Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

De voordelen van bitloos rijden

CharLotte Rijnders, eigenaresse van Ruitersportcentrum De Niervaert in Klundert zet al haar pony’s sinds enkele jaren bitloos in tijdens de lessen. En haar beslissing werpt zijn vruchten af: “Leerlingen leren veel beter zitten, zijn veel meer in balans. Het luie rijden is voorbij. Als je bitloos rijdt, moeten je houding, je zit, je hulpen en je handhouding in orde zijn, anders kun je je paard niet sturen. Daar ligt meteen ook de kracht van bitloos rijden.”
  
Behalve bitloos, rijden veel lesklanten op De Niervaert ook zonder zadel. “Mijn insteek is dat ruiters in balans op hun paard moeten zitten,” begint CharLotte Rijnders haar betoog. “En dat ze zichzelf in balans kunnen houden, uitsluitend door hun eigen lichaam onder controle te krijgen. Dus zonder jezelf vast te klemmen en zonder jezelf vast te kunnen houden aan teugels, zadel, noem maar op. Mijn ervaring is dat ruiters op deze manier ‘Kukident’ kweken, zoals ik dat noem. Ze krijgen veel meer vastigheid in het zitten. Als het paard een onverwachte beweging maakt, kunnen ze beter meegaan in die beweging. Bovendien zitten ze veel meer rechtop. Zonder zadel is het onmogelijk om een uur lang scheef te zitten. Je kunt wel scheef beginnen, maar dat houd je niet vol. Je bent veel directer in contact met je paard, dus je voelt ook veel beter wat het paard onder je doet. Hoe hij beweegt en hoe je mee zou kunnen veren in die beweging.”
Rijnders benadrukt dat ze het nog wel eens meemaakt dat ruiters ‘bonkend in het zadel zitten’. “Het is niet gemakkelijk om een vloeiende beweging te maken, om samen door te zitten. Je loopt al snel het risico dat je tegen elkaar in klontert. Als ruiter en paard dan hè. Zeker ruiters die geen goede zithouding hebben, overkomt dit geregeld. Het zadel laat het ook toe dat die tegengestelde beweging wordt gemaakt, omdat ruiters zich namelijk kunnen vastklemmen aan het zadel of zich kunnen afzetten via de stijgbeugels.”
  
Totale ontspanning
“Als ruiters spanningen hebben, ook op emotioneel vlak, dan uit zich dat vaak in allerlei spierspanningen in het lichaam”, gaat Rijnders verder. “Zeker ook in de benen. Heel veel mensen zitten scheef. Kinderen hangen scheef achter de computer en hangen in diezelfde houding voor de televisie. Dat zie je terug op het paard. Die scheve houding moet je corrigeren, wil je kinderen leren om goed een paard te kunnen besturen. Leerlingen moeten daarom van jongs af aan leren om in balans op het paard te zitten.”
Beginners krijgen bij De Niervaert altijd eerst een uitgebreide poetscursus aangeboden. “De kinderen krijgen tien lessen van drie uur, verspreid over een half jaar, zodat ze ook de tijd krijgen om alle informatie te verwerken. Ze krijgen niet alleen poetsles, ze leren ook hoe ze met hun paard moeten lopen, hoe ze op hun paard moeten reageren in bepaalde situaties, et cetera. In deze ‘Stap-op’ groep gaan ze ook voltigeren. De kinderen leren in alle standen bovenop het paard te zitten, in stap en in draf, voordat ze überhaupt leren rijden. Waarom? Ik vind dat de kinderen moeten kunnen blijven zitten voordat ze de teugels in hun handen krijgen. Anders houden ze zich vast aan de teugels en gebruiken ze de deze als handvatten. Voltigeren is een vorm van ‘watervrij’ maken, maar dan op het paard.”
Hebben de kinderen het voltigeren onder de knie, dan stromen ze door naar de paardrijlessen. “De eerste periode rijden de kinderen in groepjes van vier, omdat ze nog alle kanten op dwarrelen. Je hebt dan echt je handen vol om de kinderen te leren sturen! Maar dat kan dan ook.”
 
Overstap naar bitloos
“Ik heb zelf altijd met bit gereden”, gaat Rijnders verder, “maar vroeger op de manege werd me al geleerd dat ik absoluut niet met mijn handen aan de paardenmond mocht komen. En ook het in balans zitten werd er ingepeperd.” Rijnders vertelt dat ze een aantal jaar geleden bij het gros van de ruiters de teugels van het bit heeft gehaald. “Ik vond dat er teveel met de handen werd gereden. Dat voelde niet fijn. Het was echt niet zo dat de kinderen hier allemaal zaten te rukken en te sjorren, maar ik zag dat mijn pony’s niet gelukkig waren met het bit in hun mond. Toen ik studeerde, heb ik gereden bij een manege voor kinderen met een beperking. Daar deden ze eigenlijk standaard de teugels aan de neusriem. Dat ben ik ook gaan doen. Degene die zijn handen stil kon houden, kon het verdienen om de teugels weer aan het bit te krijgen. De kinderen moesten leren om vanuit hun zit en benen te gaan rijden.”
De paarden hebben een aantal jaren met de teugels aan de neusriem gelopen. “Maar dan stond je bij de kinderen op stal en dan zag je nog steeds dat geëmmer met die bitjes in de mond. Regelmatig tetsten de kinderen met de bitjes tegen de tanden van de pony, wanneer deze het bit niet wilde aannemen, hoezeer ik er ook op hamerde dat dit niet de bedoeling was. En op een gegeven moment was ik er klaar mee. Toen heb ik een aantal bitloze hoofdstellen aangeschaft, om te proberen.” Op het moment dat de manegepony’s overstapten op bitloze hoofdstellen, reed Rijnders zelf al enkele jaren bitloos. “Dat beviel me erg goed. Ik merkte dat mijn paarden, ondanks dat ze al superlicht in de hand waren, op een bitloos hoofdstel nog fijner liepen. Ze liepen meer ontspannen en meer over de rug en ze waren ook veel makkelijker te stoppen. Iedereen zegt altijd dat je met bitloos een paard niet kunt stoppen in een noodgeval, maar dat is echt onzin.”
Ook de manegepaarden liepen zo weg met de bitloze hoofdstellen. “Dat is natuurlijk ook logisch, je rijdt immers op dezelfde manier. Je geeft op dezelfde manier je hulpen. Net als met een bit wil je geen gehang in je handen, maar wil je een lichte teugelvoering. Je wilt losgelatenheid door het lijf. Mijn paarden lopen nu aan twee kanten te schuimen, dat hebben ze met de trens nooit gedaan. Mijn paard is zo los, zo ontspannen in de kaak dat je de onderkaak zelfs geregeld hoort klapperen.”