Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Lichtrijden: makkelijker gezegd dan gedaan

De houding van de ruiter is van groot belang voor de beweging van het paard. Dit begint al bij het lichtrijden. Lichtrijden is een manier van zitten waarbij je telkens even uit het zadel opveert. Hierbij maak je gebruik van de beweging van de achterhand van je paard.

Tekst: Inga Dora Meyer / Foto’s: Ilja van de Kasteele
 
Hoewel veel ruiters al tijdens hun eerste paardrijles zijn begonnen met leren lichtrijden, is lichtrijden nog niet zo makkelijk. Tijdens de stap bijvoorbeeld is het soms moeilijk je evenwicht te bewaren. Wil jij goed leren lichtrijden? Lees dan onderstaande tips.

Het lichtrijden is bedacht door de Engelsen. Het is een aangename manier van rijden, vooral voor ongeoefende ruiters. De Engelsen hebben het lichtrijden uitgevonden voor de stressvolle jacht. Daarom wordt lichtrijden ook wel eens Engels rijden genoemd. Later werd het opgenomen in de klassieke rijopleiding, waar het vanaf het begin van de twintigste eeuw min of meer werd geaccepteerd.
Tijdens het lichtrijden komt de ruiter bij elke tweede pas uit het zadel omhoog. Doordat hij op dat moment zwaarder op de beugels leunt, ondersteunt hij de natuurlijke beweging van het paard en blijft hij een takt lang zweven, voordat hij weer zacht in het zadel gaat zitten. Tot zo ver de theorie. Goed lichtrijden zit hem namelijk vooral in de details. Want wist je dat het soms nuttig kan zijn om bewust op het ‘verkeerde been’ licht te rijden? Of dat deskundigen het oneens zijn over het juiste moment voor de drijvende hulpen? 
 
Regelmatige takt
Maar laten we bij het begin beginnen. "Lichtrijden is heel zinvol om een regelmatige takt en meer ontspanning bij het paard te ontwikkelen. Het is ook bijzonder handig om de ontwikkeling van zijn impuls te bevorderen”, aldus Jochen Schumacher, chef van het FS Reit-Zentrums Reken. Op een ongelijke bodem kun je beter niet lichtrijden. Modder, boomwortels, waterplassen, balken of laag hangende takken, zijn niet bevorderlijk. En ook op gangenpaarden, die problemen hebben in de draf, kun je beter niet lichtrijden. Anders roep je namelijk al snel een galopsprong op in de tweetakt.
Als er problemen bij het lichtrijden optreden, kun je dit beter zonder paard, op de grond oplossen. Jochen Schumacher laat zijn leerlingen regelmatig op een houten paard oefenen. Maar je kunt ook op een balk op de grond of op een stoeprand oefenen. "Zodra de ruiter uit het zadel komt, spant hij zijn kuiten lichtjes aan, terwijl hij zijn hakken naar beneden drukt. Hij veert zacht op vanuit zijn heup-, knie- en voetgewricht”, aldus Schumacher. Die verende beweging kun je oefenen. Al erkent de expert dat dit nog niet zo makkelijk is. De meeste ruiters staan op en nemen hun hakken in de beweging mee naar boven, maar dat is nu net niet de bedoeling. Hiermee kun je in het zadel namelijk niet in de takt van het paard komen. Bovendien ontbreekt in het zadel een stabiel fundament om goed te kunnen balanceren.
 
Zodra je de oefeningen op het droge onder de knie hebt, kun je plaatsnemen in het zadel. "Het is aan te raden dat ruiters een keer bij een ervaren trainer gaan kijken naar hoe correct lichtrijden er in het echt uit zou moeten zien”, aldus Schumacher. Een lichte neiging van het bovenlichaam naar voren is volgens hem zinvol. De ruiter hindert het paard daarbij niet in de rug en hij komt makkelijker in het gewenste ritme.
 
