Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Plezier aan de longe

Mensen longeren hun paard om diverse redenen, maar de meesten doen dit om hun paard te trainen. Om hem te leren zijn lijf beter te gebruiken en om blessures te voorkomen. Om het longeren leuk te houden voor je paard, is het belangrijk dat je voor afwisseling zorgt. Longeer niet alleen aan één lijn, maar oefen ook eens met dubbele lijnen. Maak gebruik van balkjes, laat je paard vrij springen of wissel regelmatig van hand.

Tekst: Inga Dora Meyer / Foto’s: Nordphoto/Kokenge

Rondje na rondje op de volte lopen, dat vindt Fjord Bruno na een tijdje vreselijk saai. Hij loopt op commando in stap, draf en galop, maar er moet iets nieuws gebeuren, want Bruno krijgt een slecht humeur van deze saaie oefening. Kun je misschien meer doen dan alleen longeren? "Ja, veel meer”, vindt opleider Nathalie Penquitt. Ze laat zien wat je allemaal aan de longe met je paard kunt doen, zoals het werken met cavaletti. "Zo verbeter je de takt, de schwung en de balans van het paard”, licht de expert toe. Als je paard nog onbekend is met cavaletti, leg er dan één op de hoefslag. Zodra hij er in stap rustig overheen gaat, kun je hem er daarna ook overheen laten draven. Je oefent de tweetakt net zo lang tot hij in een ontspannen drafje loopt en daarbij zijn hoeven goed optilt. Dat is het moment om er nog een cavaletti bij te leggen. "Leg de tweede zodanig neer dat het paard een tussenstap moet zetten. Onervaren paarden zijn wel eens geneigd om over deze kleine hindernissen heen te springen”, vertelt Penquitt. Om ervoor te zorgen dat de balken op de juiste afstand liggen, laat zij het paard eerst langs de cavaletti draven en kijkt dan of de lengte van de passen van het paard overeenkomt met de afstand tussen de cavaletti.

De juiste afstand is bij elk paard anders. Het is een kwestie van uitproberen welke afstand correct is voor jouw paard. Belangrijk hierbij is dat je paard niet over de cavaletti gaat galopperen, maar er ongedwongen en met lichte tred overheen loopt. Normaal gesproken leg je vier cavaletti op een rij. Je kunt langzaamaan ook meer cavaletti neerleggen: "Het is daarbij wel belangrijk dat je voor een even aantal kiest, zodat het linker en het rechter beenpaar van het paard steeds gelijkmatig worden geoefend”, adviseert Nathalie Penquitt. Als je paard goed over deze kleine hindernissen loopt, las dan een korte pauze in, want het draven over cavaletti is erg vermoeiend. Het paard moet zijn voor- en achterbenen sterk buigen.

Een volgende stap is een kleine sprong. "Los springen is een heel goede afwisseling, als je zelf niet graag met je paard springt”, aldus Penquitt. Je hebt het binnen de kortste keren opgebouwd. Een in-out in galop, waarbij je paard over de eerste cavaletti en zonder tussensprong verder over de tweede gaat, heb je snel geleerd: "Haal simpelweg bij de drafcavaletti de middelste uit de rij. De afstand is dan meestal correct voor een galop”, adviseert de expert. Maak de sprongen niet hoger dan veertig tot vijftig centimeter.

Nog geen springervaring?
Bij paarden die nog geen springervaring hebben, kun je in het begin beter een combinatie van een balk en een kleine hindernis bouwen. Let er wel op dat je paard er niet langs loopt. "Sta bij het springen parallel aan je paard en houd de longe iets hoger, zodat hij er bij het springen niet in verstrikt raakt. Indien nodig, wijs je met de longeerzweep naar zijn schouder, zodat je paard niet naar binnen kan vallen”, legt Penquitt uit. Om nog meer afwisseling in het longeerwerk te brengen, kun je ook balken en cavaletti afwisselend gebruiken en een opbouw maken naar een klein sprongetje aan het eind. "Ik probeer de paarden die ik train zoveel mogelijk te helpen bij het springen. Sommigen hebben aan het begin een balk nodig, om de afstand tot de hindernis goed te kunnen inschatten, anderen zijn beter af met een in-out. Kijk naar wat jouw paard nodig heeft om de afstand juist in te kunnen schatten.” Als je paard goed heeft gesprongen, laat hem dan niet gelijk een tweede keer springen. Ook hier geldt dat een ronde zonder hindernissen als een beloning moet worden gezien. 

