Fresh Bloemen & Planten Tuinontwerp Beet Duiken Rovers Karper Mama Wetenschap in beeld Historia GoodFood Hart voor dieren

De succesformule

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: oefenen met een doel traint zoveel fijner! Dat realiseerde ik mij laatst ineens. Ik rij al een tijdje gewoon mijn rondje. Instappen, aandraven, oppakken, figuurtjes, galopje, stukje wijken als ik creatief ben en dan afbouwen. Prima, maar niet echt uitdagend.

Dit had ik me niet zozeer gerealiseerd tot ik me inschreef voor een onderling wedstrijdje. Want ineens moest ik een proef neer gaan zetten! Toen pas merkte ik hoe veel werk er nog te verrichten was. Figuren direct na elkaar rijden, keurig stilstaan, hoeken doorrijden… Niet per se zaken waar ik me in de huis-, tuin en keukentraining op focus. Maar wél oefeningen die tijdens een proef perfect moeten zijn. 

Gevolg: je gaat gerichter trainen, zet meer door, hebt meer motivatie. En dan pas kan je beter worden. Succes gegarandeerd! Moraal van dit verhaal: probeer een doel te formuleren. Dit kan van alles zijn, van ‘ik wil voor het eind van de zomer dat mijn paard een jambette kan’, tot ‘ik wil die B proef perfect neerzetten’. Elk doel is beter dan geen doel!

Foto: Marthe Mouthaan

 

 


Wat is het verschil tussen een motor en een paard?

Het is grappig om te bedenken hoe anders paarden tegen de wereld aankijken dan wij, als mensen. Daar sta je niet vaak bij stil. Een paard is een paard, geen mens, ja natuurlijk. Dat krijg je zo vaak te horen. Maar toch dichten wij paarden als nog snel menselijke eigenschappen toe, en gaan ervan uit dat zij de wereld hetzelfde ervaren als wij.

Concreet voorbeeld: laatst had ik les met mijn bijrijdpaard, en we besloten om balkjes te gaan lopen. Dus de balken werden in de bak gelegd, op de hoefslag aangezien ik de enige ruiter in de bak was. “Nou, draaf er maar overheen”, zei mijn instructrice, en ik reed er vol vertrouwen op af, want het paard heeft veel vaker balkjes gelopen dus wist precies wat de bedoeling was. Toch?

Het paard dacht er anders over. Vlak voor de balkjes ging ze vol in de ankers. Ik fronste mijn wenkbrauwen naar mijn instructrice. Ook zij haalde haar schouders op: gek, waarom vindt ze dit nou ineens eng? In stap dan. Na een beetje twijfel stapte ze er normaal overheen, ook vanaf de andere kant. Nog een keer draf proberen.

Nu draafde ze, na wat aanmoedigen, er braaf overheen. Zo ook de tweede keer. “Verander maar van hand, dan nemen we hem vanaf de andere kant.” In een rechte lijn draafde ik van de M naar de K, waarna ik op de balkjes afreed. En uit het niets, vlak voor de balken, maakte ze een gigantische (althans, zo vertel ik het maar, dat klinkt stoerder) sprong zijwaarts waardoor ik door de lucht vloog en in het zand belandde.

Waarom? Het paard had ruime ervaring met balkjes lopen, er waren geen vreemde zaken aan de hand zoals graafmachines of een langsrijdende ambulance, en toch deed ze alsof de balkjes paard-etende krokodillen waren. “Het enige wat ik kan bedenken”, opperde de instructrice, “is dat de balkjes op de hoefslag liggen. Dat doen we normaal nooit, omdat er vaak anderen in de bak rijden die er dan last van hebben.”

Paarden kun je gewoon niet voorspellen. Hoe ze denken, wat ze zien, of wat ze horen, je weet het niet. Daarom is het belangrijk om altijd bedacht te zijn op zulke gebeurtenissen. Het is overigens goed gekomen met ons hoor, nadat we het rustig in stap een paar keer opnieuw hadden gedaan, reden we er nogmaals beide kanten in draf op af en uiteindelijk draafde ze braaf haar balkjes.

Dat is het verschil tussen een motor en een paard: een paard heeft een eigen persoonlijkheid, een eigen beleefwereld. Maar dat maakt ze ook zo leuk, toch?

 


Het ‘er hoeft geen strik omheen hoor’-gevoel

Ineens zag ik hem staan. Precies wat ik in gedachten had. Lange, gekrulde manen, kleine appeltjes op zijn bruine vacht. Klein, robuust gebouwd, maar een uitzonderlijke beweger. Ik viel voor zijn kleine hoofdje. Ik wist meteen: dit is mijn paard. Die neem ik mee naar huis.