Stap voor stap
Wil je beginnen met lichtrijden, vraag je trainer dan om je met duidelijke stemhulpen te ondersteunen. Laat hem hardop meetellen met de takt of laat hem het opstaan en neerzitten aangeven. Bijvoorbeeld: ‘een en twee en ….’, ‘staan en staan’ en ‘zit en zit’. "Soms helpt het als de trainer naast het paard loopt en de ruiter begeleidt door lichtjes aan zijn rijbroek te trekken, om zo de takt te vinden”, aldus Schumacher. Ben je een beginnende ruiter, dan kun je beter eerst korte stukjes lichtrijden, zo’n vijf tot tien minuten. Las regelmatig pauzes in. Want lichtrijden is een bijzondere manier van bewegen. Zodra je voelt dat je kracht verdwijnt en dat je naar adem snakt, kun je niet meer geconcentreerd rijden. Dan is het beter om even te stoppen.
Het is zinvol om, als je wilt beginnen met lichtrijden, een paard te zoeken dat van nature weinig impuls heeft. "Je kunt ook leren lichtrijden door iemand te laten filmen en de opnames na de rijles met je trainer te bespreken”, aldus Schumacher. "Of door er gewoon een nachtje over slapen. Soms lukt een oefening de volgende keer al veel beter, omdat je dan meer ontspannen bent of omdat je je dan beter kunt concentreren.” Alle ruiters maken beginnersfouten, dat geldt ook voor gevorderde ruiters. Zij rijden op het verkeerde been, staan te recht overeind, hun bovenlichaam neigt te ver naar voren, de kuiten liggen niet correct tegen het paard aan of ze trekken hun hakken omhoog en schuiven zo met de voet in de beugel. Dat laatste kan bijvoorbeeld gebeuren als de beugels te lang zijn.
Dit soort fouten treedt vaak op als de ruiter les heeft (gehad) bij verschillende rijinstructeurs en als deze verschillende ideeën hebben over de correcte zithouding bij het lichtrijden. "Voor ons geldt: hoe langer de beugel, hoe kleiner de neiging van het bovenlichaam. Daarbij moeten schouder, knie en hak een rechte lijn vormen”, aldus Schumacher. Als de ruiter steeds op het verkeerde been lichtrijdt, kan dit leiden tot rugklachten. Vooral als hij te recht uit het zadel komt. Een goede basis is essentieel voor een stabiele zit en voorkomt een heleboel problemen.  Als deze basis ontbreekt, kan dat negatieve gevolgen hebben voor de beweging van het paard. Hij loopt dan voornamelijk op de voorhand en heeft misschien een ongewenste houding van het hoofd. Ook kan hij de neiging krijgen om zijn rug weg te drukken.
Maar let op: het kan ook heel leerzaam zijn om een bepaalde ‘fout’ te gebruiken. Als je paard bijvoorbeeld steeds de hoeken afsnijdt, kan het helpen door eens op het verkeerde been licht te rijden. Dat kun je ook doen bij de oefening schouder binnenwaarts. Zo kun je beter de correcte hulpen geven.
 
Drijvende hulpen
Pas als je je zeker voelt bij het lichtrijden, wordt het tijd voor drijvende hulpen. Maar daarover zijn de geleerden het helaas niet eens. "Sommige trainers vinden het gebruikelijk om bij het neerzitten te drijven. In dat geval bevindt zich echter het binnenste achterbeen op de grond. Als je dan drijft, zet het paard de hoef weliswaar sneller neer, maar komt hij niet verder naar voren”, vertelt Schumacher. Hij pleit ervoor om de drijvende hulpen te geven als je uit het zadel komt of – als je op het verkeerde been rijdt – als je weer gaat zitten. Probeer het eens uit!  
 
Tip van Annemarie van der Toorn:
Heb je wel eens gehoord van de flexchair? Deze stoel kan je ontzettend helpen wanneer je wilt werken aan een goede zit. Het wordt zo snel duidelijk of de beweging die jij maakt goed is, of dat een andere houding beter past.
 
Problemen
Fouten van de ruiter herkennen en oplossingen zoeken

Leren rijden doe je je leven lang. Dat geldt ook voor het lichtrijden. Daarbij sluipen zelfs bij gevorderde ruiters snel fouten in. Deze fouten kunnen de beweging van het paard en een goede zit van de ruiter belemmeren. Vaak gaat de ruiter te gestrekt in de beugels staan of neigt juist zijn bovenlichaam te ver naar voren, zijn kuiten liggen verkeerd aan de flank van het paard of hij trekt zijn hakken omhoog. Vooral dat laatste gebeurt vaak als de beugels te lang zijn. Het beste advies is om je een keer te laten filmen bij het lichtrijden. Heel leerzaam.
 
Dit moet je
… weten

Tijdens het lichtrijden mag de ruiter nooit overdreven ver uit het zadel komen.
… doen
Zoek tijdens het lichtrijden je balans zonder gebruik te maken van de teugels en verplaats je gewicht een klein beetje naar achteren.
… voelen
Je bovenlichaam blijft tijdens het lichtrijden vanzelf in balans. De bewegingen worden via de as van de gewrichten in je schouder, knie en enkel naar beneden verend afgevloeid. Je bekken beweegt in het ritme van het paard, zonder de takt te verliezen. Je benen ontspannen op het moment dat je weer in het zadel gaat zitten.