Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Metaal uit de mond: bitloos rijden

Hackamore, bosal of sidepull: steeds meer ruiters zien de voordelen van rijden zonder bit. Maar welk model kun je het best wanneer gebruiken?

Tekst: Angelika Schmelzer / Foto’s: www.slawik.com, Ilja v.d. Kasteele, Fred Rai, Sabine Stuewe


Als je bitloos rijdt, communiceer je anders met je paard dan via de metalen staaf in de paardenmond. Toch is het niet moeilijk om zonder bit te rijden. Waarom zou de harmonische communicatie tussen paard en ruiters alleen maar kunnen gebeuren via een stuk metaal in de paardenmond? In de praktijk lopen de meningen hierover ver uiteen: voorstanders van het bit blijven hameren op de bewezen traditie en zijn ervan overtuigd dat de hogere ruiterkunst zonder bit onmogelijk is. Tegenstanders van het bit roepen bij wijze van spreken de dierenbescherming erbij als een paard met bit wordt gereden. Zij noemen de voorstanders van rijden met bit soms zelfs verkapte dierenbeulen. Maar objectief bekeken geldt zowel voor het bitloze rijden als voor het rijden met bit: de hand van de ruiter bepaalt of een paard diervriendelijk wordt gereden.

De optoming moet perfect zijn afgestemd op de anatomie van het paard en op het niveau van het dier. Dat betekent uiteraard dat de ruiter moet weten hoe hij de correcte teugelhulpen moet geven. Het voordeel van bitten is dat je daarmee zeer gedifferentieerde hulpen kunt geven wat betreft de plek van de inwerking (op de lagen en op de tong of op de wang, de kin en de nek), de intensiteit van de inwerking en de oprichting en verzameling. Tegenstanders van bitten wijzen er graag op dat het paard een metalen bit als een vreemd voorwerp ervaart en dat hij er bang van wordt. Het bit maakt het paard onzeker of verstoort zelfs zijn ademhaling. Vooral de uiteenzettingen van dr. Robert Cook worden in deze context vaak aangehaald. Volgens zijn redeneringen leiden bitten op basis van de reflexmatige afsluiting van het strottenklepje tot ademnood. Het bit maakt het paard niet alleen bang, oordeelt Cook, het belemmert ook zijn ademhaling, veroorzaakt pijn en is de oorzaak van veel gedragsstoornissen. Als een paard fiks speekselt of kauwt op het bit, is dat alleen een poging om het bit kwijt te raken.
Het valt zeker niet te betwisten dat talrijke paarden die met bit worden gereden, lichamelijke klachten of gedragsproblemen vertonen. De interpretatie van dr. Cook van dit gedrag moet echter kritisch worden bekeken. Niet het kauwen of het aanmaken van speeksel tijdens het eten, maar juist het slikken leidt namelijk tot afsluiting van de luchtpijp. Deze reflex wordt pas teweeggebracht als het voer in richting van de keel van het paard wordt gebracht. Dat gebeurt bij een bit niet en daarom kan een bit in de mond geen afsluiting van de luchtpijp veroorzaken. Wel zal een paard moeten slikken, wat heel goed kan met een bit. Tijdens het slikken zal het paard echter even moeten stoppen met ademhalen, waardoor de luchtpijp kort wordt afgesloten. Een paard kan namelijk niet tegelijk ademen en slikken.

Je kunt je afvragen of de aanwezigheid van een bit alleen de reden is voor ernstige gezondheids- en/of gedragsproblemen. Veel rijtradities werken als overgang tijdens de basisopleiding met bitloze optomingen. Die opleiding valt vaak samen met de wisseling van tanden en kan daardoor bij het gebruik van een bit tot problemen leiden.
Bitloze optomingen zoals de kaptoom worden vaak gebruikt als het paard moet leren aan de longe te lopen en kunnen ook voor de eerste pogingen onder het zadel worden gebruikt. Bitloze optomingen zijn vaak, maar niet altijd, beperkt wat hun mogelijkheid tot inwerking betreft, wat niet noodzakelijk een nadeel hoeft te zijn. Zo moet de ruiter namelijk beter met zijn hulpen omgaan. Hij moet meer met zijn gewicht, zit en benen inwerken. Bitloze optomingen hebben bij onervaren of jonge ruiters het voordeel dat de paardenmond niet wordt gestoord door het onbedoelde trekken aan de teugels. De moderne bitloze optomingen, zoals de kaakgekruiste bitloze hoofdstellen zijn – anders dan de meeste traditionele bitloze hoofdstellen – ideaal geschikt om mee te sturen en halt te houden. Een Sidepull bijvoorbeeld werkt in als een rijhalster en wordt door een paard zeer goed begrepen. Er zijn echter ook bitloze optomingen die uit den boze zijn, omdat zij op basis van hun constructie of inwerking ongemak of zelfs pijn kunnen veroorzaken. Om de inwerking van de diverse bitloze optomingen goed te begrijpen, dien je nauwkeurig naar het type te kijken. Veel bitloze optomingen werken op basis van release, zoals ook gebruikelijk is bij het western rijden. Voorbeelden van zulke bitloze optomingen zijn onder andere die van Dr. Meroth, de bosal en de mechanische hackamore. Alleen met een kaakgekruiste bitloze optoming is het mogelijk met een constante contactteugel te rijden, zoals in onze Europese dressuur wordt gevraagd.