Even terug naar het begin. Weten jullie mijn blog ‘Oh-oh, het begint te kriebelen’ nog? Daarin beschreef ik dat het langzaam maar zeker begint kriebelen om een eigen paard aan te schaffen. Wat ik toen nog niet wist, was dat ik een half jaar later ook daadwerkelijk op zoek zou gaan naar mijn eerste eigen paard. Wat overigens een grotere uitdaging is dan het lijkt.

Want mijn droompaard zoals hierboven beschreven, nou, die heb ik nog niet gevonden. We hebben al flink wat paarden gezien, maar bij geen enkel paard voelde ik die veel omschreven ‘klik’, dat je er gewoon niet meer af wil, het ‘er hoeft geen strik omheen hoor, we nemen hem zo wel mee’-gevoel. Daarnaast moet het paard natuurlijk ook gezond zijn. Niets vervelender dan na een half jaar een peesblessure moeten constateren.

Misschien ben ik wel te kritisch. Maar áls ik een paard koop, dan wil ik er ook zeker van zijn dat ik de komende twintig jaar plezier met hem kan beleven. En niet na een jaar moet constateren dat hij toch niet bij mij past.

Dus blijf ik lekker op zoek. En als ik hem morgen niet vind, dan vind ik hem over een jaar wel. Het heeft geen haast. Mijn paard komt wel op mijn pad.

 


 

The End

Acht jaar. Dat roept de ruiter van Luck telkens als we het over ‘onze’ pony’s hebben… “We verzorgen ze al acht jaar”, zegt ze dan trots tegen iedereen die het wil horen.

Acht jaar lang hebben we zoveel leerzame momenten beleeft met de nukkige New Forestpony Lucky en de vrolijke Shetlander Pukkie. Zoals die keer in het bos, toen mijn moeder meefietste op een moutainbike. Uit het niets besloot Luck dat het tijd werd om zijn benen te strekken, en van een rustige stap vloog hij plotseling weg in galop, mijn moeder met open mond achterlatend. En mij, met grote ogen van schrik, met zich meeslepend.

Wat een draak kan het ook zijn. Wat dacht je van die keer dat ik hem meenam op kamp samen met een vriendin en haar verzorgpony. Halverwege het kamp kregen we een cursus stress-loos trailerladen en kwam de vraag: “Wie heeft er een pony die lastig de trailer opgaat?” Ik stak meteen mijn hand op. Check!

Dat heeft de instructrice geweten. Ze ging met Luck aan de slag en probeerde te demonstreren dat zelfs de lastigste pony’s met een bepaalde techniek zo zelf de trailer in wandelen. Nou, Luck demonstreerde uitmuntend dat die theorie niet bij elke pony opgaat. Hij hield als een nukkige bok zijn voorbenen stijf in het zand. No way dat hij die oefentrailer in ging. Volgens mij heeft Luck die instructrice goed bijgebracht dat vragen om een ‘moeilijk geval’ niet altijd zo handig is. :)

Afijn, die acht jaar zijn bijna afgelopen. Binnenkort gaat Luck verhuizen naar een nieuwe plek waar hij heerlijk in de kudde zijn laatste jaren kan slijten. Maar gek blijft het wel om dit hoofdstuk af te sluiten. Dag Luck, dank voor alle lessen die je mij hebt bijgebracht.

  


Winter wonderland

Vorige week was ik op vakantie in hartje Oostenrijk. Een paar dagen voordat we vertrokken had ik een nieuwe lens aangeschaft die al heel lang op mijn lijstje stond. Dus natuurlijk ging deze nieuwe onafscheidelijke vriend mee op vakantie.

Idyllische bergen, besneeuwde bomen, adem die in wolkjes zichtbaar is… Hoe fotogeniek is een winters Oostenrijk? Mijn handen jeukten daarom om aan de slag te gaan. Ik had het geluk dat vlakbij ons vakantieadres een weiland was met drie Haflingers. De ideale slachtoffers!

Daarnaast had ik een afspraak gemaakt bij een Friezenfokkerij, waar ik langs mocht komen om foto’s te maken van hun zwarte parels. Na een hele zoektocht, inclusief smalle besneeuwde weggentjes, kwamen we aan op de stal.
Daar werden we warm begroet door de eigenaresse en haar man, en ze begonnen al gelijk met: “Waarmee wil je beginnen? De hengst, veulens, merries?”

Een heleboel foto’s rijker reden we terug naar ons vakantieadres, waar ik meteen achter mijn computer dook om alvast wat foto’s te bewerken.

Heerlijk! De ideale vakantie

 

 


Echte paardenmensendingetjes

 Ik schat zo in dat ieder paardenmens zich hier wel in herkent: de contactenlijst van je telefoon staat vol namen als “Vivianne van Sunshine”, “Justine trekpaardhengst” of “Olivier tuiger”. Vaak weet je de eigenlijke achternamen van deze personen niet eens. Maar dat is ook helemaal niet nodig, anders zou je ze niet eens herkennen.