Van hand veranderen
Nathalie Penquitt houdt de longe met twee handen vast en ze gebruikt bij het longeren een halster met een beweegbare ring. "Belangrijk bij al deze oefeningen is dat het paard weet dat hij zich niet mag losrukken, hij mag zijn lichamelijke kracht niet inzetten tegen de longeerder. Hij mag vooral niet in de verleiding komen om te vluchten. Hier moet je je paard op trainen.”
Dat je mensen fantastisch door de hele rijhal achter je aan kunt sleuren, weet Fjordpaard Bruno inmiddels ook. Hij verveelde zich toen hij steeds maar weer dezelfde rondjes moest lopen. Maar toen hij op de lange zijde kwam en zowel rechtsom als linksom voltes mocht lopen, werd hij ineens attent en werkte hij met plezier mee. Om je paard bij een volte van hand te laten veranderen, doe je het volgende: je gaat langzaam op de achterhand van je paard af en kijkt naar een punt achter je paard. Je draait je voorste schouder naar je paard toe (op de rechtervolte dus je rechterschouder). Vervolgens geef je een commando, bijvoorbeeld ‘volte’. Het paard kijkt, als hij geconcentreerd meewerkt, naar de persoon die de longe in handen heeft, daardoor buigt hij sterker in en loopt hij bijna automatisch in een kleine volte. Zodra je paard wendt, neem je de longe een beetje aan zodat deze in geen geval de grond raakt. Als je paard de handverandering heeft afgemaakt, ga je terug naar je uitgangspositie en stuur je het paard met je zweep in de richting van zijn schouder naar buiten. "Als hij nu niet naar buiten gaat, gebruik je je lichaamstaal en loop je op schouderhoogte van je paard naar voren mee”, adviseert Nathalie Penquitt.

Als dit allemaal goed gaat, vervolg je de oefening in stap rechtdoor op de lange zijde. Daarvoor moet je paard wel weten dat hij moet wijken als je met de zweep naar zijn schouder wappert. Loop voor het longeren op een rechte lijn weer parallel met je paard mee. Als hij de korte zijde van de rijhal achter zich heeft gelaten en op de lange zijde loopt, is dat hét moment om met je paard langs een rechte lijn mee te lopen. Jouw positie ten opzichte van je paard is daarbij erg belangrijk. Je loopt altijd ter hoogte van de schouder van je paard. Als je te ver voor hem loopt, zal hij zich namelijk omdraaien of halthouden. Als je te langzaam loopt, draait je paard zich mogelijk naar de binnenkant van de rijhal toe.

Wees creatief!
Als je de juiste positie hebt gevonden en je paard valt desondanks naar binnen, wijs dan met je zweep naar zijn schouder, om hem naar buiten toe te laten wijken. Als hij blijft staan, richt je de zweep naar zijn achterhand om hem aan te drijven.Als rechtdoor lopen in stap goed werkt, kun je het ook in draf proberen. Probeer daarbij zelf zo snel mogelijk te stappen, maar niet hard te lopen, anders zou je paard zich te sterk aangedreven kunnen voelen en raakt hij misschien geagiteerd. Loop niet te dicht in de buurt van je paard. "Als hij naar buiten kijkt, moet je de afstand tot hem iets vergroten”, weet Nathalie Penquitt.
Belangrijk is dat je van tevoren een oefening hebt uitgestippeld. Bijvoorbeeld: steeds een volte over het midden aan de lange zijde, dan een hele baan en weer een volte. Je kunt ook de voltes uitvoeren op de korte zijde van de dressuurbak of naar de volte op de voltelinie... wees gewoon lekker creatief!