Mechanische hackamore
De mechanische hackamore heeft – behalve zijn naam – niets te maken met de klassieke versie. De optoming bestaat uit een neusdeel dat van verschillende materialen gemaakt kan zijn, zoals leer, leer met vacht, een door leer omwikkelde metalen kern, een kinketting of kinriem of twee scharen aan de zijkanten van de neusband, waaraan gewone teugels worden bevestigd. Deze optoming maakt een gedifferentieerde inwerking amper mogelijk. Bij elke teugelhulp wordt rondom het hoofd en de neus behoorlijke druk uitgeoefend. Deze optoming wordt vaak alleen maar gebruikt als een soort ‘noodrem’ voor verreden paarden. Deze optoming mag officieel in de springsport vanaf de Z worden gebruikt, maar mag niet worden gebruikt in de basisspringsport.

Bosal
De klassieke hackamore, een typische western optoming, bestaat uit een bijna ovaal gevormd neusdeel uit rawhide, de bosal. De diameter van het neusdeel is afhankelijk van het opleidingsniveau van het paard. Bij de bosal hoort een uit paardenhaar gevlochten mecate, die als teugel en voertouw dient. Deze optoming kan door een fiadoor (een dun touwtje) worden gestabiliseerd. De klassieke hackamore wordt gebruikt in de westernsport, maar meestal alleen voor een beperkte tijd (tijdens de wisseling van tanden). Het ‘stekelige’ karakter van de mecate ondersteunt het leren van de neckreining, dus het wijken bij zijwaartse teugeldruk op de hals. De ruiter houdt zijn hand laag en geeft hulp door de teugels eventjes aan te nemen door de hand omhoog te brengen en weer na te geven (pull en slack).

Merothisch rijhalster
Dit rijhalster is benoemd naar zijn uitvinder: dr. Meroth en behoort tot de nieuwere ontwikkelingen op het gebied van bitloze optomingen. De metaalveer, die met leer is omwikkeld, heeft aan weerszijden van de neus een ring, waaraan twee kinriemen worden bevestigd. Deze riemen kruisen onder de kin. De teugels worden in de einden van deze riemen bevestigd. Elke keer dat je aan de teugels trekt, wordt er druk op de neus en kin uitgeoefend, omdat de hele constructie bij elkaar wordt getrokken. Een voor de paardenmond vriendelijke variant, die echter weinig gedifferentieerde hulpen via de teugels mogelijk maakt, waardoor de communicatie tussen paard en ruiter bemoeilijkt kan worden. Dezelfde fabrikant heeft trouwens ook verdere ontwikkelingen op de markt gebracht, die ook gebruik met bit mogelijk maken. Er bestaan in Nederland diverse imitaties zonder de metaalveer in de neusband.TouwhalsterDe ‘Rai-band’ is net een halster. Het bestaat uit een nylon hoofdriem en een neusstuk. Beide teugels worden onder de kin bevestigd. Een gymnastiserende training is moeilijk, omdat deze constructie geen gedifferentieerde hulpen mogelijk maakt. Fred Rai heeft echter een verdere ontwikkeling van zijn band bedacht: de ‘ringband’. Daarbij worden de teugels onder de kin gekruist door twee metalen ringen geleid. Dat zou een zijwaartse inwerking mogelijk maken. Het in de handel gebruikelijke knopenhalster wordt net zo gebruikt als de Rai-band. De teugels worden onder de kin bevestigd of gewoon samengeknoopt.

