Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

De zweep als trainingshulp

Wanneer kinderen leren praten, moeten ze niet alleen de woorden leren uitspreken, maar ook de betekenis van deze woorden leren. Ditzelfde geldt voor het rijden met een zweep. Je kunt een zweep pas goed inzetten, als je paard begrijpt wat jij hem met je aanrakingen wilt vertellen.

Tekst: Eva-Maria Recker / Foto’s: Kathrin Frank


Als je als ruiter een paard opleidt, moet je er goed over nadenken hoe je hem wil laten reageren op zweephulpen. De meeste jonge paarden kennen de zweep al als drijvende hulp bij het longeren. De knal van de springzweep zet het paard aan tot een voorwaartse beweging. En dat is precies de reactie die je met de zweep wilt bereiken.
Dierenarts voor fysiotherapie en revalidatie Robert Stodulka licht het juiste gebruik van de zweep toe: "Een ruiter kan de zweep vibrerend gebruiken of tegen de groeirichting van de vacht in strijken. Je kunt de zweep ook tegen het lichaam aanleggen of je kunt er een aandachtvragende en voorwaarts drijvende hulp mee geven.”
Waar je de zweep precies op het lichaam inzet, kan heel verschillend zijn. "Bij jonge paarden kun je bijvoorbeeld de korte springzweep gebruiken bij het aanspringen in de galop: je legt hem dan tegen de binnenschouder aan. Zo houd je het gevaar dat je paard bij het aangalopperen met zijn hoeven naar de zweep slaat, heel klein”, licht Stodulka toe.
Net als bij alle anderen hulpmiddelen is ook bij het gebruik van de zweep een correcte timing belangrijk. Als de ruiter de zweep als drijvende aansporing achter de kuit inzet en tegelijk aan de teugels trekt, is dat voor onze vierhoevers een tegenstrijdig commando. Een uitgebalanceerde zit en de bereidheid van de ruiter om het paard voorwaarts te laten gaan, zijn een belangrijke vereiste voor een correcte zweepvoering.
Over het algemeen behoort de zweep alleen in ervaren ruiterhanden te liggen. "Een beginnende ruiter die nog niet over een uitgebalanceerde zit beschikt, mag geen zweep gebruiken”, vindt Stodulka. Een ruiter die goed en attent zit, kan uit een heleboel verschillende zwepen kiezen: kleurrijk, met glitters, lang of kort of met een dikke of een dunne greep. In de ruitersportzaken vind je de meest uiteenlopende zwepen van diverse materialen. Maar de keuze hangt in eerste instantie af van het paard en niet van de modieuze smaak van zijn ruiter. Het karakter van het paard bepaalt hoe flexibel de zweep zou moeten zijn. Luie paarden zijn meer gebaat bij een elastische, beweeglijke zweep, terwijl je voor een nerveus paard beter een wat stijver exemplaar kunt kiezen, om te voorkomen dat de zweep niet per ongeluk de paardenbuik raakt.
 
Tip Annemarie van der Toorn:
Persoonlijk vind ik dat er niets mis is met het gebruik van een zweep, mits het gebruikt wordt voor communicatie. Het gevaar is dat communicatieproblemen tussen jou en je paard zorgen voor een heftiger gebruik van de zweep. Denk bij misverstanden andersom. Ga ook eens creatief aan de slag om een oplossing te bedenken waarbij je geen zweep nodig hebt. Zo houd je je paard gevoelig voor de lichte communicatie die hierboven beschreven is.

De zweep als trainingshulpmiddel
Lisanne Thomas over het gebruik van de zweep als trainingshulpmiddel:
De zweep is een middel om een hulp te verduidelijken of om de aandacht van het paard naar een bepaald punt van zijn lichaam te leiden. Bij het werken aan de hand bijvoorbeeld, kun je het paard beter leren overschenkelen door op een kleine cirkel zachtjes met de zweep de sprong te toucheren, net voordat hij zijn binnenachterbeen opheft. Je geeft dit been dan net wat extra impuls mee, waardoor het paard beter onder zijn zwaartepunt zal treden en leniger wordt door het overkruisen van zijn achterbenen. Ook kun je de zweep gebruiken om het paard aan de hand of onder het zadel te leren wijken of appuyeren.
Door de zweep op het juiste moment tegen de heup of de achterhand te leggen, help je het paard door deze begrenzing de achterhand mee in de zijwaartse beweging te leiden.
Een simpelere toepassing van de zweep is die voor het vermeerderen van impuls. Maar daar zien we vaak dat, evenals bij het gebruik van sporen, de hulp verkeerd gedoseerd en getimed wordt, waardoor het paard niet beter aan de hulp komt, maar er juist op afstompt. Impuls moet eigenlijk komen als reactie op je lichte kuithulp. Reageert het paard niet of onvoldoende op deze hulp, omdat hij hem niet begrijpt of geleerd heeft deze te negeren, dan gebruik je het zweepje een halve seconde na je kuithulp om deze aan te vullen. Geef het paard altijd daadwerkelijk kans om te reageren op deze combinatie van hulpen en zorg dat er een kort moment tussen je kuithulp en zweephulp zit. Na twee of drie keer zal het paard namelijk begrijpen wat de kuithulp betekent en daar al reactie op geven. Dan kun je de zweephulp achterwege laten. Dit heet verfijning, meer reactie van het paard krijgen op steeds lichtere hulpen.
Zorg ervoor dat je paard niet bang is voor de zweep, want anders kan hij nooit als hulpmiddel functioneren! Strijk je paard rustig af met de zweep. Als hij wegdraait, houd je de zweep gewoon tegen hem aan. Zodra je paard even stilstaat, neem je de zweep weg waardoor je hem leert dat rust en ontspanning altijd iets opleveren, spanning en weglopen niet. Pas als het paard zich overal laat aanraken met de zweep, kun je deze inzetten voor het geven van aanwijzingen in de training.