Niet alleen met voltes, hele banen, cavaletti of kleine sprongen kun je afwisseling in je trainingsprogramma brengen, je kunt ook eens het halthouden oefenen, achterwaarts stappen en van hand veranderen tijdens het longeren. Zo kun je paarden als Bruno spelenderwijs aan het werk krijgen en houden. "Halthouden is vooral moeilijk voor ongeduldige paarden die zich snel laten afleiden”, vindt Nathalie Penquitt. "Leer je paard dichtbij je halt te houden op stemcommando. Oefen eerst met een korte zweep. Til de zweep op en houd deze voor het paardenhoofd als teken om halt te houden. Later kun je dit ook met de longeerzweep doen.”
Begin met halthouden vanuit stap langs een omheining of zijwand. Geef een stemcommando en ga voor het paard staan zonder te dichtbij te komen. Dit betekent dat er een vernauwing ontstaat tussen jou en de omheining. Je paard loopt niet graag in een dergelijke vernauwing en zal dus halthouden. "De grootte van de vernauwing is afhankelijk van de gevoeligheid van je paard”, aldus Penquitt. Tegelijk met je stemcommando en jouw nieuwe positie, til je de zweep hoog boven het hoofd van het paard, maar je raakt hem er niet mee aan. Zodra hij stil staat, laat je de zweep weer zakken.
Vanuit het halthouden kun je met je paad gemakkelijk achterwaarts lopen aan de longe oefenen. "Ook deze oefening breng ik een paard eerst op korte afstand bij. Daarbij gebruik ik de omheining weer als begrenzing. Ik loop diagonaal op het paard af en gebruik hierbij altijd hetzelfde stemcommando, bijvoorbeeld ‘weg’.” Laat hierbij de zweep – tegelijk met je stemcommando – met gestrekte arm als een slagboom op en neer gaan. Als je paard niet reageert, kun je de slag van de zweep zo laten gaan dat hij het paard aan zijn borst raakt.

Zodra je paard zijn gewicht naar achteren brengt en dus een eerste aanzet doet om achterwaarts te gaan, beloon je hem met je stem. Daarna lopen de meeste paarden, zij het aarzelend, wel achterwaarts. Loop daarbij in dezelfde takt met je paard mee, dus parallel aan je paard. Tijdens het achterwaarts gaan houd je een gelijkmatige verbinding met de longe. Immers, als je die te los laat hangen, valt je paard al gauw schuin naar binnen. Als je hem te strak houdt, willen sommige paarden zich binnenwaarts keren. Zodra je paard begrijpt wat je van hem wilt, kun je de afstand aan de longe vergroten. Later moet hij op afstand slechts op het signaal van de zweep reageren.

Ook het van hand veranderen, een basisoefening, kun je vanaf een afstand oefenen. Om je paard op de middellijn van hand te laten veranderen (van links naar rechts), leid je de zweep die je in je rechterhand hebt onder de longe door, om je paard de pas af te snijden. Dan grijp je met je vrije rechterhand de longe en leid je het paard in de volte. Daarbij doe je een stap naar achteren. "Je bent vaak geneigd om op het paard af te lopen, maar dan kan hij niet keren”, legt Penquitt uit. Zodra hij naar je kijkt, beweeg je je rechterarm in de nieuwe richting en op die manier wijs je hem de weg. De zweept wijst naar zijn schouder, zodat hij weer naar buiten wijkt. Penquitt adviseert om ook bij de overgang op de andere hand de zweep rechts vast te houden.
Bij het van hand veranderen, zie je hoe fijngevoelig paarden op de kleinste gebaren reageren. Terwijl je nog bezig bent de longe en de zweep in je handen te sorteren, is het paard al gekeerd. Zo is longeren ontzettend leuk en je verbetert tegelijkertijd de communicatie tussen jou en je paard.

Perfect van hand veranderen
Stap voor stap: zo leer je je paard aan de longe van hand te veranderen.De handverandering aan een longe ziet er moeilijker uit dan het feitelijk is. Het is belangrijk dat je rustig en geduldig blijft, als je paard deze oefening nog niet kent:
Stap 1: als je wilt dat je paard vanuit de linkerhand naar de rechterhand verandert, leid je met je rechterhand de zweep onder de longe door. Neem dan de zweep over in je linkerhand.
Stap 2: draai jezelf in richting van je paard en grijp met je vrije rechterhand in de longe. Leid het paard daarbij een beetje in de richting van de binnenzijde van de baan, zodat hij je frontaal aankijkt.
Stap 3: oefen een lichte druk uit op de longe en laat je paard de nieuwe richting zien door met je rechterarm te wijzen. Drijf daarbij met je zweep (nu in je linkerhand) richting zijn schouder, zodat je paard niet naar binnen kan vallen.
Stap 4: zodra je paard van hand is veranderd, neem je de longe over in je rechterhand. Het eind van de longe blijft in je linkerhand. Nathalie Penquitt hanteert de longeerzweep ook op de andere hand met rechts.