En zo zijn er wel meer voorbeelden van hardnekkige paardenmensentrekjes. Wat dacht je van het moment dat je je rijbroek uittrekt om een lekkere douche te nemen, en de afdrukken van je rijbroek op je scheenbeen ziet staan. Áltijd.
Om even in de douche-sferen te blijven: die strootjes, die je op de meest gekke plekken tegenkomt. Of er ’s avonds achter komen dat je de hele dag al met een strootje in je haar hebt rondgelopen. 

Is de melding “Opslaggeheugen vol” herkenbaar? Waarschijnlijk door alle paardenfoto’s die je op je mobiel hebt opgeslagen. Een foto waarop je paard zo schattig kijkt, die grappige dat ze net op haar kont zit na het rollen, of juist die fijne rijfoto waar je zo trots op bent. Tijd om het geheugen van je telefoon uit te breiden. 

En ten slotte: als je je mobieltje vergeten bent te pakken en met je jodhpurs nog even snel naar binnen rent om het ding te pakken. Om op de terugweg te ontdekken dat je een heel spoor langwerpige modderstrookjes hebt achtergelaten… Dat wordt vegen.

 Zo zijn er nog tientallen voorbeelden te noemen… weet jij er nog eentje? Laat het ons weten!

 

 


 

Je weet wel, die enge vis uit Nemo

Elke keer is het weer een vervelend moment als ik de deuren van het kantoor waar ik stage loop open duw en met moeite de laatste stralen van de zon nog kan spotten. Het wordt serieus om vijf uur al donker. Niet mijn seizoen, denk ik dan, terwijl ik mijn handschoenen uit mijn jaszak pak.

En dan ga ik  vaak nog naar Luck. En aangezien daar geen licht is, is dat niet altijd een succes. Daarom gingen Luck,’s ruitertje en ik  vandaag als de drie musketiers de weg op, waar het tenminste wel verlicht is.

Drie jaar geleden reden Luck en ik elke donderdag ’s avonds over straat, omdat we toen meededen aan een carrousel op een manege ongeveer een halfuurtje stappen van zijn wei. In deze periode hadden we reflecterende bandages, een deken en lichtjes aangeschaft zodat Luck als wandelende kerstbal in ieder geval niet over het hoofd kon worden gezien.

Al deze spullen liggen na drie jaar nog steeds keurig opgevouwen tussen Luck’s spullen. Tijd om ze weer uit het stof te trekken! Binnen een paar minuten hebben we Luck weer in zijn kerstbalkloffie gehesen.

“Wacht,” grinnik ik tegen Luck’s ruitertje. “We vergeten zijn voorlichtje.” Ik haal een klein rood lichtje tevoorschijn en bind die vast aan zijn frontriem. Als ik hem aanklik, wordt Luck’s voorhoofd door een klein rood lichtje verlicht.

“Ha,” lach ik, “nu lijkt ‘ie op die ene enge vis uit Nemo, die in het donker met dat lichtje.”
Het ruitertje van Luck bast in lachen uit en we stappen het erf af, de weg op. 

Al dat extra werk met reflectoren en lichtjes is echt nodig blijkt, want zonder zijn outfit is alleen Luck’s bles nog te zien. Automobilisten zien zo’n donker paard echt niet meer na vijven.

Luck vindt het allemaal best. Met oortjes naar voren stapt hij braaf zijn rondje.
Niemand die ons visje nog over het hoofd kan zien.

 

 


 

Niet geschoten altijd mis

De dag nadat ik de proef had gereden, krijg ik de lijst doorgestuurd waar het resultaat van alle deelnemers op staat. Ik open de lijst en scrol naar beneden. Nog een stuk. Eindelijk, daar zie ik mijn naam en die van Danique. Een na laatste! Hoe kan dat? Hoe is het mogelijk dat er iemand nog lager geëindigd is dan ik?

Laten we bij het begin beginnen. Een week voor het moment dat ik de resultatenlijst open, stuur ik de eigenaresse van Danique een whatsappje. waarin ik begin met: “Het is een beetje een vreemd idee haha, ik weet niet of het dom of juist leuk is”, wat het volgende inhoudt: samen met Danique een B-proefje rijden op de manege in de buurt, ongeveer een kwartiertje met de trailer.

Ik kom op dit idee omdat het de laatste tijd erg goed gaat met Danique, vooral qua rijden. Waar we een jaar geleden als een ongeleid projectiel door de bak vlogen in galop, rijden we nu keurig over de hoefslag in een handgalopje. Zo fijn om niet meer bang te zijn om bovenop de andere ruiters te knallen in galop!

