Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

De juiste training voor ieder paard

Jonge paarden die nog bezig zijn met hun basisopleiding, dressuurcracks die al jaren meedraaien of oudjes die het klappen van de zweep inmiddels kennen…. Voor ieder paard is een passend trainingsplan op te stellen.

Tekst: Aline Müller en Britta Schöffman / Foto’s: Karl-Heinz Frieler/FEi, pa/dpa, Privat, www.slawik.com


Een jong paard tijdens zijn basisopleiding…
… moet worden opgeleid met inachtneming van zijn fysieke aanleg en talent. Hij mag daarbij beslist niet overbelast worden. De eerste maanden – als je hem zadelmak is maakt – is het voldoende als je hem twee tot drie keer per week twintig tot dertig minuten berijdt en hem zo aan het gewicht op zijn rug en aan het werken met een ruiter laat wennen. Daarnaast kun je hem vertrouwd maken met de basis van de hulpen (gewicht, kuiten, teugel).

Zorg naast het rijden (en de dagelijkse weidegang) voor voldoende afwisseling in de vorm van grondwerk, longeren, loslaten in de binnen- of buitenmanege en vrij springen. Het aantal rijsessies kun je langzaam opvoeren, maar ook daarbij is afwisseling belangrijk. Maak buitenritjes, doe speciale oefeningen voor het losmaken van de spieren en denk eens aan Cavaletti’s. Deze zijn zowel lichamelijk als mentaal goed voor het paard.

Een oud paard waarvan de gezondheid zo goed is dat hij nog steeds kan rijden…

… heeft net zoveel afwisseling nodig als een jong paard, maar de opbouw van een rijles is anders omdat zijn ‘oude’ botten meer tijd nodig hebben om op te warmen. Dressuuroefeningen zijn juist voor oudere paarden van belang. Voor een oud paard geldt hetzelfde als voor een oude man: regelmatige beweging, maar met mate. Dat is gezond en houdt hem langer fit. Waag je daarom niet aan een rengalop door de bossen of aan dagelijkse topprestaties, want dit komt de gezondheid van je paard bepaald niet ten goede.

Een uitsluitend recreatief gereden paard…

… is prettiger te rijden als hij een dressuuropleiding heeft gehad en regelmatig door een ervaren ruiter werd gecorrigeerd, voor zover nodig. Losmakende oefeningen zijn voor recreatiepaarden net zo belangrijk als voor wedstrijdpaarden. Een paard kan alleen goed worden gereden als hij losse spieren heeft en als zijn gewrichten goed voorbereid zijn. Alleen zo voorkom je slijtage aan de botten en gewrichten.

De training van een dressuurpaard dat ook in wedstrijden rijdt…

… is afhankelijk van zijn leeftijd en zijn opleidingsniveau. Een paard van zestien jaar oud, dat op B- of L-niveau getraind is, breng je niet meer richting de M of Z. Bij een dergelijk paard ligt de nadruk op het behoud van de ontspanning en soepelheid. Daarentegen kan een Z-paard nog vrij jong zijn en heel wat jaartjes voor de boeg hebben om te groeien. Sommige zesjarigen kennen alle Z-oefeningen al. In dit geval kun je het best de oefeningen verfijnen en de stap proberen te maken naar de zwaardere oefeningen op Grand Prix niveau. Of dit haalbaar is, is natuurlijk afhankelijk van het talent van het paard én van de mogelijkheden van de ruiter. Maar ongeacht niveau en leeftijd, is het belangrijk dat het paard op de juiste manier wordt gehouden (weidegang enz.) en dat je dit combineert met de basis dressuuroefeningen en de training die kracht opbouwen voor verbetering en behoud van de soepelheid en gezondheid. Dit is de basis van elk trainingsplan.

Een paard dat uithoudingsvermogen nodig heeft…
… vraagt om een speciale training. Paarden zijn van nature steppedieren en wel gericht op beweging, maar niet aan de vereisten van een langeafstandsloper. Het uithoudingsvermogen dat je hiervoor nodig hebt, moet dus worden getraind. Vanuit sportwetenschappelijk oogpunt kun je hiervoor de zogenaamde extensieve duurmethode toepassen. Dit betekent dat je een relatief lange trainingsduur van anderhalf tot twee uur aanhoudt, die je met lage intensiteit in stap en draf uitvoert. Het voordeel voor het paard is het lage risico op blessures. Bovendien blijft de belasting binnen het aerobe bereik, wat betekent dat er geen verzuring van de spieren ontstaat (zoals dat wel het geval is bij hoge prestaties). Bovendien verbeteren hierdoor de vetverbranding en de doorbloeding.

