Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

Voorkom blessures op de harde weg

Rijden op de harde weg heeft zijn voor- en nadelen. De pezen van de paard worden – mits gezond – sterker door de trillingen en je kunt bijvoorbeeld horen aan het hoefgetrappel of je paard gelijkmatig en tactvol loopt, maar op de harde weg liggen blessures op de loer. Hoe kun je deze blessures voorkomen? We vroegen het menspecialist Riny Rutjens.

Tekst: Lieke van Zuilekom / Foto's: Rijo Stables


Veilig en verantwoord rijden op de harde weg heeft twee belangrijke onderdelen”, begint Riny Rutjens. "Allereerst moet je paard vertrouwd zijn met het verkeer. Daarnaast moet het fundament goed zijn anders krijg je problemen. Zijn pezen moeten in goede conditie zijn.”Veilig in het verkeer"Het wordt steeds belangrijker om je paard vertrouwd te maken met het verkeer”, gaat Rutjens verder. "We krijgen steeds meer een opjagend verkeer. Alles gaat sneller, de laatste jaren. Bovendien hebben we steeds meer bloed gefokt. Paarden staan steeds hoger in het bloed. Maar hun eigenaren zijn niet altijd met paarden opgegroeid. Zij moeten het vak, de omgang met de dieren nog leren. Dat kan soms voor problemen zorgen. Paarden die hoog in het bloed staan, zijn vaak mooier. Maar zij hebben ook een wat rilleriger karakter. Ze reageren hierdoor bijvoorbeeld heftiger op onverwachte gebeurtenissen om hen heen.”Rutjens laat paarden die bij hem op stal komen, eerst in een tweespan lopen. "Het ‘groene’ paard wordt naast een stabiel, ervaren leerpaard gezet waaraan hij zich kan optrekken. Het is heel belangrijk dat je leerpaard het verkeer goed kent, dat hij veel ervaring heeft met het lopen op de harde weg en dat hij vertrouwen uitstraalt. Want mocht je leer-paard namelijk bang zijn voor bijvoorbeeld vrachtauto’s, dan nemen alle paarden die je bij hem in het span zet, die angst over. Een ongewenste situatie. Je leerpaard moet dan ook honderd procent bombroof zijn.

Langs de autobaan
Op de harde weg rijden, heeft volgens Rutjens een dubbele functie. "Allereerst wordt het karakter van je paard beter, mits hij een goede begeleiding krijgt. Het ene paard heeft enkele weken nodig om te wennen aan het verkeer, bij het andere paard duurt dit wat langer. Dat ligt ook aan de situatie, hoe druk het is in zijn omgeving, aan het paard en aan de koetsier. Is je paard voldoende vertrouwd? Dan kun je hem in de enkelspan zetten. Wat wij vaak doen in onze training, is rijden op enkele meters afstand van een autobaan. De paarden horen dan wel het geluid van de auto’s, maar lopen er toch ver genoeg vanaf zodat ze niet steeds schrikken. Het is raadzaam om met je span steeds dichter naar de auto’s toe te rijden, totdat je op een gegeven moment tussen het verkeer rijdt. Gewoon, tussen de vrachtauto’s. Maar doe dit niet te snel!” Hoe breder de baan, des te makkelijker het is om met je span tussen het verkeer te rijden. "Let op dat je, als je wordt ingehaald of als je groot verkeer tegenkomt, zelf je rust bewaart. Ga niet aan de leidsels trekken, maar straal zekerheid uit. Zeg niet met een onvaste stem tegen je paard dat hij braaf is, want je paard heeft direct door dat je zenuwachtig bent. Het is belangrijk dat de koetsier vertrouwen heeft en dit ook uitstraalt, anders ben je nergens in het verkeer.”