Niet geschoten altijd mis, is de insteek van de eigenaresse. Laten we het gewoon proberen! We moeten haar toch ooit in het diepe gooien. Dus de bewuste zondagochtend fiets ik al vroeg naar stal in mijn oogverblindende witte rijbroek, en haal Danique uit het land, waarna mijn broek iets minder oogverblindend is. Hup, knotten erin, borstel erover en de trailer in.

Voor ik het weet zit ik op Daniques rug en rijden we in de losrijbak. Danique kijkt haar ogen uit, allemaal vreemde paarden en een heel andere omgeving. Maar boven alle verwachtingen rijdt Danique relaxed rond. Ik lach van oor tot oor, mijn dag kan al niet meer stuk.

Als ik omgeroepen word, rij ik de bak in waar het moet gebeuren vandaag. Helaas is de overgang van een drukke losrijbak naar donkere binnenbak met publiek te groot, waardoor Danique toch spanning opbouwt. De proef gaat daarom niet denderend, maar dat mag de pret niet drukken. Onze giraf heeft toch mooi de bak rond gelopen en is niet in paniek geraakt door de drukte van zo’n wedstrijd.

“Lekker dooroefenen”, was het advies van de jury toen ik na afloop mijn protocol bekeek. En dat is precies wat we gaan doen. Lekker dooroefenen en wie weet, in de toekomst, een keer een topproef neerzetten. We zullen zien!

  


Oh-oh, het begint te kriebelen

Paarden bijrijden voor anderen, dat doe ik al een hele tijd. Toen ik op de manege reed was het altijd heel stoer als je een verzorgpony of, nog toffer, een eigen paard had. Daarom was ik superblij toen ik een jaar of zes geleden hoorde dat ik Lucky mocht verzorgen.

Als brugpieper verkondigde ik dus altijd trots dat ik een verzorgpony had, wat ik zo stoer vond klinken. Ik had een paard waar ik zelf op mocht rijden, en nee, het was geen manegepaard. Spelenderwijs, met een eivormige cap en vierdehands rijbroek, leerde ik van Luck de basis van de omgang met paarden.

Daarna ging ik Luck langzaamaan ‘bijrijdpaard’ noemen, dat klonk toch wat minder Pennyachtig dan verzorgpony. Hoe meer de jaren vorderden, hoe groter het aantal paarden werd dat ik bij ging rijden. In mijn examenjaar kwam Danique erbij, en een tijd later werd ook mijn maandag opgevuld met Donna. Aan praktisch elke dag van de week hangt momenteel een paard.

Maar nu, na zolang paarden voor anderen gereden te hebben, begint het toch wel te kriebelen. Zo’n irritante kriebel waar je net niet bij komt. Die ervoor zorgt dat je net iets vaker dan normaal Marktplaats doorsnuffelt en een knap koppie op een advertentie op Bokt aanklikt.

Ik vrees dat ik er niet onderuit kom: een eigen paard begint steeds aanlokkelijker te klinken. Zelf beslissingen kunnen nemen, niet de hele tijd de beugels van maat hoeven te verwisselen, als je zin hebt om te rijden gewoon kunnen rijden…

Maar voor ik me eraan waag, moet ik eerst mijn zaakjes op orde hebben, zoals de financiën en het plekje waar hij (eis 1: een ruin) komt te staan. Dan mag ik er pas serieus over na gaan denken. Maar tot die tijd blijf ik luchtkastelen bouwen. Heerlijk.

(Op de foto zie je Luck en mij rond 2010)

 


 

Zeldzaam kijkje in Lucks trukendoos

Ieder paard heeft er wel eens last van: een ruiter die ineens op stal komt met allerlei wilde nieuwe ideeën. Vandaag gaan we een keer het appuyement proberen. Oefenen met grondwerk. Of, nog erger, vanaf nu gaat het nieuwe dieet van start. En dan heb je nog de situatie waar ik me nu in bevind: uit het niets wil mijn ruiter ineens beginnen aan vrijheidsdressuur.

Nou… nee. Echt niet dus. Ik heb door de jaren heen flink wat trucjes verzameld in mijn trukendoos. En omdat ik de kwaadste niet ben, zal ik ze met jullie delen. Nou ja, niet allemaal natuurlijk, maar een paar in ieder geval. Laten we de vrijheidsdressuur als casus nemen.

Truc 1 werkt altijd. Gewoon je oren naar achter doen en happen. Deze is zeker succesvol als je ruiter snoep gebruikt. Een combinatie met kopstoten zijn ook altijd aan te raden. Waarom werken voor je snoep als je kan proberen het gewoon uit de handen van je ruiter te grissen?

Truc 2 is voor de wat lievere soortgenoten (ook wel bekend als watjes), die zich niet prettig voelen bij truc 1. Het klinkt een beetje suf en saai, maar effectief is ‘ie zeker: stokstijf stilstaan en niets meer doen. Staken, zoals het ook wel genoemd wordt. De ruiter kan sjorren en trekken wat ‘ie wil, maar het is belangrijk om dan ook geen sjoege te geven. Dan is de lol er zo af voor de ruiter. Hoppa.

