Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Gewichtshulpen: samen in balans

Gewichtshulpen zijn de prettigste manier om met je paard te communiceren, wordt veelal gezegd. Maar makkelijk te leren, zijn deze hulpen niet. Lisanne Thomas van Indigo Horsetraining geeft een aantal tips.
  
Een paard heeft van nature een bepaalde balans. Maar wanneer een ruiter plaatsneemt op de paardenrug en steeds zijn of haar gewicht verplaatst, dan raakt die natuurlijke balans verstoord. Het paard zal natuurlijk niet omvallen door de druk, maar hij zal wel ongelijkmatiger gaan bewegen. Vergelijk het maar met jezelf: wanneer je een klein kind op je schouders zet dat absoluut niet stil wil zitten, ben je zelf constant bezig om je balans te houden. Wanneer het kind stilzit, is het veel gemakkelijker om een juiste balans te vinden.
 
Verfijnde hulp
Een gewichtshulp is een subtiele lichaamshulp waarmee je je paard kunt ondersteunen bij het uitvoeren van verschillende dressuurmatige oefeningen. Lisanne: “Gewichtshulpen kun je rekenen tot de verfijndere hulpen. Samen met de handhulp, de hulp van de vingers, is deze hulp het moeilijkst om aan te leren. De coördinatie, dosering en training van gewichtshulpen vraagt veel van je verfijnde motoriek.” Als je begint met het aanleren van hulpen aan je paard, kun je het best met duidelijke opgebouwde hulpen beginnen. Je geeft een fijne hulp en vult deze aan totdat het paard begrijpt wat je bedoelt en de gewenste reactie geeft. “Op het moment dat je paard meer en meer afgestemd raakt op de hulpen die je geeft, kun je steeds verfijnder te werk gaan. Je kunt je hulpen steeds kleiner maken en op een gegeven moment kun je zelfs werken met zoiets subtiels als een gewichtshulp, die je al dan niet kunt aanvullen met een hele subtiele beenhulp of een hulp met je vingers.”
 
Balans
Gewichtshulpen hebben onder andere een toegevoegde waarde bij oefeningen als halthouden en achterwaarts gaan. Lisanne: “Dat zijn ook de oefeningen die je – als je je paard door en door verfijnt – bijna alleen op gewichtshulpen kunt rijden. Wanneer je buigingsarbeid vraagt van je paard, wordt het geven van gewichtshulpen meteen een stuk moeilijker. Je loopt dan namelijk het gevaar dat je je paard uit balans brengt. Wat je vaak ziet, is dat ruiters juist in de gebogen oefeningen te veel met hun gewicht willen doen. Bij bepaalde oefeningen, zoals de schouder binnenwaarts en de wendingen, moet je heel erg oppassen dat je niet gaat hangen, omdat je paard dan gaat reageren vanuit een onbalans waardoor hij onder het ruitergewicht in moet stappen.”



Wending
In de wending draai je je buitenschouder naar voren. Je gewicht verplaatst heel subtiel, waardoor het paard voelt in welke richting je hem leidt, zonder dat je hem hierbij uit balans brengt. Dit is dus iets anders dan scheef gaan zitten. Hierbij is het paard genoodzaakt om deze onbalans op te heffen door onder het ruitergewicht in te stappen. Omdat het voor het paard al een hele klus is om zijn evenwicht te vinden en te behouden, is het natuurlijk niet handig als je hem als het ware naar binnen of buiten laat vallen door hem bewust uit evenwicht te brengen. Hulpen zijn er immers, zoals het woord al zegt, om het paard te helpen bij het uitvoeren van een versoepelende of versterkende oefening.
 
Associaties
Wanneer je met gewichtshulpen aan de slag wilt gaan, is het verstandig om je paard eerst een stemcommando te leren. Lisanne: “Een paard moet associaties kunnen maken. In het begin betekent een gewichtshulp in principe niets voor hem. Het paard moet een verband leggen tussen de hulp die hij kent en de hulp waarmee hij nog geen associatie heeft.” Reageert je paard op je stemcommando’s? Dan is het tijd voor de volgende stap. “Het achterwaarts gaan is de meest duidelijke oefening om gewichtshulpen te geven. Je kunt dan ook het best met deze oefening beginnen. Wanneer ik achterwaarts wil gaan, breng ik mijn lichaam als het ware iets voor de loodlijn, zodat mijn zitbeenknobbels een fractie naar achteren wijzen. In het begin overdrijf ik wat in mijn bewegingen. Ik ga dan een stukje verder voorover zitten, zodat mijn gewicht heel duidelijk voor de loodlijn komt. Vervolgens sluit ik mijn vingers zodat ik een elastisch contact krijg, waardoor het paard een niet-gefixeerde begrenzing voelt. Het paard voelt dat ik hem van voren zachtjes sluit, maar ik houd hem niet tegen. Door mijn positie voor de loodlijn en de zachte sturing van de teugel, zal het paard als vanzelf zijn gewicht naar achteren verplaatsen. Op dat moment leg ik kort mijn kuit aan om die achterwaartse gewichtsverplaatsing een impuls mee te geven. Dit resulteert in een achterwaartse pas met een gedragen rug en ontspannen aanleuning.”
 
