai je je hoofd en je schouders weg en sta je na een paar laatste stappen stil om op het paard te wachten.

Voor de meeste paarden is het makkelijker om naar jou toe te komen als je ze vraagt in de richting van de deur, want voorbij de deur is de stal en lopen zijn vriendjes. Het is geen noodzaak dat het paard naar je toe komt, dit is geen doel op zich. Wel geef het aan dat het paard je begrepen heeft en is het soms een belangrijke stap in een goede samenwerking.Zorg ervoor dat je snelheid steeds lager wordt, tot je uiteindelijk stilstaat. Meestal zul je zien dat het paard nu rustig naar je toekomt en naast je komt staan. Beloon het paard voor het feit dat hij naar je toe is gekomen door hem even rustig over zijn hals te aaien.

Stap 6: vraag het paard jou te volgen
Als het paard naar je toe is gekomen, wil hij je vaak door de hele ruimte volgen. Om het paard los met je mee te vragen, kun je het best de eerste cirkel voor het paard langs lopen. Het is voor hem makkelijker om met je mee te lopen dan wanneer je in een rechte lijn weg loopt. Let hierbij op de bewegingen van je armen. Houd ze zo stil mogelijk, anders kan het paard schrikken. Heb je de neiging om veel te bewegen met je armen? Houd je binnenarm dan enigszins gebogen tegen je lichaam aan. Dit om zeker te weten dat je niet gaat ‘marcheren’. Bij erg schrikachtige paarden kun je de lijn het best in de hand houden die het verst van het paard vandaan is. Nadat je de cirkel de ene kant op hebt gedaan, kun je van kant wisselen. Let op dat je goed doorloopt als je van kant wilt wisselen, anders heb je kans dat het paard zijn aandacht verliest. Probeer in een soort 8-vorm te lopen, zodat je zo min mogelijk rechte lijnen hebt. Sommige paarden zullen één kant op slecht meelopen, dit heeft vaak niets met onwil te maken, maar kan te maken hebben met het feit dat ze moeite hebben met de buiging die kant op.

Tip:
Er zijn meerdere manieren om het paard voorwaarts te laten gaan. Bij heel gevoelige paarden is het vaak al voldoende om je eigen lichaamsenergie te verhogen. Je kunt ook gebruikmaken van je lijn, bijvoorbeeld door deze uit te gooien of even tegen jezelf aan te slaan.