Tenslotte zal ik jullie nog inzage geven in mijn Truc 3. Ja, met een hoofdletter inderdaad. Want deze is heel belangrijk, veel soortgenoten vallen hier door de mand. Let op: je moet bij je standpunt blijven, ook al blijkt de oefening misschien toch eigenlijk wel een klein beetje leuk. Als je zwicht, heb je verloren. Dan is je kans verkeken en kan het alleen maar erger worden.

Dus nee, niet die oortjes toch een beetje naar voren zetten als je eindelijk doorhebt dat een stok in je oksel je been optillen betekent. Ook als je doorkrijgt dat achterwaarts gaan op een zwiep met het touw je zo een snoepje oplevert, zonder dat je een kopstoot moet geven.

Nee. Dus. Hm. Dat klinkt misschien eigenlijk best simpel. Misschien, heel misschien is het toch wel lollig, die vrijheidsdressuur. Ik ben er nog niet uit.

 

 


 

 



Onvoorspelbaar stuk eigenwijs

Ik ken Lucky nu al ruim zes jaar. In al die jaren ga je bepaalde gezichten herkennen, ga je begrijpen wat hij bedoelt. Wat hij je probeert te vertellen. En je gaat langzamerhand moves voorzien, hij wordt wat voorspelbaarder omdat je hem al zo goed kent. Kortom, je hebt hem langzaamaan door.

Ha. Mocht ik willen. Veel vaker rol ik met mijn ogen en vervloek ik Luck’s grillen. Want doorhebben, dat zal ik hem nooit. Ik ben al zes jaar lang bezig om hem te begrijpen, maar helaas verrast hij mij keer op keer weer.

Zoals die middag dat ik een van de eerste keren met hem naar het bos ging. Mijn moeder ging mee op de mountainbike en hij gedroeg zich voorbeeldig. “Kunnen we wel vaker doen”, knikte ik nog blij naar mijn moeder, waarna hij uit het niets van een rustige stap in galop oversprong en wegspurtte.
Zo galoppeerde hij een stuk door het bos, zich niets aantrekkend van het meisje op zijn rug dat wanhopig probeerde hem weer terug te krijgen in een gecontroleerd tempo. Toen hij het genoeg vond, kwam hij weer terug in stap en liep hij verder alsof er niets gebeurd was. Nou, de schrik zat er goed in daarna.

Zo zijn er wel meer voorbeelden, gelukkig ook de andere kant op: dat hij me positief verraste. Zoals die keer bij de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. Toen zette hij geen stap verkeerd, ook al werd hij overal naartoe gesleept en werd er intimiderend grote apparatuur gebruikt. Of toen ik een klein meisje op zijn rug zette. Ik was heel voorzichtig omdat ik hem niet helemaal vertrouwde met kinderen, maar hij was hartstikke braaf en liep rustig zijn rondje.
Honderd procent begrijpen, en belangrijker, vertrouwen kan ik hem niet. Hij blijft een onvoorspelbaar stuk eigenwijs. Maar ik denk niet dat ik hem anders zou willen. Juist omdat ik hem al zes jaar ken en ik hem nog steeds niet begrijp, zal het nooit saai worden om met hem te werken. Toch nog een voordeel.

  


  

 

Multitasken
 
Ik kijk naar de klok, nog een halfuur voor ik haar echt moet gaan opzadelen. Ben ik te laat begonnen? Mijn handen beginnen een tikje te verkrampen van het maken van de dunne vlechtjes. Oprollen. Hoeveel elastiekjes bij één knot? Ik merk dat met drie elastiekjes het dotje haar er het netste uitziet. Een blik op de klok. Nog tien minuten.
 
Wedstrijden rijden: verder dan de F5 op het braafste paard van de manege ben ik niet gekomen. Toch begint het weer te kriebelen nu ik Donna bij mag rijden, een ‘echt’ dressuurpaard met alles erop en eraan. Waar ik samen met Danique en Luck de dressuur langzaam onder de knie kreeg, zijn de rollen bij Donna omgedraaid: zij leert mij de kneepjes van het vak.
 
Dus toen ik een paar weken geleden een mail kreeg van de ponyclub dat ze binnenkort weer een wedstrijdje organiseerden, besloot ik de gok te wagen. Dus de witte rijbroek onder uit de kast gevist, mijn rij-jas van zijn hanger en de manen dus in nette knotjes.

In tien minuten lukt het me om een aantal redelijk nette knotten te creëren. De staart laat ik voor wat het is en vlot leg ik het nette witte dekje en het zadel op haar donkere rug. Daarna volg ik en rijden we in een rustig tempo richting de stal waar de wedstrijd gehouden wordt.