Belonen
“Op het moment dat het paard reageert, dan beloon ik hem al voor het allerkleinste pasje achterwaarts”, gaat Lisanne verder. “De meeste paarden begrijpen al na een paar trainingen wat de bedoeling is. Wanneer het paard de hulp begrijpt, dan maak ik de hulp steeds kleiner. Op een gegeven moment laat ik de handhulp helemaal weg, dan hoef ik dan niets meer met de teugel te doen, eventueel kan ik nog even de nageeflijkheid bevestigen. Het enige dat ik daarna nog doe, is mijn gewicht een fractie voor de loodlijn brengen. Het paard herkent dan gelijk welke oefening ik wil doen en voert deze ontspannen uit zonder dat ik terug hoef te werken met mijn hand.”
 
Recht of scheef?
Heb je je gewichtshulpen bij de rechtgestelde oefeningen onder de knie? Dan kun je gaan werken aan de wendingen. Maar let op, deze oefeningen vergen met een ongeschoold paard veel kundigheid van de ruiter wat betreft balans en houding! Lisanne: “Een paard dat erg scheef is, dat bijvoorbeeld links gebogen is, kan de buiging naar rechts moeilijker maken. Als hij naar rechts buigt, zal hij jou aan de binnenkant wat omhoog zetten. Hij kan zijn lijf nog niet zo plooien dat het zitbeenbotje aan je binnenkant zakt, zoals eigenlijk zou moeten in de wending. Wat ik in dat geval doe, is zelf compenseren door mijn gewicht opnieuw te verdelen over mijn zitbeenbotjes. Ook help ik het paard door mijn binnenbeen lang te maken. De disbalans van het paard wordt op deze manier niet versterkt en van daaruit kan ik gaan werken aan zijn ontspanning en buigzaamheid. Wanneer ik werk aan de wendingen, werk ik net zoveel aan mijn eigen houding, als aan de houding van mijn paard.”
 
Onafhankelijke zit
Een hele goede oefening die je ook onder de gewichtshulpen zou kunnen scharen, is de onafhankelijke zit zelf. Lisanne: “Wat je heel vaak ziet gebeuren, is dat een ruiter zelf nog scheef is. Een ruiter heeft namelijk zelf ook vaak een makkelijke en een moeilijke kant. Wanneer je scheef zit, geef je eigenlijk onbedoeld een gewichtshulp, die het paard uit balans brengt en dus contraproductief werkt.
 
Een voorbeeld
Een voorbeeld: als het paard een wending maakt naar rechts, de kant waar jij als ruiter wat meer moeite mee hebt, dan kan het gebeuren dat je als ruiter naar links zakt en inknikt in je rechterheup. Op dat moment geef je eigenlijk onbedoeld een gewichtshulp naar buiten, naar links. Een paard wijkt vervolgens uit naar buiten, omdat hij voelt dat hij die disbalans moet opheffen, terwijl dat jouw bedoeling niet is. In dit geval is het zaak om te werken aan je eigen houding en balans.”

Zitoefeningen
Je kunt de onafhankelijke zit heel goed oefenen zonder dat je op je paard zit. In dat geval ben je namelijk ook niet onderhevig aan de bewegingen van het paard zelf. Vervolgens zou je op een stilstaand paard kunnen werken. Heb je je houding onder controle? Dan is de longe een goede optie om zitoefeningen te doen. Lisanne: “Kies hierbij wel voor een paard dat enigszins recht is. De echte moeilijkheden kom je tegen wanneer je als ‘scheve’ ruiter op een scheef paard gaat oefenen. Dan versterk je namelijk elkaars scheefheid. En dat kan niet de bedoeling zijn!”
Ook in dit geval geldt: een uitgebalanceerd en atletisch paard kan een ruiter helpen bij het vinden van evenwicht en souplesse en een kundige ruiter kan een scheef paard ontspannen en rechtrichten.
 
TIP
Ga zijwaarts voor de spiegel staan (nog niet kijken!) en neem de houding aan die je op het paard hebt (onafhankelijke zit). Kijk vervolgens in de spiegel om te zien of dit beeld overeenkomt met het idee dat je had over je eigen houding/zit. Hetgeen dat je voelt komt in de praktijk heel vaak niet overeen met hoe iets eruit ziet!
 
TIP
Als je kijkt naar je balans op het paard, is het een goede optie om je te laten fotograferen of filmen – het liefst van achter – wanneer je rechtuit en wanneer je door wendingen rijdt. Dan kun je namelijk zien of jij zelf misschien scheef gaat zitten, of dat je paard zichzelf scheef zet.
 
Begrippenlijst
Aanrijden: wanneer het paard vanuit stilstand in stap, draf of galop in beweging komt.
Zitknobbels: de botjes die je voelt als je bij het zitten je handen onder je billen legt.
Gewichtshulpen: wanneer een verplaatsing van het lichaamsgewicht van de ruiter een reactie oproept bij het paard.
‘In het paard’ zitten: de ruiter past zich – door het meebewegen van zijn bekken – aan de bewegingen van zijn paard aan. Alles wat hierdoor niet gecompenseerd wordt, wordt opgevangen door zijn hakken, die doorveren naar beneden.
Ophouding: het achteroverkantelen van het bekken om het paard te attenderen of te verzamelen.
Onafhankelijke zit: goed gebalanceerde zit waardoor je paard niet uit zijn evenwicht raakt.
Evenwicht zoeken: de pogingen van het paard om – ondanks het gewicht van de ruiter op zijn rug – zijn evenwicht te behouden.
Niet belettend been: wanneer het onderbeen van de ruiter tegen het paardenlichaam aanligt, maar geen druk uitoefent.