Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Longeren met dubbele lijnen

Heb je wel eens over het werk met een dubbele longe nagedacht? Het is – zeker de eerste keer – een hele opgave om met al die lijnen in je handen je paard de juiste richting op te sturen. Toch liggen de voordelen van het longeren met dubbele longe voor de hand.
  
Tekst: Dagmar Barkmann / Foto’s: Ilja v.d. Kasteele
  
Niet alleen voor jonge paarden of paarden die gecorrigeerd moeten worden, is de dubbele longe uitstekend geschikt: “In principe er zou geen ruiter of opleider mogen bestaan, die niet met de dubbele longe werkt”, vindt Günther Fröhlich. De opleider gebruikt de dubbele longe bij al zijn paarden. “Iedereen die het niet doet, mist iets in de samenwerking met zijn paard. En dat is jammer”, gaat Fröhlich verder. Volgens hem biedt de dubbele longe duidelijk betere mogelijkheden om gericht te trainen.
Voor Fröhlich zijn er twee belangrijke redenen om te kiezen voor de dubbele longeerlijnen. Zo kan de communicatie tussen paard en ruiter in korte tijd worden verbeterd. “Zonder iets af te dwingen”, benadrukt Fröhlich. Van de andere kant versterkt de dubbele longe de spiertraining van de achterhand. “De motor aan de achterkant wordt echt op gang gebracht en het paard traint, als het zijn nek naar beneden buigt. Sneller kun je echt geen succes boeken. Paarden die vooraf scheef waren, komen in evenwicht en lopen in balans.”
Günther Fröhlich biedt leergangen aan speciaal voor het longeren met dubbele longe. Voorwaarde is dat paard en ruiter met het eenvoudige longeerwerk prima uit de voeten kunnen. Voor Fröhlich is het een persoonlijk succesgevoel, als de cursusdeelnemer erkent: ‘Zo ontspannen heb ik mijn paard nog nooit zien lopen.’ Het positieve daarvan is, aldus Fröhlich, dat de ruiter eindelijk een keer vanaf de grond kan waarnemen wat er aan de hand is met tact en ritme. “De rest is dan gevoelswerk.”
  
Voor dressuurruiter en opleider Horst Becker is het werk zonder dubbele longe amper een optie. Hij beveelt deze vorm van longeerwerk bijvoorbeeld aan voor zwakkere ruiters: “Die kan ik tussen de leseenheden thuis prima met de longe laten werken,” vertelt de trainer. Het grote voordeel: men kan de invloed van de ruiter perfect simuleren door de gelijkmatige aanleuningsmogelijkheid aan beide kanten. “Ik kan het paard uit het midden individueel sturen en daar in de hand drijven, waar ik het wil hebben”, verklaart Horst Becker. Namelijk voorwaarts-neerwaarts, over de rug. Daarvoor gebruikt de longeerprof een eenvoudige watertrens en een speciale werksingel, die de schoft voldoende vrije ruimte biedt. “Anders heeft de singel snel de werking van een notenkraker. Dat mag niet gebeuren.” De singel moet over voldoende ringen beschikken, waaraan de dubbele longe in het begin horizontaal wordt vastgemaakt.
  
Gevoelswerk
Verder maakt Becker gebruik van een glasvezel zweep met een slag van minimaal vier meter lengte. “Een goede zweep is belangrijk. Men moet bij het paard kunnen komen, zonder naar het paard toe te moeten gaan. Zo kan ik de zweep als een hengel uitgooien, zonder harde geluiden te maken.” Want die maken paarden vaak aan het schrikken en zetten hen aan tot rennen. “En dat terwijl longeren niets te maken heeft met het wild opjagen van het paard.” Het is veel meer de bedoeling om het paard het juiste tempo in een rustige arbeidsgalop te laten vinden, zodat het beter kan opsluiten. Het hefmechanisme van de achterbenen wordt extra geactiveerd, en de spieren van de achterhand worden doelgericht opgebouwd.
  
Langzaam laten wennen
Om een paard te laten wennen aan de dubbele longe, laat Becker het paard eerst rustig stappen. Hij loopt daarbij gewoon naast het paard. “De aanleuning is daarbij nog niet zo beslissend.” Als de viervoetige debutant het goed doet en rustig blijft, laat hij hem langzaam overgaan naar de volte en neemt hij de normale longeerpositie in. “Daarbij moet ik met het paard een gelijkbenige driehoek vormen en het langzaam in zijn tempo in aanleuning brengen”, benadrukt Becker. “Longeren om het paard moe te maken voor het rijden is echt uit den boze.” 
    
Praktische tips
“Men heeft een helper nodig die het paard aan de voorkant vasthoudt. Dan laat ik het paard voorzichtig met een bandage wennen aan het feit dat er iets langs zijn achterkant loopt.” Als het paard dat gelaten ondergaat, longeert Wilfried Gehrmann, directeur van de Reit- und Fahrschule Rheinland,  eerst met de bandage die zijwaarts aan de longeersingel wordt bevestigd. Als dat ook goed gaat, kun je langzaam beginnen om de longe achterom te laten lopen. Precies zo heeft Claudia Sahm het met de driejarige Perlgold uitgeprobeerd. De ervaren opleider was helemaal verbaasd, hoe goed de Trakehner de dubbele longe accepteerde. Dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Gehrmann adviseert daarom iemand te raadplegen die ervaring heeft met het werken met de dubbele longe. “Je weet maar nooit hoe je paard reageert, als de longe de eerste keer echt wordt gebruikt zoals bedoeld.”
Nog beter zou het zijn als de voerder van de longeerlijnen het gebruik aan een leerpaard heeft kunnen oefenen. “Behoedzamer en sneller dan met de dubbele longe bereik je bij paarden de losgelatenheid niet.”