Goed van achter naar voren rijden. Rechtop zitten. Been! In mijn hoofd loop ik het lijstje af waar ik op moet letten tijdens het inrijden, maar Donna vindt het kippenhok aan de zijkant van de inrijbak een stuk interessanter dan mij. En de andere zes paarden die om ons heen drentelen. En de mensen die aan de zijkant toe aan het kijken zijn.

Nummer 34 mag de bak in. Ik kijk naar het nummer dat aan mijn chap hangt: ja hoor, 34. Tot mijn verassing word ik niet geplaagd door zenuwen en kan ik vrij rustig de bak in rijden. Maar dan moet het echt gebeuren.

Een paar minuten later rij ik de bak weer uit. Ik geef Donna lange teugel en adem even flink uit. Goed. Dat ging vrij slecht. Ik had Donna niet genoeg rond laten koekeloeren in de bak waardoor ze schrok van elk hoekje, en daarbij kwam nog dat ik kan constateren dat ik niet kan multitasken. Óf ik rij de proef netjes, óf ik rij mijn paard netjes. Maar als ik beide dingen tegelijk probeer, eindig ik met een hoop 5'jes.

Leermoment voor de volgende keer. Want die komt er zeker!

 

 


 

Nee, ik wil niet spelen

Ik ben echt gek op honden, maar soms kan ik ze wel schieten. Vooral als ik met een paard bezig ben. Soms is het een goede match, zoals mijn verzorgpaardje Lucky met onze Bordercollie Tuk. Luck vind het heerlijk om met Tuk te dollen. Maar er zijn ook honden die niet goed weten hoe ze met paarden om moeten gaan.

Luck kijkt met gespitste oortjes naar de enorme ruimte voor zich. We stappen over een paadje tussen twee grasakkers door en onze paardenvriendin loopt vrolijk kletsend achter ons aan. Ze heeft een spiegelreflex in haar hand, omdat we op weg zijn naar de prachtige bloesembomen die vlakbij Lucks wei bloeien. We hebben er een traditie van gemaakt om elk jaar daar foto’s te maken.

Vanuit mijn ooghoek zie ik ver weg een grote zwarte hond over de akkers dansen. Op het moment dat ik bedenk dat die hond er wel heel jong en enthousiast uitziet, stelt Paardenvriendin me een vraag waardoor ik de hond weer vergeet.

Terwijl we verder lopen, zie ik ineens de zwarte hond in een rotvaart naar ons toerennen. Ik draai Luck in de richting van de hond zodat hij hem aan kan zien komen, maar de hond heeft ons al bereikt. Luck schrikt zich de tandjes en begint nerveus weg te springen, waardoor ik mijn beugels verlies. Hij schiet de akker op, terwijl de hond achter hem aan rent en zijn achterwerk speels omhoog houdt.

Ik zie de uitgestrekte akkers en realiseer me dat als Luck nu gaat rennen, wat niet ondenkbaar is, ik er niet lang op blijf zitten zonder beugels. Ik gebruik m’n stem om Luck te kalmeren, maar omdat de hond om hem heen blijft rennen raakt hij steeds meer opgefokt.

Ineens staat Luck een moment stil. Meteen zwaai ik mijn been over het zadel en spring ik op de grond, waarna ik de teugels stevig vastgrijp en de hond op afstand houd. Tegelijkertijd komt de eigenaar van de hond aanrennen en grijpt hij zijn hond bij zijn halsband.

“Sorry hoor,” verontschuldigd hij zich. “Hij is nog jong. Gaat het wel?” “Ja, het gaat. Flink geschrokken, maar gelukkig is alles goed gegaan,” antwoord ik.
Ik merk dat mijn benen trillen dus ik haal een paar keer flink adem en probeer de spanning er letterlijk uit te gooien door met mijn armen te zwaaien. Ik laat Luck even grazen tot het moment dat ik rustig ben en mijn hartslag weer onder controle heb. Dan spring ik weer op zijn rug en vervolgen we onze weg.

Het is maar goed dat de foto’s leuk zijn geworden.

 

 


Zwarte hengst

Hét moment van bijna alle ruiters: armen wijd, wind door je haren en het geluid van roffelende hoeven op het natte zand. Dat is het beeld dat je hebt van een strandrit na het zien van al die paardenfilms. Het liefst op een zwarte hengst. Toch? Nou, eigenlijk ligt de realiteit vaak anders…

Opgetogen stappen we zondagochtend vroeg de auto uit, met onze caps onder onze armen. Altijd spannend, zo’n rit op ‘vreemde’ paarden. Samen met de gids lopen we langs de rij stallen. We stoppen bij een bruine vriendelijk ogende merrie. “Jij mag op deze”, zegt de gids tegen mij. Hij noemt haar naam, maar die is te ingewikkeld om te onthouden. Mijn tante wordt ook op een bruine ingedeeld, Kim (meer mijn niveau van namen onthouden).