Gymnasticeren

Heeft je paard wat vertrouwen en ervaring opgebouwd op de harde weg, dan kun je je activiteiten wat gaan uitbreiden. "Maak eens wat kleine slangenvoltes op de weg met stelling en buiging, als het verkeer dat toelaat. Je hoeft niet altijd rechtuit te rijden. Je kunt je paard ook wat andere gymnastische oefeningen laten doen en wat tempowisselingen rijden (verzamelde en uitgestrekte draf). Dat houdt jullie wegrit leuk en afwisselend. Je paard moet opgewekt voor de koets lopen. Door zijn training leuk te maken, zorg je ervoor dat hij blij is en lekker in zijn vel zit.”Trainen van de pezen"Wanneer paarden die problemen hebben met de weke delen in de benen op de harde weg moeten lopen, vallen zij hoe dan ook door de mand”, zegt Rutjens stellig. "De harde weg is alleen geschikt voor paarden met goede, gezonde benen en harde pezen. Want door het lopen op de harde weg worden de pezen van een goed paard alleen maar sterker. Dat komt vooral door de trillingen. Lopen op de harde weg is dan ook de beste training voor alle paarden. Of je nu aangespannen rijdt of kiest voor dressuur, springen of wat dan ook, mijns inziens zouden alle paarden regelmatig op de harde weg moeten lopen. Door de trillingen krijgen de benen een betere doorbloeding, waardoor het totale pakket van het paard ook beter wordt.”
Volgens Rutjens kun je de kwaliteit van de pezen van je paard verbeteren door in een laag tempo op de straat te stappen. "Doe dit bij voorkeur ook in een tweespan. Vooral als je paard herstellende is van een peesblessure. Op deze manier hoeft je paard nauwelijks te trekken, waardoor hij zo min mogelijk wordt belast. Je kunt je dan volledig focussen op het trainen van de pezen. Begin in stap en bouw het tempo rustig op naar een licht drafje. Houd je paard – ook wanneer hij een blessure heeft – altijd in beweging. Houd hem bezig, rust roest. In het begin zul je zien dat je paard wat moeite heeft om in beweging te komen, maar met de duur van enkele weken zal hij steeds beter gaan lopen. Is dat niet het geval? Dan heeft je paard wellicht nog een ander lichamelijk probleem, buiten zijn peesblessure. In dat geval is het verstandig de dierenarts te laten komen.”

Gezonde hoeven
Heel belangrijk voor het rijden op de harde weg is een goede hoefsmid. "Zeker voor aangespannen paarden – maar ik denk wel alle paarden – is het belangrijk dat zij een goede opzet hebben. Het voorste gedeelte van de hoef, de toon, moet een beetje opzet hebben. Dat wil zeggen dat de voorkant iets naar boven gebogen moet zijn, net zoals bij een schoen van de mens, waardoor het paard zijn voet beter kan afrollen. Als paardeneigenaar moet je in de gaten houden of de stand van de paardenhoeven correct is. Attendeer je hoefsmid hier ook op.”

Bandages/peeskappen
"In tegenstelling tot veel paardensporters gebruik ik bijna nooit peeskappen of bandages”, vertelt Rutjens. "Ik ben namelijk van mening dat een goed paard op zijn eigen benen moet kunnen lopen, zonder al die toestanden aan zijn benen. Alleen als je nieuwe dingen wilt uitproberen, kan ik me voorstellen dat je voor de zekerheid peeskappen gebruikt. Dat doe ik zelf ook. Als de paarden nog moeten leren lopen in het span of als ze een nieuwe oefening moeten leren waarbij ze het risico lopen uit balans te raken, dan bieden peeskappen uitkomst. Voor de rest ben ik er geen voorstander van om de benen in te pakken, maar iedereen maakt die keuze voor zich.”

Tot slot staat Rutjens stil bij het belang van een goede warming-up. "Een standaard voor een goede warming-up bestaat niet”, vertelt hij. "Dat verschilt van paard tot paard. Met sommige paarden moet je langzaam vertrekken, in stap. Andere paarden geven de voorkeur aan een verzameld drafje. Zij hebben de inspanning nodig om zich later te kunnen ontspannen. Maar er zijn ook paarden die je beter eerst kunt longeren aan de dubbele lijn of in de molen kunt zetten, waar ze hun stalmoed kwijt kunnen. Neem hier de tijd voor. Het laatste wat je wilt is dat je paard zijn stalmoed kwijt moet in het tuig. Ook hier is van belang: kijk goed naar je paard, probeer zijn karakter te herkennen.”