Een paard dat net weer aan de training begint en weinig conditie heeft…
… heeft tijd nodig. Veel trainingsonderbrekingen zijn te wijten aan blessures. Als je paard maar een paar dagen ziek is geweest, kun je gewoon je vaste programma van losrijden, werken en ontspannen afwerken. Als de onderbreking daarentegen een week, een maand of zelfs langer heeft geduurd, moet het paard langzaam zijn conditie weer opbouwen. Als je paard pees- of botblessures heeft gehad, moet je bij het begin van een nieuwe trainingsfase starten door je paard langere tijd aan de hand te stappen. Deze periodes kun je, in overleg met de dierenarts, langzaam opbouwen. Daarna kun je beginnen met het onder de man stappen. Vervolgens voeg je ook korte drafmomenten toe.

Meestal begin je met drie minuten draf (een week lang), wat je later opbouwt naar vijf minuten, tien minuten, vijftien minuten en verder. Er komt een tijd dat je weer korte stukken kunt galopperen, maar het kost tijd voordat je echt weer echt met de training kunt beginnen. Vraag je dierenarts wanneer je weer zijwaartse gangen, keertwendingen of sprongen kunt gaan maken. De hele revalidatiefase moet zorgvuldig worden opgebouwd. Drie maanden pauze op de winterweide, opzadelen en dan een buitenrit van vier uur – daarmee wordt elk paard in zijn conditie mateloos overbelast met alle consequenties van dien.

TIP van Annemarie van der Toorn:

Bij ons op stal komen voornamelijk paarden waarvan de eigenaar de gewenste training eigenlijk niet meer voor elkaar krijgt. Je kunt hierbij denken aan paarden die zijn gaan steigeren, bokken of staken. Komt een paard bij ons binnen, dan kijken wij allereerst of hij de gevraagde training wel aan kan. Mentaal, maar vooral ook fysiek. Veel van deze paarden hebben onderliggende fysieke problemen. Met hun gedrag geven ze aan dat ze het werk dat wij van hen vragen, eigenlijk niet aankunnen. Bij een groot deel van deze paarden verbetert het gedrag dan ook enorm na behandeling van een fysiotherapeut of chiropractor. Daarnaast is het mentale aspect ook erg belangrijk. Vraag je niet teveel van je paard? Is het werk wel afwisselend genoeg voor hem? En ben je in staat om aan de basisbehoeften van het paard te voldoen? Pas kregen wij nog een e-mail van een paardeneigenaar wiens paard de eerste tien minuten van de les er steeds bokkend vandoor ging. Na wat doorvragen bleek hij in verband met een blessure die hij had gehad, niet meer los te komen. Dan is het natuurlijk niet vreemd dat hij niet kan voldoen aan het gewenste trainingsdoel!

Veel mensen zien alleen het werk onder het zadel als training, maar wat ons betreft vallen hier veel meer elementen onder. Bijvoorbeeld grondwerk is iets waar wij op stal heel veel mee bezig zijn. Als een paard aan de hand niet netjes stil kan staan, dan kun je ook niet van hem verwachten dat hij dit in je dressuurproef wel goed doet. En denk eens aan trailerladen….

Hoeveel mensen zetten hun paard niet alleen in de trailer als ze op wedstrijd gaan? Ook het oefenen van trailerladen is, vooral bij een jong paard, een essentieel onderdeel van je trainingsplan. Net als wijken voor het been is ook trailerladen een ‘oefening’ die het paard stapsgewijs moet gaan leren. Allemaal aspecten om mee te nemen in het trainingsplan dat je voor je paard opstelt.

Kleine moeite, groot resultaat
Gewoon een keer niks doen: na een inspannende training een lekker ontspannen buitenritje maken is niet alleen goed voor je paard, maar ook voor jou.
Lekker rollen: na zware arbeid onder het zadel, vindt je paard het heerlijk om (zonder hoofdstel en zadel!) even een zandbad te kunnen nemen.
‘Bergen en dalen’: gebruik voor het opwarmen of het uitstappen kleine heuvels (bijv. zandheuvels) om de spieren op te bouwen.
Dressuurvariatie: maak tijdens een buitenrit eens een volte of een vliegende wissel. Dit is goed voor de concentratie en motivatie.
Zelfcontrole: laat je filmen tijdens de rijles. De opnames zijn ideaal om jezelf alert te maken op verbeterpunten.
Puur natuur: zonder zadel rijden is goed om je bewegingen te verbeteren omdat je duidelijker voelt hoe jouw bewegingen inwerken op je paard en andersom. Waarom zou je niet na de les een paar rondjes zonder zadel rijden?