Al snel zijn we op pad en zien we de zee langzaam voor ons opdoemen. Toch merk ik dat het strand drukker is dan verwacht. Overal keffen honden of zitten kleuters op het natte zand met open monden naar onze paarden te kijken. Na een stuk stappen draven we aan. Ingewikkelde Naam kijkt wantrouwig naar het getij en ontwijkt de golven behendig.

Mijn wangen worden rood door de koude wind en ik voel mijn teugels schuren tegen mijn vingers. Ingewikkelde Naam geeft aan harder te willen, maar de gids had duidelijk aangegeven dat ik hem niet voorbij mocht, dus geef ik nog maar een ophouding.

“Zullen we een galopje doen?” De gids steunt met zijn hand op de kont van zijn witte merrie als hij zich omdraait om ons aan te kijken. Iedereen knikt enthousiast, maar op het moment dat we onze paarden aandrijven begint Kim hoog te steigeren door een onverwacht geluid. Al snel staat ze weer met vier benen op de grond, maar mijn ritgenote krijgt haar hartslag niet zo snel omlaag.  Als we een tweede poging doen schieten drie paarden uit de rij: Kim én twee andere.

“Ze jutten elkaar op”, bromt de gids. Hij heeft een oplossing: “Ga jij maar even op Kim.” Omdat ik de steiger niet had hoeven uitzitten is mijn stressgehalte minder hoog dan die van mijn ritgenote en gaat het dus inderdaad beter. Toch blijven de paarden jolig tijdens de rit.

Als we het erf weer op stappen, hebben we niet de big smile op ons gezicht waar we op hadden gehoopt. Toch toveren we een glimlach rond onze lippen. “We hadden nu niet veel geluk, dus moeten we binnenkort nog een keer!”

Want het strand hoort immers hét moment van een ruiter te zijn.

 

 

 


Heen voor kreupelheidje, terug met spat

Vorige herfst begon het allemaal…  De nachtmerrie van iedere paardenliefhebber: van de een op de andere dag begon Luck kreupel te lopen. De dierenarts kon zijn vinger er niet op leggen, maar dacht aan een peesblessure. Na veel rust en stappen op harde ondergrond werd het niet beter, dus werden we doorverwezen naar de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht.

Naar de arts
Met mijn cameratas om mijn schouder stap ik in de auto en rijden we met Luck in de trailer het erf af, naar Utrecht. Eenmaal in Utrecht worden we opgevangen door twee studentes in witte jassen. Master paard 1e jaars, staat er op hun badges. Ze stellen wat vragen, wat is het verhaal? Ondertussen noteren ze wat we zeggen geduldig op gele kladblokjes. Af en toe stellen ze een vraag. En knikken weer, schrijven het op. “Goed, als jullie even geduld hebben, dan komt de arts er zo aan.”

Op en neer draven
Na een hele poos komt de dokter, ook gehuld in witte jas, aanlopen. Hij geeft ons een ferme handdruk en zet de studentes gelijk aan het werk door vragen te stellen en ze de benen van Luck te laten voelen. “Heen en weer. Stap. Linksom draaien,” zegt hij tegen mij. Braaf lopen Luck en ik op en neer door een enorme zaal met betonnen vloer. “En nu draf.”
Veel op en neer geren volgt. Dan een volte, op harde en zachte ondergrond. De dokter bekijkt het allemaal met een frons. “Ik vind hem niet kreupel,” zegt de arts. “Hij heeft een snelle ademhaling en weinig energie, dus ik wil hem testen op Cushing.” Argumenten dat Luck een jaar stil heeft gestaan en een te dikke vacht heeft om hier binnen op en neer te draven, overtuigen de dokter niet. “Ik vind zijn conditie wel heel slecht.”

Buigproef
De buigproef volgt. Luck’s benen worden opgetild door de studentes en na een paar minuten moet hij zo snel mogelijk wegdraven. “Wel zoals ik het geleerd heb,” zegt de dokter tegen de studentes. “Met holle rug. Benen dichter bij elkaar.” Ik begin het heet te krijgen van het rennen en trek mijn handschoenen uit, rits mijn jas los.
Er komen hamertjes tevoorschijn. De dokter buigt voor Luck neer en begint op zijn hoeven te tikken. Het geluid galmt door de ruimte. “Hoefbevangenheid,” zegt de dokter. Hoefbevangenheid? Dat is nieuw. “Hij is gevoelig. Zie je?” Hij tikt nog een paar keer fors op de voorhoeven. Daarna tikt hij met een ander soort hamertje op de spronggewrichten achter. “Hier ook gevoelig. Spat?” De studenten kijken ook even. “Ik wil graag wat foto’s maken van zijn voorbenen, om te zien of het hoefbeen gekanteld is, en van zijn spronggewricht, om naar spat te kijken.”