Bitless bridle

Deze ontwikkeling van dierenarts dr. Robert Cook doet een beetje denken aan het Merothisch rijhalster. Hierbij kruisen echter niet de kinriemen maar de kaakriemen en in eerste instantie werk je in op de kaken en op de neus van het paard, minder op de nek. Net als bij het Merothisch halster geeft de inwerking van de linkerteugel een contradruk op de rechterkant van het hoofd. Dat betekent dat het paard zal ‘wijken’ voor deze lichte druk en zijn hoofd in de juiste stelling zal plaatsen.

Sidepull
Deze optoming bestaat uit een neusriem van leer en bij de goedkopere modellen uit sisal. In de handel is eveneens een gevlochten neusband verkrijgbaar, dat een soortgelijk effect heeft. De neusriem wordt vastgemaakt met een (zachte) kinriem. De teugels worden rechts en links aan de ringen aan weerszijden van de neusband vastgemaakt. De sidepull wordt vooral gebruikt bij het zadelmak maken, maar wordt ook later in andere fases van de opleiding ingezet. Het ondersteunt vooral het stelling vragen van het paard. Een Hannoveraanse (of lage) neusriem is trouwens probleemloos om te toveren in een bitloze optoming: je hoeft de neusriem alleen iets verder omhoog vast te maken (zodat de neusband ongeveer vier vingers breed onder het jukbeen ligt) en je gebruikt de ringen tussen de neusband en de kinriem voor de teugels. Deze lage neusriem wordt bij de springsport als bitloze optoming door de KNHS in de basisspringsport geaccepteerd.

De halsring (cordeo)
En wie het graag een beetje bont wil maken, gebruikt een halsring. Maar alsjeblieft alleen in de rijbak en met een geschikt paard dat niet schrikachtig is en de ruiter vertrouwt. Rijden met de halsring – bitlozer en hoofdstellozer kan het niet. Daarbij wordt de ring met een stijve metalen kern met één of met beide handen vastgehouden en net zo gebruikt als een fietsstuur. Er bestaat ook een versie van leer, die slap als teugels langs de hals ligt. Om af te wenden beweeg je beide handen (of je ene hand) en je bovenlichaam in de gewenste richting. Het lijkt een beetje op neckreining. Om halt te houden houd je de ring tegen de halsbasis van de paardenhals aan en laat je het paard halthouden door de ring lichtjes terug te nemen. Door de ring halverwege de hals te houden kun je er zelfs uitstekend schouderbinnenwaarts mee rijden en wijken voor het been.

LG-toom
Deze uitvinding van Monika Lehmenkühler heette oorspronkelijk Glücksrad (gelukswieltje), maar wordt tegenwoordig LG-toom genoemd. Het is een verdere ontwikkeling van de sidepull. In plaats van een simpel ringetje tussen neusband en kinriem heeft de LG-toom een wiel met spaken. De neusband, de kinriem, het bakstuk en de teugel kunnen individueel tussen deze spaken aan het wieltje worden bevestigd, waardoor de inwerking van de optoming kan worden veranderd van een directe overdracht tot een zekere hevelinwerking, zoals bij een mechanische hackamore. Het neusdeel bestaat uit een verstelbare, leren riem, de kinriem is hetzelfde of een combinatie van leer en ketting. Een variant van deze optoming beschikt over scharen die vergelijkbaar zijn met de shanks van western bitten. Het LG-toom maakt, net als de sidepull, een gedifferentieerde inwerking mogelijk.

De kaptoom
Deze optoming wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het longeren. Wie een kaptoom zoekt, heeft een brede keuze uit talrijke producten. Het belangrijkste deel bij de kaptoom is een neusriem (vaak met een metalen binnenkern) met daarop een aantal ringen. Kinriemen en kopstuk maken deze optoming compleet. De variant met het dubbel gebroken neusdeel is weinig zinvol vanwege zijn onduidelijke inwerking. De Spaanse versie met de gekartelde, metalen rand, verpakt in leer, op de neus is uit den boze, omdat elke hulp onaangenaam is of zelfs pijnlijk. De kaptoom is ook geschikt voor het werk onder het zadel: aan de zijdelingse ringen kunnen de teugels worden bevestigd. Zo kan de kaptoom in de overgangsfase tussen het leren longeren en het zadelmak maken worden ingezet, naast het gewone bit. Ook is het mogelijk om een bit aan een kaptoom te bevestigen.    

TIP van Annemarie van der Toorn:

Zoveel paarden, zoveel wensen. In onze dagelijkse praktijk zien we paarden die het niet goed doen op een bit en veel beter op bitloos. Maar ook andersom komt veel voor! Wat voorop staat, is dat het paardengebit helemaal in orde moet zijn. Als gevolg van pijn in zijn mond ontstaan er veel klachten.