Radiologie
Na een tijdje kunnen we terecht bij de radiologie. “Hoe oud ben jij?”, wordt er aan mij gevraagd. “Oké, dan mag jij erbij blijven.” Ik krijg een blauw schort voor van zwaar materiaal. Twee vrouwen pakken een groot apparaat beet en verschuiven dat soepel naar Lucky’s voorbeen. Terwijl de een het apparaat vasthoudt, schuift de ander een soort stok met een plaat aan de andere kant van Luck’s been. Er verschijnen twee rode lijntjes op zijn been. De foto wordt gemaakt. Daarna verdwijnen de vrouwen naar een ruimte ernaast waar ik ze door kleine raampjes naar een scherm zie kijken.
Zo maken ze een paar foto’s. “Wat is hij braaf zeg,” zegt een vrouw met een vlecht in haar haar. “Ja, dat verbaast mij ook,” antwoord ik lachend, “meestal is hij niet zo braaf.” De foto’s zijn klaar, en Luck mag de stand uit.

De uitslag
En dan is het wachten op de uitslag. Na een poos roept de dokter ons bij zich in zijn kantoortje. Op een scherm laat hij ons de foto’s zien. “Geen hoefbevangenheid, althans, wel klinisch, maar het is niet terug te zien op de foto’s”, meldt hij ons. “Verder kan je hier zien,” hij haalt een foto van Luck’s achterbeen erbij, “dat hij spat heeft. Zie je?”. Hij wijst het aan op het scherm. “De spat zal de kreupelheid hebben veroorzaakt,” legt de dokter uit terwijl hij zijn stoel van het scherm af draait en ons aankijkt. “En de gevoeligheid van de zolen zal daar ook wel een rol in hebben gespeeld.”

Dan mogen we weer naar huis. Luck de trailer op en hup, terug naar stal. Terwijl we terug rijden hebben we het er nog even over. “Je gaat er heen om een kreupelheidje in zijn linkervoorbeen, en komt terug met spat.” Dat zal wel vaker voorkomen in Utrecht.

 

 

  


Danique

Een jaar geleden kreeg ik een appje van mijn instructrice: Ik weet misschien een tijdelijk paardje voor je. Pittig ding en moet nog veel leren. Ik was gelijk enthousiast, want met Luck kon ik toentertijd alleen stappen omdat hij een peesprobleem had.

De eerste kennismaking met Danique was… interessant. Ik had geen informatie gekregen, dus ze had van alles kunnen zijn. Groot, klein, bont, zwart, alles. Ze bleek heel anders dan ik had verwacht. In het bestand waar ik een jaar lang al haar vorderingen had opgeschreven, stond: Eerste indruk: piepjong, weinig bespiering, druk, eenkennig, fragiel, hoog op haar benen. Dat piepjonge bleek reuze mee te vallen: ze is zeven jaar, maar door een groeiachterstand lijkt ze veel jonger.

Aan het begin heb ik echt een paar keer gedacht: Danique en ik zitten echt niet op een lijn, dit wordt nooit wat. Over de eerste rit schreef ik dit: Aan het begin maakte ze grote passen en ging ze de hele tijd dribbelen omdat ze wilde draven, maar na de draf ging dat al beter en werd ze rustiger. Zeer weinig balans, wiebelig, rechterhand is moeilijk. We hebben geen galop gedaan, daar is ze nog niet klaar voor. Toen we een tijdje gereden hadden, was ze het zat en ging ze stoppen en achteruit lopen.

Langzaam maar zeker ging het beter. Ik had na een tijdje niemand meer nodig die haar vasthield als ik het zadel op haar rug legde, en als ik haar even alleen liet op de poetsplaats raakte ze niet meer in paniek.

Ook lichamelijk zagen we haar veranderen. Ze werd wat breder, ontwikkelde spieren, en het rijden ging steeds beter. Toch liepen we na een tijdje tegen bepaalde lichamelijke problemen aan, bijvoorbeeld dat ze haar bekken niet lekker wilde kantelen. We lieten een dierenarts/chiropractor naar Danique kijken. De conclusie uit mijn bestandje: Danique is vroeger heel raar gevallen waardoor haar achterbenen helemaal uitgestrekt zijn geweest en het bekken vreemd gekanteld is. Omdat dat nu muurvast zit, vindt ze dressuuroefeningen erg lastig. Toch was de arts positief over het herstel en concludeerde dat het bekken terug kan kantelen als we haar op een bepaalde manier zouden trainen.

Nu zijn we een jaar verder, en dat 'tijdelijke paardje' rijd ik dus nog steeds. Met veel plezier moet ik zeggen. Het leukste vind ik het feit dat je een paard zo op ziet bloeien. Dat geeft zoveel voldoening! Op de foto's zie je Danique toen en nu.